1/23
Woordenlijst-flitskaarten voor wiskunde over bewerkingen, rekenvolgorde, breuken, negatieve getallen en grote getallen.
Bewerkingen
De vier wiskundige rekenhandelingen: optellen (+), aftrekken (−), vermenigvuldigen (× of ⋅) en delen (:).
Product
De uitkomst van een vermenigvuldiging.
Factoren
De getallen die met elkaar worden vermenigvuldigd om een product te krijgen (bijvoorbeeld 3 en 8 in de vermenigvuldiging 3×8=24).
Vermenigvuldigingspunt (⋅)
Het leesteken dat in de wiskunde meestal in plaats van een kruisje (×) wordt geschreven om een vermenigvuldiging aan te duiden.
Quotiënt
De uitkomst van een deling (gedeeld-door-som).
Som
De uitkomst van een optelling.
Termen
De getallen die bij elkaar worden opgeteld in een som (bijvoorbeeld 8 en 11 in 8+11=19).
Verschil
De uitkomst van een aftrekking.
Rekenvolgorde
De vaste stappen voor het oplossen van berekeningen: 1. Eerst binnen de haakjes uitrekenen; 2. Vermenigvuldigen en delen van links naar rechts; 3. Optellen en aftrekken van links naar rechts.
Teller
Het bovenste getal van een breuk; dit geeft aan hoeveel delen van het geheel worden geteld.
Noemer
Het onderste getal van een breuk; dit geeft aan in hoeveel gelijke delen het geheel is verdeeld (door hoeveel er gedeeld wordt).
Gelijknamige breuken
Breuken die dezelfde noemer hebben.
Breuk vereenvoudigen
De teller en de noemer door hetzelfde getal delen, net zo lang tot ze geen gemeenschappelijke deler meer hebben.
Positieve getallen
Alle getallen die groter zijn dan 0.
Negatieve getallen
Alle getallen die kleiner zijn dan 0; zij liggen links van 0 op de getallenlijn.
Tegengestelde getallen
Getallen die op de getallenlijn even ver van 0 liggen en waarvan de som altijd gelijk is aan 0 (zoals −4 en 4).
Aftrekmin versus negatieve min
Een aftrekmin geeft de rekenbewerking aftrekken aan (zoals in 5−3), terwijl een negatieve min aangeeft dat een getal kleiner is dan nul (zoals in −2).
Deelstreep
Een streep in een breuk die dezelfde betekenis heeft als een deelteken (:); berekeningen boven of onder de deelstreep moeten eerst worden uitgewerkt.
Omgekeerde van een breuk
De breuk die ontstaat door de teller en de noemer met elkaar te verwisselen; het product van twee elkaars omgekeerde breuken is altijd 1.
Delen door een breuk (regel)
Delen door een breuk is hetzelfde als vermenigvuldigen met het omgekeerde van die breuk.
Decimalen
De cijfers die achter de komma staan in een decimaal getal.
Miljoen
Het getal 1000000, geschreven met een 1 en 6 nullen.
Miljard
Het getal 1000000000, geschreven met een 1 en 9 nullen.
Biljoen
Het getal 1000000000000, geschreven met een 1 en 12 nullen.