1/67
Looks like no tags are added yet.
Constitutionele monarchie
een staatsvorm waarbij een koning(in) staatshoofd is en diens macht door de grondwet wordt beperkt.
Censuur
het controleren of verbieden van informatie, bijvoorbeeld door de overheid.
Nachtwakersstaat
een staat waarin de overheid zich vooral bezighoudt met veiligheid, orde en bescherming van eigendom.
Klassieke grondrechten
grondrechten die burgers beschermen tegen onterechte inmenging van de overheid.
Sociale grondrechten
grondrechten die de overheid verplichten zich in te zetten voor voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid.
Sociale rechtsstaat
een rechtsstaat waarin de overheid ook zorgt voor sociale zekerheid en welzijn.
Verticale werking
de werking van grondrechten in de verhouding tussen burgers en de overheid.
Horizontale werking
de werking van grondrechten in de verhouding tussen burgers onderling of tussen burgers en organisaties.
Legaliteitsbeginsel
de overheid mag alleen handelen op basis van de wet; iemand mag alleen worden gestraft voor gedrag dat volgens de wet strafbaar was.
Rechtszekerheid
burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat regels duidelijk zijn en dat de overheid zich eraan houdt.
Recht
het geheel van regels en afspraken waaraan mensen zich moeten houden.
Rechtsorde
het geheel van geldende rechtsregels en de manier waarop deze worden gehandhaafd.
Wetgevende macht
de macht die wetten maakt.
Uitvoerende macht
de macht die wetten en regels uitvoert.
Rechterlijke macht
de macht die rechtspreekt en beoordeelt of wetten worden nageleefd.
Checks and balances
een systeem waarbij de verschillende machten elkaar controleren en in evenwicht houden.
Discretionaire bevoegdheid
de vrijheid die een overheidsfunctionaris heeft om binnen de wettelijke regels zelf een beslissing te nemen.
Klassenjustitie
de situatie waarin mensen met verschillende sociale of financiële achtergronden niet gelijk worden behandeld door het rechtssysteem.
Jurisprudentie
het geheel van rechterlijke uitspraken dat als voorbeeld kan dienen bij latere rechtszaken.
Privaatrecht
het rechtsgebied dat de relaties tussen burgers en organisaties onderling regelt.
Rechtspersonen
organisaties die zelfstandig rechten en plichten kunnen hebben, zoals een bv of stichting.
Eiser
degene die een rechtszaak begint en iets van de andere partij eist.
Gedaagde
degene tegen wie een rechtszaak wordt aangespannen.
Geschil
een conflict tussen twee of meer partijen.
Dagvaarding
een officieel document waarin iemand wordt opgeroepen om voor de rechter te verschijnen.
Vonnis
de uitspraak van een rechter in een rechtszaak.
Dwangsom
een geldbedrag dat iemand moet betalen als diegene zich niet aan een rechterlijke uitspraak houdt.
Kort geding
een versnelde rechtszaak waarin de rechter een voorlopige beslissing neemt bij spoed.
Mediation
een manier om een conflict op te lossen met hulp van een onafhankelijke bemiddelaar.
Publiekrecht
het rechtsgebied dat de verhouding tussen de overheid en burgers regelt en de organisatie van de overheid behandelt.
Bestuursrecht
het onderdeel van het publiekrecht dat gaat over besluiten en handelen van de overheid.
Onschuldvermoeden
iemand wordt als onschuldig beschouwd totdat de schuld volgens de wet is vastgesteld.
Strafbaarheidsbeginsel
iemand kan alleen worden gestraft als aan de wettelijke voorwaarden voor strafbaarheid is voldaan.
Strafbepaling
een wettelijke regel waarin staat welk gedrag strafbaar is en welke straf daarop kan staan.
Ne bis in idem-regel
iemand mag niet opnieuw worden vervolgd voor hetzelfde strafbare feit als daarover al definitief is beslist.
Verjaringstermijn
de periode waarbinnen iemand nog voor een strafbaar feit kan worden vervolgd of een recht kan worden afgedwongen.
Misdrijven
ernstige strafbare feiten, zoals diefstal met geweld of moord.
