Wiskunde: Getallen en Bewerkingen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
full-widthPodcast
1
Card Sorting

1/23

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Woordenlijst-flitskaarten voor wiskunde over bewerkingen, rekenvolgorde, breuken, negatieve getallen en grote getallen.

24 Terms

1
New cards

Bewerkingen

De vier wiskundige rekenhandelingen: optellen (++), aftrekken (−-), vermenigvuldigen (×\times of ⋅\cdot) en delen (::).

2
New cards

Product

De uitkomst van een vermenigvuldiging.

3
New cards

Factoren

De getallen die met elkaar worden vermenigvuldigd om een product te krijgen (bijvoorbeeld 33 en 88 in de vermenigvuldiging 3×8=243 \times 8 = 24).

4
New cards

Vermenigvuldigingspunt (⋅\cdot)

Het leesteken dat in de wiskunde meestal in plaats van een kruisje (×\times) wordt geschreven om een vermenigvuldiging aan te duiden.

5
New cards

Quotiënt

De uitkomst van een deling (gedeeld-door-som).

6
New cards

Som

De uitkomst van een optelling.

7
New cards

Termen

De getallen die bij elkaar worden opgeteld in een som (bijvoorbeeld 88 en 1111 in 8+11=198 + 11 = 19).

8
New cards

Verschil

De uitkomst van een aftrekking.

9
New cards

Rekenvolgorde

De vaste stappen voor het oplossen van berekeningen: 1. Eerst binnen de haakjes uitrekenen; 2. Vermenigvuldigen en delen van links naar rechts; 3. Optellen en aftrekken van links naar rechts.

10
New cards

Teller

Het bovenste getal van een breuk; dit geeft aan hoeveel delen van het geheel worden geteld.

11
New cards

Noemer

Het onderste getal van een breuk; dit geeft aan in hoeveel gelijke delen het geheel is verdeeld (door hoeveel er gedeeld wordt).

12
New cards

Gelijknamige breuken

Breuken die dezelfde noemer hebben.

13
New cards

Breuk vereenvoudigen

De teller en de noemer door hetzelfde getal delen, net zo lang tot ze geen gemeenschappelijke deler meer hebben.

14
New cards

Positieve getallen

Alle getallen die groter zijn dan 00.

15
New cards

Negatieve getallen

Alle getallen die kleiner zijn dan 00; zij liggen links van 00 op de getallenlijn.

16
New cards

Tegengestelde getallen

Getallen die op de getallenlijn even ver van 00 liggen en waarvan de som altijd gelijk is aan 00 (zoals −4-4 en 44).

17
New cards

Aftrekmin versus negatieve min

Een aftrekmin geeft de rekenbewerking aftrekken aan (zoals in 5−35 - 3), terwijl een negatieve min aangeeft dat een getal kleiner is dan nul (zoals in −2-2).

18
New cards

Deelstreep

Een streep in een breuk die dezelfde betekenis heeft als een deelteken (::); berekeningen boven of onder de deelstreep moeten eerst worden uitgewerkt.

19
New cards

Omgekeerde van een breuk

De breuk die ontstaat door de teller en de noemer met elkaar te verwisselen; het product van twee elkaars omgekeerde breuken is altijd 11.

20
New cards

Delen door een breuk (regel)

Delen door een breuk is hetzelfde als vermenigvuldigen met het omgekeerde van die breuk.

21
New cards

Decimalen

De cijfers die achter de komma staan in een decimaal getal.

22
New cards

Miljoen

Het getal 1 000 0001\,000\,000, geschreven met een 11 en 66 nullen.

23
New cards

Miljard

Het getal 1 000 000 0001\,000\,000\,000, geschreven met een 11 en 99 nullen.

24
New cards

Biljoen

Het getal 1 000 000 000 0001\,000\,000\,000\,000, geschreven met een 11 en 1212 nullen.