6. architecture et logement

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/177

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

178 Terms

1
New cards

een woonplaats, residentie, verblijf

une résidence

2
New cards

de verblijfplaats

le lieu de résidence

3
New cards

een tweede verblijf

une résidence secondaire

4
New cards

wonen, logeren

loger

5
New cards

een woning

un logement

6
New cards

wonen

habiter

7
New cards

in iets wonen, iets bewonen

habiter qc

8
New cards

een woning

une habitation, une demeure

9
New cards

bouwen

bâtir

10
New cards

een bouwterrein

un terrain à bâtir

11
New cards

een gebouw

un bâtiment

12
New cards

bouwen

construire

13
New cards

een huis laten bouwen

faire construire une maison

14
New cards

de bouw, de constructie

la construction

15
New cards

afbreken, slopen

abattre, démolir

16
New cards

verbouwen

faire des rénovations, des travaux

17
New cards

een plattegrond, een plan

un plan

18
New cards

een (bouw)materiaal, een (bouw)stof

un matériau

19
New cards

bouwmaterialen, bouwstoffen

des matériaux de construction

20
New cards

een baksteen

une brique

21
New cards

een (dak)pan

une tuile

22
New cards

een dak met dakpannen

un toit de tuiles

23
New cards

riet, stro

le chaume

24
New cards

een rieten dak

un toit de chaume

25
New cards

het beton

le béton

26
New cards

een constructie van gewapend beton

une construction en béton armé

27
New cards

een (flat)gebouw

un immeuble

28
New cards

een toren, een torenflat, een wolkenkrabber

une tour

29
New cards

de wolkenkrabbers van la Défense

les tours de la Défense

30
New cards

een wolkenkrabber

un gratte-ciel

31
New cards

een (monumentaal) gebouw

un édifice

32
New cards

een hoog gebouw, een flatgebouw

un building

33
New cards

een sociale huurwoning

une HLM (habitation à loyer modéré)

34
New cards

een appartement, een flat

un appartement

35
New cards

een ruimte

un espace

36
New cards

weinig ruimte hebben

manquer d'espace

37
New cards

de (voor)gevel

la façade

38
New cards

de buitenkant

l'extérieur

39
New cards

de binnenkant

l'intérieur

40
New cards

een eenkamerwoning, een studio

un studio

41
New cards

een tweekamerwoning/-flat

un deux-pièces

42
New cards

ruim

spacieux, spacieuse

43
New cards

een groot appartement met ruime kamers

un grand appartement aux pièces spacieuses

44
New cards

krap, klein, benauwd vb. Ze wonen krap in hun tweekamerwoning.

à l'étroit ex. Ils vivent à l’étroit dans leur deuxpièces.

45
New cards

de (vaste) lasten, de bijkomende kosten

les charges (f. pl)

46
New cards

De huur bedraagt 800 euro, exclusief kosten.

Le loyer s'élève à 800 euros sans les charges.

47
New cards

een rijhuis

une maison mitoyenne

48
New cards

een dubbelwoonst

une villa jumelée

49
New cards

een alleenstaand huis, open bebouwing

une maison individuelle

50
New cards

een bungalow

een bungalow

51
New cards

een huisje, een kleine villa

un pavillon

52
New cards

een kleine villa in de voorstad

un pavillon de banlieue

53
New cards

verhuizen

déménager

54
New cards

de verhuizing

le déménagement

55
New cards

gaan wonen in, betrekken vb. Ze is in het appartement op de derde verdieping gaan wonen.

emménager (dans) ex. Elle a emménagé dans l’appartement du troisième.

56
New cards

inrichten

aménager

57
New cards

zich installeren/vestigen

s'installer

58
New cards

een eigenaar/eigenares

un, une propriétaire

59
New cards

een bezit, een eigendom

une propriété

60
New cards

(ver)huren

louer

61
New cards

Kamer te huur!

Chambre à louer !

62
New cards

de huur

le loyer

63
New cards

een huurder/een huurster

un, une locataire

64
New cards

een onderhuurder/een onderverhuurster

un, une sous-locataire

65
New cards

de (ver)huur

la location

66
New cards

verhuren

mettre en location

67
New cards

een bewoner/een bewoonster

un habitant, une habitante

68
New cards

op de deur kloppen

frapper à la porte

69
New cards

(aan)bellen

sonner

70
New cards

Er is gebeld!

On a sonné !

71
New cards

een (deur)bel

une sonnette

72
New cards

een slot

une serrure

73
New cards

een sleutel

une clé ; une clef

74
New cards

op slot doen, afsluiten

fermer à clé

75
New cards

een deurklink

une poignée de porte

76
New cards

de voordeur

la porte d'entrée

77
New cards

een gang

un couloir

78
New cards

de begane grond

le rez-de-chaussée

79
New cards

een verdieping

un étage

80
New cards

Ik woon op de derde (verdieping).

J'habite au 3e (étage).

81
New cards

een trap

un escalier

82
New cards

de trap opgaan/afgaan

monter/descendre l'escalier ; monter/descendre les escaliers

83
New cards

Hij is met moeite de trap opgekomen.

Il a monté péniblement l’escalier.

84
New cards

een lift

un ascenseur

85
New cards

de lift laten komen

appeler l'ascenseur

86
New cards

de hal, entree

le hall d'entrée

87
New cards

een digitale deurbeveiliging vb. De voordeur is uitgerust met een digitale deurcode.

un digicode ex. La porte d'entrée est équipée d'un digicode.

88
New cards

de overloop

le palier

89
New cards

een buurman op dezelfde etage

un voisin de palier

90
New cards

de zolder

le grenier

91
New cards

een kamer, een ruimte

une pièce

92
New cards

een driekamerflat

un (appartement de) trois pièces

93
New cards

een eetkamer

une salle à manger

94
New cards

een woonkamer

une salle de séjour

95
New cards

een living, een salon

un salon

96
New cards

een kamer

une chambre

97
New cards

een slaapkamer

une chambre (à coucher)

98
New cards

een logeerkamer

la chambre d'amis

99
New cards

een keuken

une cuisine

100
New cards

een kleine keuken

une kitchenette