Filosofie hoofdstuk 3: Soorten ethiek

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/23

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

24 Terms

1
New cards

ethische dilemma’s

die helpen om de factoren te analyseren die het gedrag van een invidu of groep bepalen, pro en contra met bijhorende waarden

2
New cards

de gevolgen,de intentie,de aanleiding,de waarde of deugd die jij belangrijk vindt

met welke factoren houd je rekening bij het maken van een morele keuze?

3
New cards

Jeremy Bentham (1748 - 1832)

Een Engelse jurist en filosoof en een van de grondleggers van het consequentialisme en utilitarisme. Hij stelde dat geluk optelbaar is als het saldo van genot min pijn, en dat de juistheid van een handeling afhangt van hoeveel deze bijdraagt aan het algemeen nut: het grootste geluk voor het grootste aantal mensen.

4
New cards

consequentalisme

Een stroming in de ethiek waarbij de juistheid of verkeerdheid van een handeling uitsluitend afhangt van de gevolgen die die handeling oplevert. Niet de intentie of de regel telt, maar het uiteindelijke resultaat.

5
New cards

utilitarisme

Een ethische stroming (bedacht door o.a. Jeremy Bentham) die stelt dat een handeling juist is als deze zorgt voor een zo groot mogelijke bijdrage aan het algemeen nut, oftewel het grootste geluk (genot min pijn) voor het grootste aantal mensen.

6
New cards

intensiteit,duur,zekerheid,nabijheid,productiviteit,zuiverheid,reikwijdte

7 variabelen voor geluk

7
New cards

intensiteit

hoe hevig/diepgaand is het genot?

8
New cards

duur

hoe lang duurt het genot?

9
New cards

zekerheid

hoe zeker is het genot?

10
New cards

nabijheid

hoelang duurt het nog voordat het genot beleefd kan worden?

11
New cards

productiviteit

hoeveel genotsmomenten brengt het genot nog meer met zich mee?

12
New cards

zuiverheid

tot op welke hoogte is het genot vrij van pijn?

13
New cards

reikwijdte

hoeveel mensen zullen het genot meebeleven?

14
New cards

John Stuart Mill (1806 - 1873)

is de tweede grondlegger van het utilitarisme (Utilitarianism, 1861). Hij voegde de kwaliteit van geluk toe aan Benthams theorie: hoger genot (mentaal, esthetisch en moreel goed doen) is waardevoller dan lager genot (lichamelijk genot). Volgens Mill is een ongelukkig mens/Socrates beter dan een gelukkig varken/dwaas, en bieden nobele/deugdzame mensen meer waarde aan de samenleving.

15
New cards

mentale,morele,ethische varianten

hogere vormen van genot

16
New cards

volkse/lichamelijke varianten

lagere vormen van genot

17
New cards

goed doen voor een andere

mentale/morele varianten

18
New cards

genot van het schone

ethische varianten

19
New cards

nobel zijn

is moreel goed zijn/deugdzaam zijn

20
New cards

de plichtethiek

kijkt naar de bedoeling van de mensen die de handeling uitvoeren en zorgt voor gedragsregels die ze moeten uitvoeren.

21
New cards

Behandel anderen zoals je zelf wilt behandeld wilt worden.

guldenregel

22
New cards

Immanuel Kant (1724 - 1804)

Een Duitse filosoof (1724–1804) die bekend staat om zijn motto "Sapere aude" ('durf te denken') en zijn pleidooi voor de autonomie van de mens (het zelf maken van rationele beslissingen op basis van het verstand). Volgens Kant staan ethische principes los van de situatie of de gevolgen; ze gelden altijd en voor iedereen. Hij keurt heteronomie (afhankelijkheid van regels van anderen of godsdienst) af en formuleerde de categorische imperatief: handel zo dat wat jij doet een algemene regel voor iedereen zou kunnen zijn.

23
New cards

categorische imperatief

De centrale ethische regel van Immanuel Kant: "Handel zo, dat de stelregel van uw wil tegelijkertijd altijd als stelregel van een algemene wetgeving kan gelden." In eigen woorden: handel altijd zo dat wat jij doet een algemene regel zou kunnen zijn die altijd en voor iedereen geldt.

24
New cards

autonomie

Het vermogen en het recht van een mens om zelfstandig beslissingen te nemen in het leven en voor ethisch handelen te vertrouwen op de eigen rede (het verstand), onafhankelijk van anderen.