thema's maatschappijleer hoofdstuk 2 paragraaf 2 tot 8 vwo 5

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/67

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

68 Terms

1
New cards

Constitutionele monarchie

een staatsvorm waarbij een koning(in) staatshoofd is en diens macht door de grondwet wordt beperkt.

2
New cards

Censuur

het controleren of verbieden van informatie, bijvoorbeeld door de overheid.

3
New cards

Nachtwakersstaat

een staat waarin de overheid zich vooral bezighoudt met veiligheid, orde en bescherming van eigendom.

4
New cards

Klassieke grondrechten

grondrechten die burgers beschermen tegen onterechte inmenging van de overheid.

5
New cards

Sociale grondrechten

grondrechten die de overheid verplichten zich in te zetten voor voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid.

6
New cards

Sociale rechtsstaat

een rechtsstaat waarin de overheid ook zorgt voor sociale zekerheid en welzijn.

7
New cards

Verticale werking

de werking van grondrechten in de verhouding tussen burgers en de overheid.

8
New cards

Horizontale werking

de werking van grondrechten in de verhouding tussen burgers onderling of tussen burgers en organisaties.

9
New cards

Legaliteitsbeginsel

de overheid mag alleen handelen op basis van de wet; iemand mag alleen worden gestraft voor gedrag dat volgens de wet strafbaar was.

10
New cards

Rechtszekerheid

burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat regels duidelijk zijn en dat de overheid zich eraan houdt.

11
New cards

Recht

het geheel van regels en afspraken waaraan mensen zich moeten houden.

12
New cards

Rechtsorde

het geheel van geldende rechtsregels en de manier waarop deze worden gehandhaafd.

13
New cards

Wetgevende macht

de macht die wetten maakt.

14
New cards

Uitvoerende macht

de macht die wetten en regels uitvoert.

15
New cards

Rechterlijke macht

de macht die rechtspreekt en beoordeelt of wetten worden nageleefd.

16
New cards

Checks and balances

een systeem waarbij de verschillende machten elkaar controleren en in evenwicht houden.

17
New cards

Discretionaire bevoegdheid

de vrijheid die een overheidsfunctionaris heeft om binnen de wettelijke regels zelf een beslissing te nemen.

18
New cards

Klassenjustitie

de situatie waarin mensen met verschillende sociale of financiële achtergronden niet gelijk worden behandeld door het rechtssysteem.

19
New cards

Jurisprudentie

het geheel van rechterlijke uitspraken dat als voorbeeld kan dienen bij latere rechtszaken.

20
New cards

Privaatrecht

het rechtsgebied dat de relaties tussen burgers en organisaties onderling regelt.

21
New cards

Rechtspersonen

organisaties die zelfstandig rechten en plichten kunnen hebben, zoals een bv of stichting.

22
New cards

Eiser

degene die een rechtszaak begint en iets van de andere partij eist.

23
New cards

Gedaagde

degene tegen wie een rechtszaak wordt aangespannen.

24
New cards

Geschil

een conflict tussen twee of meer partijen.

25
New cards

Dagvaarding

een officieel document waarin iemand wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen.

26
New cards

Vonnis

de uitspraak van een rechter in een rechtszaak.

27
New cards

Dwangsom

een geldbedrag dat iemand moet betalen als diegene zich niet aan een rechterlijke uitspraak houdt.

28
New cards

Kort geding

een versnelde rechtszaak waarin de rechter een voorlopige beslissing neemt bij spoed.

29
New cards

Mediation

een manier om een conflict op te lossen met hulp van een onafhankelijke bemiddelaar.

30
New cards

Publiekrecht

het rechtsgebied dat de verhouding tussen de overheid en burgers regelt en de organisatie van de overheid behandelt.

31
New cards

Bestuursrecht

het onderdeel van het publiekrecht dat gaat over besluiten en handelen van de overheid.

32
New cards

Onschuldvermoeden

iemand wordt als onschuldig beschouwd totdat de schuld volgens de wet is vastgesteld.

33
New cards

Strafbaarheidsbeginsel

iemand kan alleen worden gestraft als aan de wettelijke voorwaarden voor strafbaarheid is voldaan.

34
New cards

Strafbepaling

een wettelijke regel waarin staat welk gedrag strafbaar is en welke straf daarop kan staan.

35
New cards

Ne bis in idem-regel

iemand mag niet opnieuw worden vervolgd voor hetzelfde strafbare feit als daarover al definitief is beslist.

36
New cards

Verjaringstermijn

de periode waarbinnen iemand nog voor een strafbaar feit kan worden vervolgd of een recht kan worden afgedwongen.

37
New cards

Misdrijven

ernstige strafbare feiten, zoals diefstal met geweld of moord.

