Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/95

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Woordenlijst en kernbegrippen voor Scheikunde Hoofdstuk 1: Mengsels scheiden, inclusief stofeigenschappen, mengseltypen, scheidingsmethoden en concentratieberekeningen.

96 Terms

1
New cards

Stofeigenschappen

Eigenschappen waaraan je een stof kunt herkennen, zoals kleur, geur, smaak, dichtheid, smeltpunt, kookpunt, geleidbaarheid en oplosbaarheid.

2
New cards

Fase

De toestand waarin een stof voorkomt: vast, vloeibaar of gasvormig.

3
New cards

Dichtheid (ρ\rho)

De stofeigenschap die aangeeft hoeveel massa er in een bepaald volume zit, berekend met ρ=massavolume\rho = \frac{\text{massa}}{\text{volume}}.

4
New cards

Moleculen

De kleinste deeltjes van een stof.

5
New cards

Vanderwaalskracht

De aantrekkingskracht die moleculen op elkaar uitoefenen.

6
New cards

Macroniveau

Het niveau van wat je direct met je zintuigen kunt waarnemen, zoals kleur en fase.

7
New cards

Microniveau

Het niveau waarop beschreven wordt wat er met de moleculen gebeurt.

8
New cards

Zuivere stof

Een stof die bestaat uit één soort stof en één soort moleculen, met één vast smeltpunt en één vast kookpunt.

9
New cards

Mengsel

Een combinatie van twee of meer stoffen met meerdere soorten moleculen, gekenmerkt door een smelttraject of kooktraject.

10
New cards

Gasdruk

De druk die ontstaat doordat gasmoleculen tegen de wand botsen.

11
New cards

Oplossing

Een helder mengsel van een oplosmiddel met een opgeloste stof.

12
New cards

Suspensie

Een troebel mengsel van een vloeistof met een vaste stof, waarvan de deeltjes naar de bodem kunnen zakken.

13
New cards

Emulsie

Een troebel mengsel van twee vloeistoffen die slecht mengen, waarin kleine druppeltjes ontstaan.

14
New cards

Emulgator

Een hulpstof die ervoor zorgt dat slecht mengbare vloeistoffen bij elkaar blijven.

15
New cards

Legering

Een mengsel van metalen, gemaakt door metalen te smelten en te mengen.

16
New cards

Nevel

Een mengsel bestaande uit een gas met daarin kleine vloeistofdruppeltjes.

17
New cards

Rook

Een mengsel bestaande uit een gas met daarin kleine vaste deeltjes.

18
New cards

Schuim

Een mengsel van een vloeistof of vaste stof met kleine luchtbellen.

19
New cards

Smog

Luchtvervuiling veroorzaakt door onder andere uitlaatgassen en industrie die schadelijk is voor de gezondheid.

20
New cards

Heterogeen mengsel

Een troebel mengsel waarin de stoffen niet volledig gemengd zijn en soms afzonderlijk te onderscheiden zijn.

21
New cards

Homogeen mengsel

Een helder mengsel waarin de verschillende stoffen volledig gemengd zijn en niet te onderscheiden zijn.

22
New cards

Stolcurve

Een grafiek die laat zien hoe de temperatuur verandert tijdens het afkoelen en stollen van een stof.

23
New cards

Bezinken en afschenken

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in dichtheid, waarbij vaste deeltjes naar de bodem zakken en de vloeistof voorzichtig wordt afgegoten.

24
New cards

Centrifugeren

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in dichtheid, waarbij zwaardere deeltjes door snel ronddraaien sneller naar beneden zakken.

25
New cards

Filtreren

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in deeltjesgrootte, waarbij vaste deeltjes in het filter achterblijven en vloeistof erdoorheen gaat.

26
New cards

Indampen

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in kookpunt, waarbij het oplosmiddel verdampt en de opgeloste vaste stof achterblijft.

27
New cards

Extraheren

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in oplosbaarheid, waarbij een extractiemiddel de gewenste stof uit het mengsel oplost.

28
New cards

Filtraat

De vloeistof die tijdens het filtreren door het filter heen gaat.

29
New cards

Residu

De vaste stof die bij filtratie achterblijft in het filter.

30
New cards

Massapercentage

Het aantal gram van een stof in 100 gram100\,\text{gram} mengsel, berekend met (massa stofmassa mengsel)×100%\left(\frac{\text{massa stof}}{\text{massa mengsel}}\right) \times 100\%.

31
New cards

Volumepercentage

Het percentage van het totale volume dat uit een bepaalde stof bestaat, berekend met (volume stofvolume mengsel)×100%\left(\frac{\text{volume stof}}{\text{volume mengsel}}\right) \times 100\%.

32
New cards

Concentratie

De hoeveelheid gram opgeloste stof in één liter oplossing, berekend met massa opgeloste stofvolume oplossing\frac{\text{massa opgeloste stof}}{\text{volume oplossing}}.

33
New cards

Oplosbaarheid

De maximale hoeveelheid van een stof die kan oplossen in een bepaalde hoeveelheid oplosmiddel.