Overtredingen
relatief lichte strafbare feiten, zoals bepaalde verkeersovertredingen.
Openbaar Ministerie (OM)
de organisatie die verantwoordelijk is voor de strafrechtelijke vervolging van verdachten.
Verdachte
iemand van wie er een redelijk vermoeden bestaat dat diegene een strafbaar feit heeft gepleegd.
Staande houden
iemand kort laten stoppen om de identiteit vast te stellen of vragen te stellen.
Aanhouden
iemand meenemen naar het politiebureau omdat diegene wordt verdacht van een strafbaar feit.
Dwangmiddelen
wettelijke middelen waarmee politie en justitie bijvoorbeeld personen mogen aanhouden of bewijs mogen verzamelen.
Seponeren
besluiten om een strafzaak niet verder te vervolgen.
Strafbeschikking
een straf die het Openbaar Ministerie zelf kan opleggen zonder dat eerst een rechter uitspraak doet, bijvoorbeeld een geldboete.
Vervolgen
een verdachte voor de strafrechter brengen of op een andere wettelijke manier een strafzaak voortzetten.
Tenlastelegging
de officiële beschuldiging waarin staat welk strafbaar feit iemand volgens het Openbaar Ministerie heeft gepleegd.
Terechtzitting
de bijeenkomst bij de rechter waarin een rechtszaak wordt behandeld.
Strafuitsluitingsgronden
omstandigheden waardoor iemand niet strafbaar is of geen straf krijgt, ondanks dat er een strafbaar feit is gepleegd.
Ontoerekeningsvatbaarheid
de situatie waarin iemand door een ernstige psychische stoornis niet of verminderd verantwoordelijk kan worden gehouden voor een strafbaar feit.
Vrijheidsstraf
een straf waarbij iemand zijn vrijheid wordt ontnomen, zoals gevangenisstraf.
Geldboete
een straf waarbij iemand een geldbedrag moet betalen.
Taakstraffen
straffen waarbij iemand verplicht werk moet uitvoeren of een leerstraf moet volgen.
Bijkomende straf
een extra straf naast de hoofdstraf, zoals ontzetting uit bepaalde rechten.
Strafrechtelijke maatregelen
maatregelen die de rechter kan opleggen, bijvoorbeeld om de samenleving te beschermen of herhaling van strafbare feiten te voorkomen.
Resocialisatie
het begeleiden van een dader om na een straf weer goed in de samenleving te kunnen functioneren.
Jeugdstrafrecht
het strafrecht dat speciaal geldt voor jongeren die strafbare feiten plegen.
Adolescentenstrafrecht
regels waarmee bij bepaalde jongvolwassenen van 16 tot 23 jaar jeugdstrafrecht of volwassenenstrafrecht kan worden toegepast, afhankelijk van de omstandigheden.
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM)
een verklaring van de Verenigde Naties waarin de fundamentele rechten en vrijheden van alle mensen zijn vastgelegd.
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)
een verdrag waarin Europese landen afspraken hebben gemaakt over de bescherming van mensenrechten.
Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie
een document waarin de grondrechten staan die binnen de Europese Unie worden beschermd.
Internationaal Gerechtshof
het gerechtshof van de Verenigde Naties dat geschillen tussen staten behandelt.
Oorlogstribunalen
speciale rechtbanken die mensen berechten voor ernstige misdrijven tijdens oorlogen.
Internationaal Strafhof
een internationaal gerechtshof dat personen kan berechten voor ernstige internationale misdrijven, zoals genocide en oorlogsmisdaden.
Toetsingsrecht
de bevoegdheid om te beoordelen of regels of besluiten aan hogere rechtsregels voldoen. In Nederland mogen rechters wetten in formele zin niet toetsen aan de Grondwet, maar wel aan bepaalde internationale verdragen.
Uitlokking
het aanzetten of stimuleren van iemand om een strafbaar feit te plegen.
Lokmiddel
een middel of situatie die wordt gebruikt om een verdachte te verleiden of te helpen bij het plegen van een strafbaar feit, bijvoorbeeld bij een politieonderzoek.
Jury
een groep burgers die in sommige landen bij een rechtszaak beslist over schuld of bepaalde feiten.