3.1. de architectuur van eiwitten

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/51

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

52 Terms

1
New cards

aminozuren

  • centraal C-atoom

  • aminogroep

  • carboxylgroep

  • waterstofatoom

  • variabele zijketen

  • meestal L-vorm

  • kleinste- glycine


2
New cards

essentiële aminozuren

PVT TIM HALL

3
New cards

aminozuren met alifatische zijketens, hydrofoob

AVLI

4
New cards

aminozuren met aromatische zijketens, hydrofoob

FYW

5
New cards

aminozuren zwavelatoom, hydrofoob

MC

6
New cards

aminozuren negatief geladen, hydrofiel

DE

7
New cards

aminozuren positief gelaten, hydrofiel

KRH

8
New cards

aminozuren neutraal

NQST

9
New cards

gemiddelde moleculair gewicht aminozuren

110 Da

10
New cards

primaire structuur

  • peptidebinding (amidebinding)

  • aminozuursequentie

  • N van het tweede AZ aan C van eerste AZ vasthechten

  • iso-elektrisch punt: pH waarbij nettolading 0 is

  • homologe eiwitten: gemeenschappelijke voorouder

  • identieke eiwitten


11
New cards

Welke drie hoeken beschrijven rotatie in de polypeptideruggengraat?

φ: N–Cα; ψ: Cα–C; ω: C–N.

12
New cards

Waarom is rotatie rond de peptidebinding beperkt?

Door het gedeeltelijk dubbelbindingskarakter; de betrokken atomen liggen vrijwel in één vlak.

13
New cards
14
New cards

Wat zijn de ω-hoeken bij trans en cis?

Trans: 180°; cis: 0°. Trans is meestal energetisch gunstiger.

15
New cards

Wat beperkt de toegelaten φ- en ψ-hoeken?

Sterische hindering: atomen kunnen elkaar niet onbeperkt naderen.

16
New cards

Wat toont een Ramachandran-plot?

De toegelaten combinaties van de dihedrale hoeken φ en ψ

17
New cards

Waarom heeft glycine meer toegelaten conformaties?

Glycine heeft slechts een H als zijketen en ondervindt weinig sterische hindering.

18
New cards

Waarom heeft proline minder toegelaten conformaties?

De cyclische zijketen beperkt de bewegingsvrijheid van de polypeptideruggengraat.

19
New cards

Wat stabiliseert secundaire eiwitstructuren

Vooral H-bruggen tussen delen van de polypeptideruggengraat.

20
New cards

Hoe ontstaan H-bruggen in een α-helix?

Tussen de C=O-groep van aminozuur i en de N–H-groep van aminozuur i+4.

21
New cards

Welke vorm heeft een α-helix?

Een rechtshandige helix met de zijketens naar buiten.

22
New cards

In welke richting wijst het dipoolmoment van een α-helix?

De positieve lading bevindt zich aan de aminoterminale zijde.

23
New cards

Wat stabiliseert een α-helix naast H-bruggen?

Van-der-Waals-stapeling tussen zijketens.

24
New cards

Welke aminozuren destabiliseren vaak een α-helix?

Glycine en proline.

25
New cards

Wat is een Edmunson-wielprojectie?

Een projectie die de verdeling van aminozuurzijketens rond een α-helix toont.

26
New cards

Wanneer is een α-helix amfipatisch?

Wanneer één zijde hydrofiel en de andere hydrofoob is.

27
New cards

Hoe herken je een transmembraan-α-helix aan de aminozuursamenstelling?

Ze bevat vrijwel uitsluitend hydrofobe aminozuren.

28
New cards

Hoe ontstaat een β-vouwblad?

Door H-bruggen tussen amino- en carbonylgroepen van naburige β-strengen.

29
New cards

Welke twee hoofdtypen β-vouwbladen bestaan er?

Parallelle en antiparallelle β-vouwbladen.

30
New cards

Hoe lopen β-strengen in een parallel β-vouwblad?

De polypeptideketens lopen in dezelfde N-naar-C-richting.

31
New cards

Hoe lopen β-strengen in een antiparallel β-vouwblad?

De polypeptideketens lopen in tegengestelde N-naar-C-richting.

32
New cards

Hoe liggen de H-bruggen in een antiparallel β-vouwblad?

Ze liggen vrijwel lineair tussen de β-strengen.

33
New cards

Hoe liggen de H-bruggen in een parallel β-vouwblad?

Ze liggen schuin tussen de β-strengen

34
New cards

Hoe is een β-vouwblad ruimtelijk opgebouwd?

De strengen liggen in een geplooid vlak; R-groepen steken afwisselend boven en onder uit.

35
New cards

Wat stabiliseert een β-vouwblad?

H-bruggen en van-der-Waals-interacties tussen naburige zijketens.

36
New cards


Wat is een β-bocht?

Een regelmatige structuur die de polypeptideketen ongeveer 180° laat keren.

37
New cards

Welke aminozuren komen vaak voor in β-bochten?

Glycine en proline, door hun specifieke conformationele eigenschappen.

38
New cards

Welke H-brug wordt typisch gevormd in een β-bocht van vier aminozuren?

Tussen de carbonylgroep van aminozuur 1 en de aminogroep van aminozuur 4.

39
New cards

Wat is het verschil tussen een β-bocht en een lus?

Een β-bocht is kort en regelmatig; een lus is langer en heeft geen regelmatig patroon.

40
New cards

Hoe lang zijn lussen meestal?

Meestal 5–16 aminozuurresiduen.

41
New cards

Welke aminozuren zijn vaak rijkelijk aanwezig in lussen?

Hydrofiele aminozuren.

42
New cards

Waarom zijn lussen functioneel belangrijk?

Ze liggen vaak aan het eiwitoppervlak en kunnen interacties aangaan.

43
New cards

Hoe kunnen hydrofobe residuen in een lus bijdragen aan stabiliteit?

Door interactie met andere aminozuren van het eiwit.

44
New cards

Wat zijn supersecundaire structuren of structurele motieven?

Terugkerende combinaties van secundaire structuurelementen in eiwitten.

45
New cards

Wat is typisch voor supersecundaire structuren tegenover domeinen?

Ze vormen meestal geen stabiele, zelfstandige structurele eenheid.

46
New cards

Welke elementen kunnen supersecundaire structuren vormen?

α-helixen, β-strengen of combinaties daarvan.

47
New cards

Wat zijn topologiediagrammen?

Schematische 2D-weergaven van de opeenvolging van secundaire structuren in een eiwit.

48
New cards

Wat verbindt een α-helix-lus-α-helixmotief?

Twee α-helixen die door een lus verbonden zijn.

49
New cards

Welke eiwitten gebruiken vaak een α-helix-lus-α-helixmotief om DNA te binden?

Veel transcriptiefactoren en repressoren.

50
New cards

Welke ionen binden vaak aan een α-helix-lus-α-helixmotief?

Ca²⁺-ionen in bepaalde calcium-bindende eiwitten.

51
New cards

Wat is de EF-handstructuur?

Een Ca²⁺-bindend supersecundair motief met twee α-helixen verbonden door een lus.

52
New cards

Welke aminozuurposities in de EF-handlus kunnen Ca²⁺ coördineren?

Posities 1, 3, 5 en 12 leveren zijketens die het ion kunnen coördineren