38
New cards

Overtredingen

relatief lichte strafbare feiten, zoals bepaalde verkeersovertredingen.

39
New cards

Openbaar Ministerie (OM)

de organisatie die verantwoordelijk is voor de strafrechtelijke vervolging van verdachten.

40
New cards

Verdachte

iemand van wie er een redelijk vermoeden bestaat dat diegene een strafbaar feit heeft gepleegd.

41
New cards

Staande houden

iemand kort laten stoppen om de identiteit vast te stellen of vragen te stellen.

42
New cards

Aanhouden

iemand meenemen naar het politiebureau omdat diegene wordt verdacht van een strafbaar feit.

43
New cards

Dwangmiddelen

wettelijke middelen waarmee politie en justitie bijvoorbeeld personen mogen aanhouden of bewijs mogen verzamelen.

44
New cards

Seponeren

besluiten om een strafzaak niet verder te vervolgen.

45
New cards

Strafbeschikking

een straf die het Openbaar Ministerie zelf kan opleggen zonder dat eerst een rechter uitspraak doet, bijvoorbeeld een geldboete.

46
New cards

Vervolgen

een verdachte voor de strafrechter brengen of op een andere wettelijke manier een strafzaak voortzetten.

47
New cards

Tenlastelegging

de officiële beschuldiging waarin staat welk strafbaar feit iemand volgens het Openbaar Ministerie heeft gepleegd.

48
New cards

Terechtzitting

de bijeenkomst bij de rechter waarin een rechtszaak wordt behandeld.

49
New cards

Strafuitsluitingsgronden

omstandigheden waardoor iemand niet strafbaar is of geen straf krijgt, ondanks dat er een strafbaar feit is gepleegd.

50
New cards

Ontoerekeningsvatbaarheid

de situatie waarin iemand door een ernstige psychische stoornis niet of verminderd verantwoordelijk kan worden gehouden voor een strafbaar feit.

51
New cards

Vrijheidsstraf

een straf waarbij iemand zijn vrijheid wordt ontnomen, zoals gevangenisstraf.

52
New cards

Geldboete

een straf waarbij iemand een geldbedrag moet betalen.

53
New cards

Taakstraffen

straffen waarbij iemand verplicht werk moet uitvoeren of een leerstraf moet volgen.

54
New cards

Bijkomende straf

een extra straf naast de hoofdstraf, zoals ontzetting uit bepaalde rechten.

55
New cards

Strafrechtelijke maatregelen

maatregelen die de rechter kan opleggen, bijvoorbeeld om de samenleving te beschermen of herhaling van strafbare feiten te voorkomen.

56
New cards

Resocialisatie

het begeleiden van een dader om na een straf weer goed in de samenleving te kunnen functioneren.

57
New cards

Jeugdstrafrecht

het strafrecht dat speciaal geldt voor jongeren die strafbare feiten plegen.

58
New cards

Adolescentenstrafrecht

regels waarmee bij bepaalde jongvolwassenen van 16 tot 23 jaar jeugdstrafrecht of volwassenenstrafrecht kan worden toegepast, afhankelijk van de omstandigheden.

59
New cards

Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)

een verklaring van de Verenigde Naties waarin de fundamentele rechten en vrijheden van alle mensen zijn vastgelegd.

60
New cards

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)

een verdrag waarin Europese landen afspraken hebben gemaakt over de bescherming van mensenrechten.

61
New cards

Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie

een document waarin de grondrechten staan die binnen de Europese Unie worden beschermd.

62
New cards

Internationaal Gerechtshof

het gerechtshof van de Verenigde Naties dat geschillen tussen staten behandelt.

63
New cards

Oorlogstribunalen

speciale rechtbanken die mensen berechten voor ernstige misdrijven tijdens oorlogen.

64
New cards

Internationaal Strafhof

een internationaal gerechtshof dat personen kan berechten voor ernstige internationale misdrijven, zoals genocide en oorlogsmisdaden.

65
New cards

Toetsingsrecht

de bevoegdheid om te beoordelen of regels of besluiten aan hogere rechtsregels voldoen. In Nederland mogen rechters wetten in formele zin niet toetsen aan de Grondwet, maar wel aan bepaalde internationale verdragen.

66
New cards

Uitlokking

het aanzetten of stimuleren van iemand om een strafbaar feit te plegen.

67
New cards

Lokmiddel

een middel of situatie die wordt gebruikt om een verdachte te verleiden of te helpen bij het plegen van een strafbaar feit, bijvoorbeeld bij een politieonderzoek.

68
New cards

Jury

een groep burgers die in sommige landen bij een rechtszaak beslist over schuld of bepaalde feiten.