Comparative Government and Politics begrippen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/125

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

! Alleen begrippen (rood gemarkeerd)

Last updated 1:02 PM on 10/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

126 Terms

1
New cards

political science

de studie van de theorie en praktijk van bestuur en politiek, gericht op de structuur en dynamiek van instituties, politieke processen en politiek gedrag

2
New cards

social science / sociologie

de studie van de menselijke maatschappij en van de gestructureerde interacties tussen mensen in de maatschappij.

3
New cards

comparative politics/vergelijkende politiek

de systematische studie van overheid en politiek in verschillende gemeenschappen, gemaakt om deze beter te begrijpen door de verschillen en overlappen te observeren.

4
New cards

iron law of oligarchy

staten waar de organisatie van politieke partijen (zelfs degene die formeel committed zijn aan democratie) gedomineerd worden door een leidende elite.

5
New cards

theorie

een abstract of gegeneraliseerde benadering voor het uitleggen/begrijpen van een fenomeen/meerdere fenomenen, ondersteund door significant hard bewijs

6
New cards

government/overheid

de instituties en processen waardoor maatschappijen worden gevormd

7
New cards

institutie

een formele/informele organisatie of practice met regels en procedures, gekenmerkt door duurzaamheid en interne complexiteit. (wetgevende organen, rechterlijke instanties)

8
New cards

de instituties van de overheid

uitvoerende, wetgevende, rechterlijke, bureaucratische, politieke partijen

9
New cards

governance

het proces waarbij keuzes, wetten en beleid wordt gemaakt, met of zonder de input van formele instituties.

10
New cards

politiek

het proces waarbij mensen onderhandelen en concurreren in het maken en uitvoeren van collectieve keuzes

11
New cards

macht/power

de capaciteit om expres invloed uit te oefenen, vaak synoniem voor invloed maar ook voor geforceerde invloed (je zin krijgen dmv bedreigingen)

12
New cards

de 3 dimensies van macht

wiens voorkeur overwint, wie bepaalt welke voorkeuren uitgedrukt mogen worden, wie vormt de voorkeuren

13
New cards

autoriteit

het recht om te heersen, vormt zijn eigen macht zo lang mensen deze macht accepteren.

14
New cards

regime

een type politiek, gebaseerd op een set principes, normen, waarden en keuzes-makende procedures

15
New cards

politiek systeem

de interacties en instituties die een regime opmaken

16
New cards

typologie

het systeem waarbij de types van iets (staten, talen, gebouwen etc) geclassificeerd worden aan hun algemene kenmerken. (zo kan je generalisaties maken)

17
New cards

comparative method

proces waarbij meerdere casussen worden vergelijkt om deze beter te begrijpen en theorieën en hypotheses te ontwikkelen

18
New cards

empirische benadering

conclusies gebaseerd op feiten en observaties in plaats van logica/theorie

19
New cards

normatieve benadering

oordelen over wat er had moeten gebeuren/zou moeten gebeuren

20
New cards

behaviouralism

een benadering tot de politicologie wat de nadruk legt op mensen ipv instituties, gefocust op de systematische bestudering van personen

21
New cards

methodologie

de verschillende methodes die zijn gebruikt voor het bestuderen van een fenomeen of probleem

22
New cards

unit of analysis

het object wat wordt bestudeerd in een onderzoek

23
New cards

level of analysis

het niveau van analyse in VP, van macro- (politiek systeem) tot micro- (individueel) niveau

24
New cards

case study methode

een onderzoeksmethode waarin een object en de context daaromheen diepgaand wordt bestudeerd

25
New cards

kwalitatieve methode

een onderzoeksmethode gebaseerd op het bestuderen van een paar casussen in de natuurlijke setting met de nadruk op waarden, meningen, gedrag en context

26
New cards

kwantitatieve methode

een onderzoeksmethode met meer casussen, variabelen wat politieke fenomenen probeert te verklaren met numerieke/statistieke analyse

27
New cards

historische methode

een studie van verschillende casussen door de tijd heen, waar een proces wordt getraceerd wat leidt tot een (al bekende) uitkomst

28
New cards

afhankelijke variabele

factor/element dat we willen verklaren

29
New cards

onafhankelijke variabele

factor/element die de afhankelijke variabele doet beïnvloed, zijn er vaak veel van

30
New cards

counterfactual

gedachte-experiment dat zich afvraagt wat er was gebeurd als een bepaalde factor aanwezig/afwezig was bij een proces

31
New cards

selection bias

een probleem dat voorkomt wanneer geselecteerde cases en variabelen niet representatief zijn van de grotere groep waar ze vandaan komen. 4 soorten

32
New cards

vier soorten selection bias

value bias, confirmation bias, survivorship bias, access bias

33
New cards

globalisatie

proces waarbij links tussen mensen, corporaties en overheden in verschillende staten geïntegreerd met elkaar worden door politieke keuzes, handel, investeringen en technologie.

34
New cards

staat

de legale en politieke autoriteit van een territorium waarin een populatie leeft, gemarkeerd door grenzen

35
New cards

soevereiniteit

het vermogen om te regeren en om keuzes te maken binnen een politieke gemeenschap zonder invloed van interne of externe tegenstanders of actoren

36
New cards

legitimiteit

legitiem zijn, een legitieme staat is gebaseerd op autoriteit en op de erkenning van die autoriteit door de bevolking en andere staten

37
New cards

burgerschap

het idee een volledige deelnemer van een staat te zijn, recht hebben op rechten en aangewezen bent op de taken die bij deze status horen. vaak vastgesteld in een paspoort/identiteitsbewijs

38
New cards

interpretivisme

een benadering op politicologie gebaseerd op het argument dat politiek gevormd is door de ideeën die we erover hebben

39
New cards

Westfaalse systeem

het moderne staatsysteem dat is gebaseerd op de Vrede van Westfalen (1648) gebaseerd op de soevereiniteit van staten en politieke zelfbeschikking

40
New cards

natuurrechten

het idee dat grondrechten (recht op leven, vrijheid, eigendom etc.) aan mensen gegeven zijn door God/de natuur en onafhankelijk van beleid gerespecteerd moeten worden (Locke)

41
New cards

quasi-staten

staten die bestaan en erkend worden onder internationaal recht, maar de overheid weinig controle heeft (Somalië)

42
New cards

de facto staten

staten die niet erkend worden onder internationaal recht, maar wel effectief beleid voeren over een gebied (Kosovo, Taiwan, Somaliland)

43
New cards

natie

een cultureel en historisch concept dat een groep van mensen beschrijft die zich met elkaar identificeren op basis van gedeelde geschiedenis, cultuur, taal etc.

44
New cards

zelfbeschikking

het vermogen om zonder externe compulsie dingen uit te voeren, het recht voor mensen om hun eigen overheid te hebben

45
New cards

natiestaat

een staat waar burgers een gedeelde nationale identiteit hebben

46
New cards

multinationale staat

een staat met meerdere nationale groepen onder één overheid

47
New cards

regionale integratie

proces waarbij staten politieke en economische verbindingen leggen wat resulteert in delen van autoriteit over beleid wanneer coöperatie beter lijkt dan competitie.

48
New cards

nationalisme

het geloof dat een groep mensen met een nationale identiteit het recht heeft om een onafhankelijke staat te vormen en zichzelf te besturen.

49
New cards

xenofobie

de angst, afwijzing of uitsluiting van “buitenlanders” in een gemeenschap/staat, vaak hand in hand met racisme en nativisme

50
New cards

nativisme

het geloof dat de interesses van natives belangrijker zijn dan die van immigranten

51
New cards

veiligheidsstaat

een staat die probeert hun bevolking te tracken door bijv. CCTV en het monitoren van telefoons

52
New cards

falende staat

een staat met zwakke overheidsinstituties, diepe interne verdeeldheden en waar de basisbenodigdheden van mensen niet meer worden voorzien (bijv. Eritrea, Haïti, Somalia)

53
New cards

democratie

een politiek regime waarin overheid is gebaseerd op een eerlijk en open mandaat van alle gekwalificeerde burgers van een maatschappij

54
New cards

polyarchy

bestuur door velen ipv allen, niet iedereen speelt een gelijke rol in de democratie

55
New cards

full democracy

politiek regime met sterke democratie, gereflecteerd in openheid en efficiëntie van de overheid en de bescherming van rechten.

56
New cards

flawed democracy

politiek regime dat vooral democratisch is maar problemen heeft in de kwaliteit van bestuur (mediarechten, politieke participatie etc.)

57
New cards

direct democracy

een systeem van bestuur waarbij alle leden vd maatschappij deelnemen in keuzes maken die de maatschappij beïnvloeden

58
New cards

e-democracy

een vorm van democratische uitdrukking waarin iedereen zich via sociale media kan uitdrukken over problemen/onderwerpen

59
New cards

public sphere

een arena waar burgers samenkomen om gedeelde interesses en zorgen te delen, vrij van de invloed van de overheid, staat en media

60
New cards

representatieve democratie

een indirecte vorm van overheid waar leden van een maatschappij mensen verkiezen om hun interesses te representeren en keuzes te maken voor de maatschappij

61
New cards

liberale democratie

een vorm van indirecte democratie wat representatie combineert met de constitutionele bescherming van individuele rechten

62
New cards

limited government

het geloof dat garanties gemaakt moeten worden voor burgers door limieten in te voeren op de macht van de overheid

63
New cards

liberalisme

geloof in de hoge waarde van het individu, die natuurrechten heeft onafhankelijk van de overheid, en beschermd moet worden tegen ‘te veel’ overheid

64
New cards

checks and balances

regeling waar overheidsinstituties machten krijgen die elkaar tegenwegen, wat ze forceert samen te werken om beleid uit te voeren

65
New cards

illiberale democratie

politiek regime waarin overheden democratisch worden verkozen, maar dan proberen burgerrechten en vrijheden te verminderen

