1/23
Looks like no tags are added yet.
ethische dilemma’s
die helpen om de factoren te analyseren die het gedrag van een invidu of groep bepalen, pro en contra met bijhorende waarden
de gevolgen,de intentie,de aanleiding,de waarde of deugd die jij belangrijk vindt
met welke factoren houd je rekening bij het maken van een morele keuze?
Jeremy Bentham (1748 - 1832)
Een Engelse jurist en filosoof en een van de grondleggers van het consequentialisme en utilitarisme. Hij stelde dat geluk optelbaar is als het saldo van genot min pijn, en dat de juistheid van een handeling afhangt van hoeveel deze bijdraagt aan het algemeen nut: het grootste geluk voor het grootste aantal mensen.
consequentalisme
Een stroming in de ethiek waarbij de juistheid of verkeerdheid van een handeling uitsluitend afhangt van de gevolgen die die handeling oplevert. Niet de intentie of de regel telt, maar het uiteindelijke resultaat.
utilitarisme
Een ethische stroming (bedacht door o.a. Jeremy Bentham) die stelt dat een handeling juist is als deze zorgt voor een zo groot mogelijke bijdrage aan het algemeen nut, oftewel het grootste geluk (genot min pijn) voor het grootste aantal mensen.
intensiteit,duur,zekerheid,nabijheid,productiviteit,zuiverheid,reikwijdte
7 variabelen voor geluk
intensiteit
hoe hevig/diepgaand is het genot?
duur
hoe lang duurt het genot?
zekerheid
hoe zeker is het genot?
nabijheid
hoelang duurt het nog voordat het genot beleefd kan worden?
productiviteit
hoeveel genotsmomenten brengt het genot nog meer met zich mee?
zuiverheid
tot op welke hoogte is het genot vrij van pijn?
reikwijdte
hoeveel mensen zullen het genot meebeleven?
John Stuart Mill (1806 - 1873)
is de tweede grondlegger van het utilitarisme (Utilitarianism, 1861). Hij voegde de kwaliteit van geluk toe aan Benthams theorie: hoger genot (mentaal, esthetisch en moreel goed doen) is waardevoller dan lager genot (lichamelijk genot). Volgens Mill is een ongelukkig mens/Socrates beter dan een gelukkig varken/dwaas, en bieden nobele/deugdzame mensen meer waarde aan de samenleving.
mentale,morele,ethische varianten
hogere vormen van genot
volkse/lichamelijke varianten
lagere vormen van genot
goed doen voor een andere
mentale/morele varianten
genot van het schone
ethische varianten
nobel zijn
is moreel goed zijn/deugdzaam zijn
de plichtethiek
kijkt naar de bedoeling van de mensen die de handeling uitvoeren en zorgt voor gedragsregels die ze moeten uitvoeren.
Behandel anderen zoals je zelf wilt behandeld wilt worden.
guldenregel
Immanuel Kant (1724 - 1804)
Een Duitse filosoof (1724–1804) die bekend staat om zijn motto "Sapere aude" ('durf te denken') en zijn pleidooi voor de autonomie van de mens (het zelf maken van rationele beslissingen op basis van het verstand). Volgens Kant staan ethische principes los van de situatie of de gevolgen; ze gelden altijd en voor iedereen. Hij keurt heteronomie (afhankelijkheid van regels van anderen of godsdienst) af en formuleerde de categorische imperatief: handel zo dat wat jij doet een algemene regel voor iedereen zou kunnen zijn.
categorische imperatief
De centrale ethische regel van Immanuel Kant: "Handel zo, dat de stelregel van uw wil tegelijkertijd altijd als stelregel van een algemene wetgeving kan gelden." In eigen woorden: handel altijd zo dat wat jij doet een algemene regel zou kunnen zijn die altijd en voor iedereen geldt.
autonomie
Het vermogen en het recht van een mens om zelfstandig beslissingen te nemen in het leven en voor ethisch handelen te vertrouwen op de eigen rede (het verstand), onafhankelijk van anderen.