1/125
! Alleen begrippen (rood gemarkeerd)
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
political science
de studie van de theorie en praktijk van bestuur en politiek, gericht op de structuur en dynamiek van instituties, politieke processen en politiek gedrag
social science / sociologie
de studie van de menselijke maatschappij en van de gestructureerde interacties tussen mensen in de maatschappij.
comparative politics/vergelijkende politiek
de systematische studie van overheid en politiek in verschillende gemeenschappen, gemaakt om deze beter te begrijpen door de verschillen en overlappen te observeren.
iron law of oligarchy
staten waar de organisatie van politieke partijen (zelfs degene die formeel committed zijn aan democratie) gedomineerd worden door een leidende elite.
theorie
een abstract of gegeneraliseerde benadering voor het uitleggen/begrijpen van een fenomeen/meerdere fenomenen, ondersteund door significant hard bewijs
government/overheid
de instituties en processen waardoor maatschappijen worden gevormd
institutie
een formele/informele organisatie of practice met regels en procedures, gekenmerkt door duurzaamheid en interne complexiteit. (wetgevende organen, rechterlijke instanties)
de instituties van de overheid
uitvoerende, wetgevende, rechterlijke, bureaucratische, politieke partijen
governance
het proces waarbij keuzes, wetten en beleid wordt gemaakt, met of zonder de input van formele instituties.
politiek
het proces waarbij mensen onderhandelen en concurreren in het maken en uitvoeren van collectieve keuzes
macht/power
de capaciteit om expres invloed uit te oefenen, vaak synoniem voor invloed maar ook voor geforceerde invloed (je zin krijgen dmv bedreigingen)
de 3 dimensies van macht
wiens voorkeur overwint, wie bepaalt welke voorkeuren uitgedrukt mogen worden, wie vormt de voorkeuren
autoriteit
het recht om te heersen, vormt zijn eigen macht zo lang mensen deze macht accepteren.
regime
een type politiek, gebaseerd op een set principes, normen, waarden en keuzes-makende procedures
politiek systeem
de interacties en instituties die een regime opmaken
typologie
het systeem waarbij de types van iets (staten, talen, gebouwen etc) geclassificeerd worden aan hun algemene kenmerken. (zo kan je generalisaties maken)
comparative method
proces waarbij meerdere casussen worden vergelijkt om deze beter te begrijpen en theorieën en hypotheses te ontwikkelen
empirische benadering
conclusies gebaseerd op feiten en observaties in plaats van logica/theorie
normatieve benadering
oordelen over wat er had moeten gebeuren/zou moeten gebeuren
behaviouralism
een benadering tot de politicologie wat de nadruk legt op mensen ipv instituties, gefocust op de systematische bestudering van personen
methodologie
de verschillende methodes die zijn gebruikt voor het bestuderen van een fenomeen of probleem
unit of analysis
het object wat wordt bestudeerd in een onderzoek
level of analysis
het niveau van analyse in VP, van macro- (politiek systeem) tot micro- (individueel) niveau
case study methode
een onderzoeksmethode waarin een object en de context daaromheen diepgaand wordt bestudeerd
kwalitatieve methode
een onderzoeksmethode gebaseerd op het bestuderen van een paar casussen in de natuurlijke setting met de nadruk op waarden, meningen, gedrag en context
kwantitatieve methode
een onderzoeksmethode met meer casussen, variabelen wat politieke fenomenen probeert te verklaren met numerieke/statistieke analyse
historische methode
een studie van verschillende casussen door de tijd heen, waar een proces wordt getraceerd wat leidt tot een (al bekende) uitkomst
afhankelijke variabele
factor/element dat we willen verklaren
onafhankelijke variabele
factor/element die de afhankelijke variabele doet beïnvloed, zijn er vaak veel van
counterfactual
gedachte-experiment dat zich afvraagt wat er was gebeurd als een bepaalde factor aanwezig/afwezig was bij een proces
selection bias
een probleem dat voorkomt wanneer geselecteerde cases en variabelen niet representatief zijn van de grotere groep waar ze vandaan komen. 4 soorten
vier soorten selection bias
value bias, confirmation bias, survivorship bias, access bias
globalisatie
proces waarbij links tussen mensen, corporaties en overheden in verschillende staten geïntegreerd met elkaar worden door politieke keuzes, handel, investeringen en technologie.
staat
de legale en politieke autoriteit van een territorium waarin een populatie leeft, gemarkeerd door grenzen
soevereiniteit
het vermogen om te regeren en om keuzes te maken binnen een politieke gemeenschap zonder invloed van interne of externe tegenstanders of actoren
legitimiteit
legitiem zijn, een legitieme staat is gebaseerd op autoriteit en op de erkenning van die autoriteit door de bevolking en andere staten
burgerschap
het idee een volledige deelnemer van een staat te zijn, recht hebben op rechten en aangewezen bent op de taken die bij deze status horen. vaak vastgesteld in een paspoort/identiteitsbewijs
interpretivisme
een benadering op politicologie gebaseerd op het argument dat politiek gevormd is door de ideeën die we erover hebben
Westfaalse systeem
het moderne staatsysteem dat is gebaseerd op de Vrede van Westfalen (1648) gebaseerd op de soevereiniteit van staten en politieke zelfbeschikking
natuurrechten
het idee dat grondrechten (recht op leven, vrijheid, eigendom etc.) aan mensen gegeven zijn door God/de natuur en onafhankelijk van beleid gerespecteerd moeten worden (Locke)
quasi-staten
staten die bestaan en erkend worden onder internationaal recht, maar de overheid weinig controle heeft (Somalië)
de facto staten
staten die niet erkend worden onder internationaal recht, maar wel effectief beleid voeren over een gebied (Kosovo, Taiwan, Somaliland)
natie
een cultureel en historisch concept dat een groep van mensen beschrijft die zich met elkaar identificeren op basis van gedeelde geschiedenis, cultuur, taal etc.
zelfbeschikking
het vermogen om zonder externe compulsie dingen uit te voeren, het recht voor mensen om hun eigen overheid te hebben
natiestaat
een staat waar burgers een gedeelde nationale identiteit hebben
multinationale staat
een staat met meerdere nationale groepen onder één overheid
regionale integratie
proces waarbij staten politieke en economische verbindingen leggen wat resulteert in delen van autoriteit over beleid wanneer coöperatie beter lijkt dan competitie.
nationalisme
het geloof dat een groep mensen met een nationale identiteit het recht heeft om een onafhankelijke staat te vormen en zichzelf te besturen.
xenofobie
de angst, afwijzing of uitsluiting van “buitenlanders” in een gemeenschap/staat, vaak hand in hand met racisme en nativisme
nativisme
het geloof dat de interesses van natives belangrijker zijn dan die van immigranten
veiligheidsstaat
een staat die probeert hun bevolking te tracken door bijv. CCTV en het monitoren van telefoons
falende staat
een staat met zwakke overheidsinstituties, diepe interne verdeeldheden en waar de basisbenodigdheden van mensen niet meer worden voorzien (bijv. Eritrea, Haïti, Somalia)
democratie
een politiek regime waarin overheid is gebaseerd op een eerlijk en open mandaat van alle gekwalificeerde burgers van een maatschappij
polyarchy
bestuur door velen ipv allen, niet iedereen speelt een gelijke rol in de democratie
full democracy
politiek regime met sterke democratie, gereflecteerd in openheid en efficiëntie van de overheid en de bescherming van rechten.
flawed democracy
politiek regime dat vooral democratisch is maar problemen heeft in de kwaliteit van bestuur (mediarechten, politieke participatie etc.)
direct democracy
een systeem van bestuur waarbij alle leden vd maatschappij deelnemen in keuzes maken die de maatschappij beïnvloeden
e-democracy
een vorm van democratische uitdrukking waarin iedereen zich via sociale media kan uitdrukken over problemen/onderwerpen
public sphere
een arena waar burgers samenkomen om gedeelde interesses en zorgen te delen, vrij van de invloed van de overheid, staat en media
representatieve democratie
een indirecte vorm van overheid waar leden van een maatschappij mensen verkiezen om hun interesses te representeren en keuzes te maken voor de maatschappij
liberale democratie
een vorm van indirecte democratie wat representatie combineert met de constitutionele bescherming van individuele rechten
limited government
het geloof dat garanties gemaakt moeten worden voor burgers door limieten in te voeren op de macht van de overheid
liberalisme
geloof in de hoge waarde van het individu, die natuurrechten heeft onafhankelijk van de overheid, en beschermd moet worden tegen ‘te veel’ overheid
checks and balances
regeling waar overheidsinstituties machten krijgen die elkaar tegenwegen, wat ze forceert samen te werken om beleid uit te voeren
illiberale democratie
politiek regime waarin overheden democratisch worden verkozen, maar dan proberen burgerrechten en vrijheden te verminderen
mensenrechten
natuurlijke, universele rechten die elk mens heeft
civil liberties/burgerlijke vrijheden
de rechten die burgers hebben relatief tot de overheid en die niet beperkt zouden moeten worden door de overheid
civil rights/burgerrechten
de rechten die burgers hebben relatief tot de overheid én andere individuen
structureel geweld
de sociale, politieke en/of economische onderdrukking ingebouwd in het systeem en gericht op bepaalde groepen
autoritarisme
politiek systeem waarin overheid wordt bestuurd door de elite zonder open mandaat van burgers, wie geen gelijke rechten hebben
dictatuur/autocratie/despotisme
politiek systeem waarin een leider/elite een combinatie van onderdrukking en loyaliteit gebruiken om macht te behouden
hybride regime
politiek regime wat kenmerken van democratie heeft, maar wiens instituties, rechten en beleid gemanipuleerd zijn om macht van leiders/elite te behouden
autoritair regime
politiek regime gebaseerd op onderwerping aan besturende elite, gelimiteerde politiek pluralisme, gecentraliseerde politieke macht, intolerantie van oppositie en schendingen van mensenrechten
coercion/dwang
gebruik van bedreigingen, sancties of geweld tegen groepen om acties te stoppen/stimuleren
patronage/beschermheerschap
support, privilege en aanmoediging van een individu/organisatie naar de ander, vaak voor politieke privileges/afspraken
totalitarisme
meest absolute vorm van overheid, gebaseerd rondom een superieure leider, een leidende ideologie en totale politieke controle over alle aspecten van openbaar- en privéleven
absolute monarchie
regimesoort waarin een monarch vrijwel alle macht heeft en andere overheidsinstituties verminderde macht hebben
presidentiële monarchie
regimesoort waarin een dictator zijn best doet zijn hele leven president te blijven (zoals een monarch)
personalisme
autoriteit is gebaseerd rondom persoonlijke banden tussen leiders en associates en aanhangers
cult of personality
wanneer leiders media, propaganda en politieke instituties gebruiken om te domineren over een politiek systeem
militair regime
regimesoort waar de overheid bestaat uit militairen, of waar burgerleiders gecontroleerd worden door militaire leiders
politieke cultuur
individuele en groep waardes, geloven, gedrag, normen en verwachtingen over politiek en overheid
elite politieke cultuur
de poitieke normen en waarden van de mensen die het dichtst bij politieke macht staan
identity politics
politieke posities gebaseerd op associatie met bepaalde identiteit zoals gender, leeftijd, etniciteit en religie
civic culture/burgercultuur
politieke cultuur waarin de meeste mensen accepteren dat ze betrokken moeten zijn in de politiek en dat de staat autoriteit heeft
post-materialisme
waarden die quality of life belangrijker vinden dan materialistische waarden zoals economische groei en fysieke veiligheid
populisme
politiek programma/beweging gebaseerd op het vooropstellen van de rechten en interesses van “het volk” tegenover de leidende elite
politiek vertrouwen
het geloof dat leiders in het algemeen goede bedoelingen hebben en effectief zijn in luisteren naar het volk
constituties
documenten waar de machten, instituties en structuur van de overheid in staan, samen met de rechten van burgers en grenzen van de overheid
de vier rollen van de constitutie
superieure wet, structureren instituties, ondersteunen van de macht van de wet, reguleren macht van de staat
bill of rights
lijst van de rechten van burgers van een staat in de constitutie, gemaakt om machtsmisbruik van de overheid te voorkomen
verschil codified/uncodified constitutie
codified is in een document, uncodified is over meerdere documenten verspreid
entrenchment/verankering
de legale procedures voor het aanpassen van een constitutie, een rigid constitution kan niet makkelijk aangepast worden en is dus entrenched.
eternity clause
een deel van de constitutie die nooit veranderd of verwijderd kan worden
judiciary/rechterlijke macht
collectieve term voor alle rechters die de wet gebruiken om de constitutie in stand te houden
judicial review
de macht van een rechtbank om een wet of actie bedacht door de overheid ongeldig te verklaren als deze in strijd is met de constitutie
cassatie
de macht van de hoogste rechtszaal om keuzes van lagere rechtszalen te toetsen
institutionalisme
een benadering van politicologie die focust op de structuren en dynamiek van overheidsinstituties
New institutionalism
een heropleving van institutionalisme die verder gaat dan formele regels maar ook kijkt hoe deze regels keuzes en interesses vormen
concrete review
oordelen gebaseerd op de constitutionele validiteit van de wet, beleid of overheidsactie in de context van een specifiek geval