1/28
Een overzicht van economische begrippen over behoeften, reclame, inkomsten, uitgaven en prijzen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Primaire behoeften
De noodzakelijke basisbehoeften zoals voeding, kleding en woonruimte.
Prioriteiten stellen
Voor jezelf bepalen welke behoeften jij het belangrijkst vindt en welke minder.
Schaars
Iets is schaars als het niet onbeperkt beschikbaar is. Er zijn middelen nodig om het te maken.
Secundaire behoeften
Alle overige behoeften die je leven beter of prettiger maken.
Vrije goederen
Goederen waarover je zomaar kunt beschikken, zoals lucht, zonlicht en regenwater.
Welvaart
De mate waarin je in je behoeften kunt voorzien.
Zelfvoorziening
Je voorziet in je behoeften door goederen voor eigen gebruik zelf te maken.
Commerciële reclame
Reclame om meer producten te verkopen en daar geld aan te verdienen.
Doelgroep
Groep consumenten voor wie een product of boodschap bedoeld is.
Ideële reclame
Reclame die mensen laat nadenken over hun ideeën zodat zij hun gedrag veranderen.
Informatieve reclame
Reclame met informatie over de eigenschappen en prijs van een product.
Marketing
Alles wat bedrijven doen om hun product te verkopen.
Marketingmix
De marketinginstrumenten: product-, prijs-, plaats-, promotie-, personeels- en presentatiebeleid. Ook wel de 6 P's genoemd.
Merkreclame
Reclame om een positieve indruk te geven van een merk en een merknaam bekender te maken.
Begroting
Een overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven voor de komende periode.
Budgetteren
Je inkomsten en uitgaven op elkaar afstemmen.
Dagelijkse uitgaven
Huishoudelijke uitgaven, zoals in de supermarkt, voor persoonlijke verzorging, cadeautjes en uitgaan.
Incidentele uitgaven
Uitgaven die je niet zo vaak doet, zoals voor vakantie of huishoudelijke apparaten.
Nibud
Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Het Nibud geeft voorlichting over hoe je beter kunt uitkomen met je geld.
Reserveren
Geld opzij zetten om later een bepaalde grote uitgave te kunnen betalen.
Inkomen uit arbeid
Loon of salaris.
Inkomen uit bezit
Huuropbrengst, rente op spaargeld.
Overdrachtsinkomen
Uitkeringen, zak- of kleedgeld.
Vaste lasten
De uitgaven die je met een vaste regelmaat moet betalen, zoals huur of abonnementen.
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS verzamelt allerlei informatie, onder andere over economische veranderingen.
Deflatie
Een algemene daling van prijzen.
Indexcijfer
Getal dat een procentuele verandering laat zien ten opzichte van een afgesproken periode, het basisjaar.
Inflatie
Een algemene stijging van prijzen.
Koopkracht
De hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen.