NW THEMA 3: CELTYPES EN DIERLIJKE SYSTEMEN

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/13

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:51 PM on 11/16/24
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

14 Terms

1
New cards

hoe ontstaan de meeste meercellige organismen?

De meeste meercellige organismen ontstaan uit een bevruchte eicel, die dankzij de voortplanting wordt gevormd.

2
New cards

wat is celdifferentiatie?

Dat is een proces waarbij een weinig gespecialiseerde cel zich omvormt tot een meer gespecialiseerde cel. Daardoor krijgt de cel een bepaalde vorm, grootte en functie: ze voert specifieke processen uit.

3
New cards

wat zijn stamcellen?

Niet- of onvolledig gedifferentieerde cellen bij dieren noem je stamcellen. Alle zoogdieren ontstaan uit een bevruchte eicel. Dat is een stamcel die nog alle weefseltypes kan vormen. Verder in de ontwikkeling komen stamcellen voor die zich in steeds minder celtypes kunnen differentiëren.

4
New cards

hoe zit het met de stamcellen in beenmerg?

Na de geboorte komen er nog enkel stamcellen voor die zich tot een beperkt aantal celtypes kunnen differentiëren.

Een voorbeeld zijn de stamcellen van het beenmerg. Zij zorgen onder andere voor de aanmaak van de verschillende bloedcellen

5
New cards

wat is epitheelweefsel?

De huid en de binnenzijde van het ademhalingsstelsel, het voortplantingsstelsel, het uitscheidingsstelsel en het spijsverteringsstelsel zijn bekleed met epitheelweefsel. Dat weefsel vormt de grens tussen het externe en het interne milieu.

6
New cards

waaruit bestaat epitheelweefsel?

De cellen van het epitheelweefsel zijn onderling sterk met elkaar verbonden door speciale eiwitstructuren. Die sterke onderlinge verankeringen zorgen ervoor dat lichaamsvreemde stoffen of micro-organismen niet of moeilijk de cellen van het interne milieu bereiken.

De cellen van epitheelweefsels zijn afgeplat of kubisch van vorm.

7
New cards

hoe werkt de dunne darm?

Omdat de organische stoffen in het voedsel te groot zijn om doorheen de darmwand tot in het bloed te komen, worden ze in het spijsverteringsstelsel afgebroken tot kleinere eenheden, die de cellen van de dunne darm kunnen opnemen.

De kleinere eenheden of nutriënten worden opgenomen langs het deel van de dunne darm dat in contact staat met de voedselbrij.

De snelheid waarmee dat gebeurt, hangt af van de grootte van het contactoppervlak van de dunne darm.

8
New cards

hoe zit het met de binnenkant van de dunne darm?

De binnenkant van de dunne darm is sterk geplooid, waardoor er darmplooien worden gevormd. De darmplooien vertonen vingervormige uitstulpingen van het celmembraan, de darmvlokken of villi.

De darmvlokken worden begrensd door het darmepitheel met microvilli. De darmplooien, darmvlokken en microvilli zorgen voor een beduidende oppervlaktevergroting, wat heel belangrijk is voor een goede darmfunctie.

9
New cards

wat doet een zaadcel?

Bij een bevruchting versmelt een zaadcel met een eicel tot een zygote. Zaadcellen moeten dus in staat zijn om zich richting een eicel te bewegen.

Het is bovendien een race: een eicel kan maar door één zaadcel bevrucht worden, dus is het belangrijk dat de zaadcellen zo snel mogelijk de eicel bereiken.

10
New cards

waaruit bestaat een zaadcel?

Een zaadcel bestaat uit:

een kop met een celkern, die omgeven is door een celmembraan (overtollig cytoplasma wordt tijdens de vorming van de zaadcel afgesnoerd);

een blaasje met enzymen om het eicelmembraan te doorboren;

een zweepstaart die kan roteren;

een reeks mitochondriën in een kraag rond de basis van de zweepstaart.

11
New cards

waardoor beweegt de zweepstaart van de zaadcel?

De energie die afkomstig is van de mitochondriën, wordt gebruikt om de zweepstaart te bewegen.

12
New cards

waarom doen we aan ademhaling? het ademhalingsstelsel.

Cellen in zoogdieren gebruiken de aerobe celademhaling om glucose te oxideren en ATP aan te maken.

Voor de aerobe celademhaling is de aanwezigheid van zuurstofgas essentieel.

13
New cards

het ademhalingsstelsel

Via het ademhalingsstelsel adem je verse lucht (zuurstofgas) in.

De longblaasjes in de longen zijn omgeven door dunne longhaarvaten waardoor bloed stroomt.

De rode bloedcellen staan in voor de opname van zuurstofgas uit de lucht in de longen en het transport ervan naar de weefsels.

14
New cards

hoe werkt het ademhalingsstelsel?

De rode bloedcellen zitten vol met hemoglobine, een eiwit dat zuurstofgas kan binden. De rode bloedcellen hebben de vorm van een schijf die in het midden is ingedeukt.

Die vorm laat een optimale uitwisseling van gassen toe. De diameter van rode bloedcellen is net iets groter dan die van haarvaten. Wanneer de bloedcellen door haarvaten gaan, worden de cellen dus een beetje samengeduwd.

Daardoor vergroot het contact met de wand van het bloedvat, zodat het zuurstofgas sneller wordt uitgewisseld met de omgeving.