34
New cards

Verzadigde oplossing

Een oplossing waarin de maximale hoeveelheid stof is opgelost en extra stof niet meer oplost.

35
New cards

Onverzadigde oplossing

Een oplossing waarin nog meer stof kan oplossen.

36
New cards

Verdunnen

Het toevoegen van water waardoor het volume toeneemt en de concentratie daalt, terwijl de totale hoeveelheid opgeloste stof gelijk blijft.

37
New cards

Stofeigenschappen

Eigenschappen waaraan je een stof kunt herkennen, zoals kleur, geur, smaak, dichtheid, smeltpunt, kookpunt, geleidbaarheid en oplosbaarheid.

38
New cards

Fase

De toestand waarin een stof voorkomt: vast, vloeibaar of gasvormig.

39
New cards

Dichtheid (ρ\rho)

De stofeigenschap die aangeeft hoeveel massa er in een bepaald volume zit, berekend met ρ=massavolume\rho = \frac{\text{massa}}{\text{volume}}.

40
New cards

Moleculen

De kleinste deeltjes van een stof.

41
New cards

Vanderwaalskracht

De aantrekkingskracht die moleculen op elkaar uitoefenen, die sterker is naarmate de moleculen dichter bij elkaar zitten of zwaarder zijn.

42
New cards

Macroniveau

Het niveau van wat je direct met je zintuigen kunt waarnemen, zoals kleur en fase.

43
New cards

Microniveau

Het niveau waarop beschreven wordt wat er met de moleculen en kleinste deeltjes gebeurt.

44
New cards

Zuivere stof

Een stof die bestaat uit één soort stof en één soort moleculen, met één vast smeltpunt en één vast kookpunt.

45
New cards

Mengsel

Een combinatie van twee of meer stoffen met meerdere soorten moleculen, gekenmerkt door een smelttraject of kooktraject.

46
New cards

Gasdruk

De druk die ontstaat doordat gasmoleculen tegen de wanden van een vat botsen.

47
New cards

Oplossing

Een helder mengsel van een oplosmiddel met een opgeloste stof.

48
New cards

Suspensie

Een troebel mengsel van een vloeistof met een vaste stof, waarvan de deeltjes naar de bodem kunnen zakken.

49
New cards

Emulsie

Een troebel mengsel van twee vloeistoffen die slecht mengen, waarin kleine druppeltjes van de ene vloeistof in de andere zweven.

50
New cards

Emulgator

Een hulpstof die ervoor zorgt dat slecht mengbare vloeistoffen gemengd blijven.

51
New cards

Legering

Een homogeen mengsel van metalen, gemaakt door metalen in vloeibare toestand te mengen en te laten afkoelen.

52
New cards

Nevel

Een heterogeen mengsel bestaande uit een gas met daarin kleine vloeistofdruppeltjes.

53
New cards

Rook

Een heterogeen mengsel bestaande uit een gas met daarin kleine vaste deeltjes.

54
New cards

Schuim

Een mengsel van een vloeistof of vaste stof met daarin opgesloten gasbellen.

55
New cards

Smog

Luchtvervuiling veroorzaakt door uitlaatgassen en industriële gassen die schadelijk is voor de gezondheid.

56
New cards

Heterogeen mengsel

Een troebel mengsel waarin de stoffen niet volledig op moleculair niveau zijn gemengd en afzonderlijk waarneembaar kunnen zijn.

57
New cards

Homogeen mengsel

Een helder mengsel waarin de verschillende stoffen volledig tot op moleculair niveau gemengd zijn.

58
New cards

Stolcurve

Een grafiek die het temperatuurverloop weergeeft tijdens het afkoelen en overgaan naar de vaste fase van een stof.

59
New cards

Bezinken en afschenken

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in dichtheid, waarbij zwaardere deeltjes zakken en de vloeistof voorzichtig wordt afgegoten.

60
New cards

Centrifugeren

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in dichtheid, waarbij deeltjes door snel ronddraaien versneld naar de bodem worden gedwongen.

61
New cards

Filtreren

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in deeltjesgrootte, waarbij vaste bestanddelen in een filter achterblijven.

62
New cards

Indampen

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in kookpunt, waarbij het vloeibare oplosmiddel verdampt en de vaste opgeloste stof achterblijft.

63
New cards

Extraheren

Een scheidingsmethode berustend op een verschil in oplosbaarheid, waarbij een geschikt extractiemiddel selectief één stof oplost.

64
New cards

Filtraat

De vloeistof die tijdens een filtratie door de openingen van het filter heen loopt.

65
New cards

Residu

Het vaste bestanddeel dat bij filtratie op het filterpapier achterblijft.

66
New cards

Massapercentage

Het aantal gram van een stof in 100 gram100\,\text{gram} mengsel, berekend met (massa stofmassa mengsel)×100%\left(\frac{\text{massa stof}}{\text{massa mengsel}}\right) \times 100\%.

67
New cards

Volumepercentage

Het percentage van het totale volume dat door een bestanddeel wordt ingenomen, berekend met (volume stofvolume mengsel)×100%\left(\frac{\text{volume stof}}{\text{volume mengsel}}\right) \times 100\%.

