1/49
51-100
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
partir
vertrekken
mourir
sterven
lire
lezen
ouvrir
openen
arrêter
stoppen
rire
lachen
servir
bedienen, opdienen
jeter
gooien
recevoir
krijgen, ontvangen
monter
naar boven gaan
lever
opsteken
agir
handelen
perdre
verliezen
souvenir
herinneren
écouter
luisteren
continuer
verder gaan
sourire
glimlachen
apercevoir
opmerken, bemerken
tirer
trekken
reconnaître
herkennen, erkennen
ajouter
toevoegen
jouer
spelen
marcher
lopen, wandelen
garder
bijhouden, bewaren
manquer
ontbreken, missen
retrouver
terugvinden
descendre
naar beneden gaan
rappeler
herinneren, terugbellen
quitter
verlaten, achterlaten
tourner
draaien
finir
stoppen, beëindigen
crier
roepen
courir
lopen
permettre
toestaan
dîner
dineren, avondmaal nemen
songer
dromen, denken aan
offrir
aanbieden
présenter
presenteren, voorstellen
apprendre
leren
exister
bestaan
souffrir
lijden
envoyer
verzenden
expliquer
uitleggen
manger
eten
valoir
waard zijn
oublier
vergeten
rentrer
terugkeren
pousser
duwen, drukken
occuper
bezetten, innemen
compter
tellen