66
New cards

mensenrechten

natuurlijke, universele rechten die elk mens heeft

67
New cards

civil liberties/burgerlijke vrijheden

de rechten die burgers hebben relatief tot de overheid en die niet beperkt zouden moeten worden door de overheid

68
New cards

civil rights/burgerrechten

de rechten die burgers hebben relatief tot de overheid én andere individuen

69
New cards

structureel geweld

de sociale, politieke en/of economische onderdrukking ingebouwd in het systeem en gericht op bepaalde groepen

70
New cards

autoritarisme

politiek systeem waarin overheid wordt bestuurd door de elite zonder open mandaat van burgers, wie geen gelijke rechten hebben

71
New cards

dictatuur/autocratie/despotisme

politiek systeem waarin een leider/elite een combinatie van onderdrukking en loyaliteit gebruiken om macht te behouden

72
New cards

hybride regime

politiek regime wat kenmerken van democratie heeft, maar wiens instituties, rechten en beleid gemanipuleerd zijn om macht van leiders/elite te behouden

73
New cards

autoritair regime

politiek regime gebaseerd op onderwerping aan besturende elite, gelimiteerde politiek pluralisme, gecentraliseerde politieke macht, intolerantie van oppositie en schendingen van mensenrechten

74
New cards

coercion/dwang

gebruik van bedreigingen, sancties of geweld tegen groepen om acties te stoppen/stimuleren

75
New cards

patronage/beschermheerschap

support, privilege en aanmoediging van een individu/organisatie naar de ander, vaak voor politieke privileges/afspraken

76
New cards

totalitarisme

meest absolute vorm van overheid, gebaseerd rondom een superieure leider, een leidende ideologie en totale politieke controle over alle aspecten van openbaar- en privéleven

77
New cards

absolute monarchie

regimesoort waarin een monarch vrijwel alle macht heeft en andere overheidsinstituties verminderde macht hebben

78
New cards

presidentiële monarchie

regimesoort waarin een dictator zijn best doet zijn hele leven president te blijven (zoals een monarch)

79
New cards

personalisme

autoriteit is gebaseerd rondom persoonlijke banden tussen leiders en associates en aanhangers

80
New cards

cult of personality

wanneer leiders media, propaganda en politieke instituties gebruiken om te domineren over een politiek systeem

81
New cards

militair regime

regimesoort waar de overheid bestaat uit militairen, of waar burgerleiders gecontroleerd worden door militaire leiders

82
New cards

politieke cultuur

individuele en groep waardes, geloven, gedrag, normen en verwachtingen over politiek en overheid

83
New cards

elite politieke cultuur

de poitieke normen en waarden van de mensen die het dichtst bij politieke macht staan

84
New cards

identity politics

politieke posities gebaseerd op associatie met bepaalde identiteit zoals gender, leeftijd, etniciteit en religie

85
New cards

civic culture/burgercultuur

politieke cultuur waarin de meeste mensen accepteren dat ze betrokken moeten zijn in de politiek en dat de staat autoriteit heeft

86
New cards

post-materialisme

waarden die quality of life belangrijker vinden dan materialistische waarden zoals economische groei en fysieke veiligheid

87
New cards

populisme

politiek programma/beweging gebaseerd op het vooropstellen van de rechten en interesses van “het volk” tegenover de leidende elite

88
New cards

politiek vertrouwen

het geloof dat leiders in het algemeen goede bedoelingen hebben en effectief zijn in luisteren naar het volk

89
New cards

constituties

documenten waar de machten, instituties en structuur van de overheid in staan, samen met de rechten van burgers en grenzen van de overheid

90
New cards

de vier rollen van de constitutie

superieure wet, structureren instituties, ondersteunen van de macht van de wet, reguleren macht van de staat

91
New cards

bill of rights

lijst van de rechten van burgers van een staat in de constitutie, gemaakt om machtsmisbruik van de overheid te voorkomen

92
New cards

verschil codified/uncodified constitutie

codified is in een document, uncodified is over meerdere documenten verspreid

93
New cards

entrenchment/verankering

de legale procedures voor het aanpassen van een constitutie, een rigid constitution kan niet makkelijk aangepast worden en is dus entrenched.

94
New cards

eternity clause

een deel van de constitutie die nooit veranderd of verwijderd kan worden

95
New cards

judiciary/rechterlijke macht

collectieve term voor alle rechters die de wet gebruiken om de constitutie in stand te houden

96
New cards

judicial review

de macht van een rechtbank om een wet of actie bedacht door de overheid ongeldig te verklaren als deze in strijd is met de constitutie

97
New cards

cassatie

de macht van de hoogste rechtszaal om keuzes van lagere rechtszalen te toetsen

98
New cards

institutionalisme

een benadering van politicologie die focust op de structuren en dynamiek van overheidsinstituties

99
New cards

New institutionalism

een heropleving van institutionalisme die verder gaat dan formele regels maar ook kijkt hoe deze regels keuzes en interesses vormen

100
New cards

concrete review

oordelen gebaseerd op de constitutionele validiteit van de wet, beleid of overheidsactie in de context van een specifiek geval