68
New cards

Concentratie

De hoeveelheid opgeloste stof per liter vloeistof, berekend met massa opgeloste stofvolume oplossing\frac{\text{massa opgeloste stof}}{\text{volume oplossing}}.

69
New cards

Oplosbaarheid

De maximale hoeveelheid van een stof in gram die maximaal kan oplossen in één liter oplosmiddel bij een gegeven temperatuur.

70
New cards

Verzadigde oplossing

Een vloeistof waarin de maximaal mogelijke hoeveelheid stof is opgelost en toegevoegde stof niet meer zal oplossen.

71
New cards

Onverzadigde oplossing

Een vloeistof waarin nog meer van de betreffende stof kan worden opgelost.

72
New cards

Verdunnen

Het toevoegen van oplosmiddel aan een oplossing waardoor het volume stijgt en het gehalte per liter daalt, terwijl de opgeloste massa gelijk blijft.

73
New cards

Absoluut nulpunt

De laagst theoretisch mogelijke temperatuur van 0 K0\,\text{K} (−273 ∘C-273\,^\circ\text{C}), waarbij moleculen volledig stilstaan en alle beweging stopt.

74
New cards

Omrekenformule Kelvin en Celsius

De mathematische relatie tussen de twee temperatuurschalen: T(K)=T(∘C)+273T(\text{K}) = T(^\circ\text{C}) + 273.

75
New cards

Sublimeren

De faseovergang waarbij een vaste stof direct overgaat in de gasfase zonder eerst te smelten.

76
New cards

Rijpen

De faseovergang waarbij een gas direct overgaat in de vaste fase zonder eerst vloeibaar te worden.

77
New cards

Endotherme faseovergang

Een faseovergang waarbij voortdurend energie moet worden toegevoerd om vanderwaalskrachten te overwinnen, zoals smelten, verdampen en sublimeren.

78
New cards

Exotherme faseovergang

Een faseovergang waarbij warmte of energie vrijkomt aan de omgeving, zoals condenseren, stollen en rijpen.

79
New cards

Chemische energie

De energie die opgeslagen zit in de bindingen tussen atomen en moleculen van een stof.

80
New cards

Wet van behoud van energie

De natuurwet die vaststelt dat de totale hoeveelheid energie in een gesloten systeem behouden blijft en alleen van vorm kan veranderen.

81
New cards

Chemische reactie

Een proces waarbij beginstoffen verdwijnen en nieuwe reactieproducten met blijvend andere stofeigenschappen ontstaan doordat moleculen veranderen.

82
New cards

Beginstoffen

De stoffen die vóór het plaatsvinden van een chemische reactie aanwezig zijn en tijdens de omzetting verdwijnen.

83
New cards

Reactieproducten

De nieuwe stoffen die na afloop van een chemische reactie zijn gevormd.

84
New cards

Reactieschema

Een formele notatie waarin beginstoffen links en reactieproducten rechts van een reactiepijl worden weergegeven inclusief hun fasetoestand.

85
New cards

Toestandsaanduiding (aq)(aq) in een reactieschema

De afkorting (afgeleid van het Latijnse/Engelse aqueous) die aanduidt dat een deeltje of verbinding homogeen is opgelost in water.

86
New cards

Verschil tussen faseovergang en reactie

Bij een faseovergang blijven de moleculen identiek en verandert alleen de rangschikking, terwijl bij een chemische reactie moleculen worden afgebroken en nieuwe moleculen ontstaan.

87
New cards

Ontledingsreactie

Een chemische reactie waarbij uit één beginstof twee of meer reactieproducten ontstaan.

88
New cards

Thermolyse

Een endotherme ontledingsreactie die tot stand komt door toevoer van warmte.

89
New cards

Elektrolyse

Een ontledingsreactie die verloopt onder invloed van een elektrische stroom.

90
New cards

Fotolyse

Een ontledingsreactie die wordt aangedreven door de opname van lichtenergie.

91
New cards

Vormingsreactie

Een chemische reactie waarbij uit twee of meer stoffen één nieuw reactieproduct ontstaat.

92
New cards

Niet-ontleedbare stof

Een zuivere stof die met scheikundige methoden niet verder gesplitst kan worden in andere stoffen (een element).

93
New cards

Ontleedbare stof

Een zuivere stof die via ontledingsreacties kan worden gesplitst in twee of meer andere stoffen (een verbinding).

94
New cards

Pyrolyse

Een thermolyseproces waarbij organische afvalstoffen bij hoge temperatuur zonder zuurstof worden ontleed in bruikbare gassen, koolstof en pyrolyseolie.

95
New cards

Werking van een warmtepomp

Een kringloop waarin een vloeistof bij lage temperatuur verdampt door omgevingswarmte op te nemen en na compressie condenseert om warmte af te staan aan een verwarming.

96
New cards

Vier uitgangspunten van het molecuulmodel

  1. Alle stoffen bestaan uit moleculen; 2. Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen; 3. Moleculen bewegen voortdurend; 4. Moleculen oefenen onderling vanderwaalskrachten uit.