Neuropsychologie - college 3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/42

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:04 PM on 10/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

43 Terms

1
New cards

actiepotentiaal

elektrische communicatie tussen neuronen, ontstaat bij voldoende verstoring van het equilibrium

2
New cards

neurotransmissie

chemische communicatie tussen neuronen, via de synaps

3
New cards

concentratie gradiënt

het verschil in concentratie tussen twee ruimtes

4
New cards

voltage gradiënt

het verschil in voltage tussen twee ruimtes

5
New cards

equilibrium potentiaal

balans tussen de twee gradiënten

6
New cards

natrium-kaliumpomp

2 K+ de cel in, 3 Na+ de cel uit. Helpt om na het actiepotentieel weer het rustpotentiaal te bereiken

7
New cards

rustpotentiaal

-70 mV

8
New cards

Hoe zijn de ionen verdeeld?

In de cel veel A- en K+ en buiten de cel veel Cl- en Na+

9
New cards

EPSP

depolarisatie van de cel; cel wordt minder negatief, waardoor er een grotere kans is op een actiepotentiaal

10
New cards

IPSP

hyperpolarisatie van de cel; cel wordt negatiever, waardoor de kans op een actiepotentiaal kleiner wordt

11
New cards

Wanneer vindt er een actiepotentiaal plaats?

Als de cel het grenspotentiaal bereikt

12
New cards

grenspotentiaal

-50 mV

13
New cards

refractaire periode

de lading komt onder de -70 mV, waardoor er meer nodig is om opnieuw een actiepotentiaal te veroorzaken

14
New cards

Wat geeft de kracht van een signaal weer?

de snelheid van de activatie of de hoeveelheid neuronen die geactiveerd worden

15
New cards

myeline schede

cellen die om de axonen gebogen zitten

16
New cards

gliacellen

deze cellen helpen andere cellen

17
New cards

neurotransmitters

chemisch stofje dat wordt vrijgelaten door neuronen bij activatie van het neuron, met een exhiberend of inhiberend effect

18
New cards

synaps

kruispunt waar neurotransmitters worden losgelaten bij stimulatie van het actiepotentiaal

19
New cards

presynaptisch membraan

verzender van de neurotransmitter

20
New cards

postsynaptisch membraan

ontvanger van de neurotransmitter

21
New cards

synaptische spleet

tussen de membranen

22
New cards

postsynaptische receptoren

slotjes waar de stoffen zich aan kunnen binden

23
New cards

Wat zijn de vijf stappen van neurotransmissie?

  1. synthese

  2. verpakking en opslag

  3. vrijlating

  4. receptoractie

  5. inactivatie


24
New cards

precursor moleculen

hieruit worden de neurotransmitters gemaakt

25
New cards

synaptische blaadjes

hierin worden de neurotransmitters opgeslagen

26
New cards

Wanneer worden de neurotransmitters vrijgelaten?

Als het actiepotentiaal bij het axonuiteinde aankomt.

27
New cards

exocytose

de synaptische blaasjes reizen naar de membraan, versmelten daar en de neurotransmitters komen vrij in de synaptische spleet

28
New cards

agonist

medicatie/drugs die het effect van neurotransmissie versterken

29
New cards

antagonist

medicijn/drugs die het effect van neurotransmissie verzwakken

30
New cards

activerende synapsen

meer receptoren, dit zijn vaak de axon-dendritische synapsen

31
New cards

inhiberende synapsen

axosomatische synapsen (zitten aan de cellichamen vast)

32
New cards

ionotropische receptoren

ionenkanalen met plekken waarop de neurotransmitters zich kunnen binden

33
New cards

metobotropische receptoren

Geen eigen ionenkanaal, maar kan er wel voor zorgen dat er een ionenkanaal opengaat en voor andere gecompliceerdere reacties zorgen

34
New cards

moleculentransmitters

neurotransmitters die voortkomen uit stoffen uit ons dieet (eenvoudige samenstellingen)

35
New cards

peptide neurotransmitters

vanuit DNA

36
New cards

lipide neurotransmitters

Vetten. Hebben te maken met eetlust, pijn, slaap, angst en geheugen

37
New cards

gaba

Inhiberende neurotransmitter, opent Cl- kanalen. Reguleren van stress, angst en slaap

38
New cards

glutamaat

activerende neurotransmitter, opent Na+ en K+ kanalen, reguleren van leren/geheugen en emoties

39
New cards

acetylcholine

somatisch zenuwstelsel, parasympatisch systeem, spieraansturing, aandachtsporcessen

40
New cards

norepinefrine

sympathisch systeem

41
New cards

serotonine

wijd verspreid door het brein, grote rol bij verschillende aandoeningen

42
New cards

dopamine

twee paden; beweging en beloning/plezier/aandacht

43
New cards

noradrenaline

emotie en depressie