biologie - biomoleculen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/16

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

17 Terms

1
New cards

koolhydraten (sachariden)

Bestaat uit koolstof (C), waterstof (H) en zuurstof (O) en speelt een onmisbare rol als energiebron, reservestof of structureel materiaal in cellen en organismen

2
New cards

koolhydraten: monosachariden

Hebben meestal 5 tot 6 koolstofatomen en zijn gestabiliseerd door intramoleculaire bindingen (glucose is een zesring/pyranose, fructose een vijfring/furanose, en galactose lijkt op glucose maar verschilt in de OH-oriëntatie)

3
New cards

koolhydraten: disachariden

Twee monosachariden die via een glycosidische binding zijn gekoppeld, waarbij één H₂O-molecuul vrijkomt (voorbeelden: sacarose = glucose + fructose, maltose = glucose + glucose, lactose = glucose + galactose)

4
New cards

koolhydraten: polysachariden

Lange ketens van aan elkaar gekoppelde monosachariden (lineair of vertakt) met verschillende typen glycosidische bindingen (voorbeelden: amylose, amylopectine, cellulose, glycogeen, chitine)

5
New cards

belangrijkste functies en processen van koolhydraten

Energieopslag, directe energie, structurele rol, regulatie en signaalfunctie, voeding en spijsvertering, en industriële toepassingen

6
New cards

lipiden

Zijn hydrofoob (amfipatisch), lossen slecht op in water maar lossen goed op in organische apolaire oplosmiddelen

7
New cards

lipiden: triglyceriden (vet en olie)

Bestaat uit één glycerolmolecuul verbonden via esterbindingen met 3 vetzuren (verzadigd of onverzadigd; vanaf één dubbele binding is het onverzadigd)

8
New cards

lipiden: fosolipiden

Lijken op triglyceriden, maar hebben in plaats van 3 vetzuren een structuur met 2 vetzuren en een fosfaatgroep, wat zorgt voor een hydrofiele kop en hydrofobe staart

9
New cards

lipiden: steroïden

Bestaan uit 4 gefuseerde koolstofringen (belangrijke voorbeelden zijn cholesterol en steroïdhormonen)

10
New cards

belangrijkste functies en processen van lipiden

Energieopslag, isolatie en bescherming, waterafstoting, structuur verlenen, celademhaling en energie, opslag van vitaminen, transport en regulatie

11
New cards

eiwitten: aminozuren

Bestaat uit een aminogroep (NH₂) en carboxylgroep (COOH) verbonden aan één centraal koolstofatoom (samen met H en een restgroep R)

12
New cards

eiwitten: peptidebinding en opbouw

Twee aminozuren binden via carboxyl- en aminogroep waarbij H₂O vrijkomt. Het einde met de aminogroep is de N-terminus en de carboxylkant is de C-terminus (di-, tri- of polypeptide)

13
New cards

eiwitten: primaire structuur

Gevormd door de volgorde van aminozuren in een polypeptideketen, waarbij elk aminozuur direct met het volgende is verbonden in een lineaire keten

14
New cards

eiwitten: secundaire structuur

De lineaire keten vouwt of rolt op, gestabiliseerd door waterstofbruggen (α-helix is een spiraal, β-sheet is een gevouwen structuur in parallelle of antiparallelle strengen)

15
New cards

eiwitten: tertiaire structuur

Delen van de keten met eigen secundaire structuren komen samen en worden gestabiliseerd door disulfidebruggen, ionbindingen en waterstofbruggen tussen restgroepen

16
New cards

eiwitten: quarternaire structuur

De manier waarop meerdere aparte polypeptideketens samen een structureel geheel vormen (wat bijvoorbeeld bepaalt hoeveel zuurstofmoleculen het eiwit kan binden)

17
New cards

belangrijkste functies en processen van eiwitten

Energie en metabolisme, bouw van membranen, enzymatische activiteiten, structuur verlenen, immuniteit, regulatie in de genexpressie, en transport