1/214
Looks like no tags are added yet.
En el paro
werkloos
don de gentes
sociale vaardigheden
aplazarse
worden uitgesteld
conformo/a
tevreden
el alba
het ochtendgloren
una encuesta
een enquête
escasamente
nauwelijks
la estancia
het verblijf
mermar
verminderen
subrayar
onderlijnen/onderstrepen
deducir
afleiden (to deduce)
desmentir
ontkennen
inducir
veroorzaken/aanwakkeren/aanleiden
a tientas
(in het duister) tastend
pese a / a pesar de
ondanks
destendido
ontspannend, relaxed
un embutido
vulsel/worstu
un encurtido
een augurk
jabonado
ingezeept
jalonado por
gemarkeerd door / vol met / bezaaid met / gekenmerkt door
e.g. Una carrera jalonada por éxitos. Un camino jalonado por dificultades.
escaños
zetels (politiek)
fracasar
mislukken
un rascacielos
een wolkenkrabber
un buque
een schip
un crucero
een cruise
la tripulación
de bemanning
solventar
oplossen
acuñar
munten (to coin)
pillado vivo
leven gevangen
sacado de apuros
uit de brand geholpen
dado por enterado
duly noted / acknowledged
puesto en aprietos
in een lastig parket gebracht
antaño
weleer
espantoso
angstaanjagend
mayordomo
butler
montarse en
ergens opstappen, instappen of opklimmen
impregnar
impregneren
padecer
lijden
aclarar
verduidelijken
desencadenado
veroorzaakt / ontketend
paralizado
verlamd
aterido
bevroren, verstijfd
la impresión
de afdruk
especulando
speculerend
al cabo
uiteindelijk
someter (a)
onderwerpen (aan)
arrojo
moed, durf
escrúpulos
gewetensbezwaren
añorranzas
nostalgie/heimwee
amargar
verbitteren
inmutarse
van zijn stuk raken, veranderen v gezichtsuitdrukking door emotie
vaakst in ontkennende vorm: “no se inmutó”
regañar
berispen, uitschelden
exigir
eisen
celo
ijver
aranceles
tarieven
fisuras
scheuren
ahuyentar
verjagen
noquear
neerslaan, KO slaan
claudicar
zwichten, toegeven
tragar
doorslikken
suprimir
verwijderen / onderdrukken
ejecutar
uitvoeren
sumamente
uiterst
expropriación
onteigening
entregar
afleveren, afgeven
el recurso
hoger beroep
arrojar
gooien
deslizar
glijden
asumir
op zich nemen / aannemen
ascender al poder
aan de macht komen
desencadenar
ontketenen
desatar
losmaken (ook figuurlijk, e.g. desatar un debate)
dimitir
ontslag nemen
estrecho
smal
ancho/amplio
breed
ingresar en prisión
in de gevangenis opgenomen worden
obtener, adquirir
verkrijgen
resumir
samenvatten
reanudar
verdergaan (to resume)
impugnar / cuestionar
betwisten
estoy ronco
ik ben hees
sordo
doof
ciego
blind
un estruendo
een harde klap
un atasco
een file
la tormenta / el temporal
de storm
sensible
gevoelig
insensible
ongevoelig
desahuciar
uitzetten, uit huis zetten
barrer
vegen (de vloer)
estrenar
in première gaan (to be released)
el agotamiento
de uitputting
debido a
vanwege, als gevolg van
agotar
uitputten
un fontanero
een loodgieter
privar de
beroven van
adentrarse en
fig: zich verdiepen in
lett: in trekken (bv de jungle) / zich (diep) begeven in
privar de
beroven van
acechar
op de loer liggen, besluipendisponerse a
op het punt staan iets te doen / zich opmaken om / zich klaarmaken om