Gio blok 1.1 theorie en lastige begrippen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/57

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

58 Terms

1
New cards

contingency-perspectief

er is geen beste manier om een organisatie te leiden (college 1)

2
New cards

diversiteitsmanagement

de organisatorische aanpak die zowel diversiteit als inclusie probeert te bevorderen

3
New cards

benevolent prejudice

vooroordelen die positief zijn

4
New cards

impliciet bias

onbewuste vooroordelen

5
New cards

the contact hypothesis

regelmatig in positief contact staan met verschillende groepen kan vooroordelen verminderen.

6
New cards

common in-group identity

actieve focus op gezamenlijke identiteit.

7
New cards

theory of planned behavior

attitude tov gedrag, subjectieve normen, waargenomen controle over gedrag —> intentie —> gedrag

8
New cards

self-perception theory

soms voelen we geen spanning, maar trekken we simpelweg conclusies uit ons gedrag

9
New cards

affectieve attitude

emotionele band, daarom blijf je

10
New cards

continuance attitude

voordeel van blijven

11
New cards

normative attitude

morele redenen om te blijven

12
New cards

core self evaluation

geloof dat iemand heeft in eigen capaciteiten

13
New cards

myer briggs type indicator

psychometisch model dat mensen indeelt in 16 verschillende persoonlijkheidstypen

14
New cards

big five model

extraversion, agreeableness, conscientiousness, emotional stability, open to experience

15
New cards

machiavellism

emotioneel afstandelijk, resultaat is heilig

16
New cards

psychopathy

asociaal, manipulatief, egoïstisch

17
New cards

situation strength theory

de kracht van de situatie bepaalt hoe persoonlijkheid zich uit in gedrag

18
New cards

trait activation theory

je ziet een eigenschap vooral, wanneer de situatie haar relevant maakt (faalangst)

19
New cards

schwartz value circumflex

die cirkel diagram met tegenstellingen, slef trancidentie vs zelfverbetering

20
New cards

hofstedes culturele dimensies

power distance, individual vs collective, masculine, vs feminine, ucertaintyavoidence, long term vs short term, inguldence vs restraint,

21
New cards

attribution theory

Onderscheidendheid → verschillend

gedrag in verschillende situaties?

• Consensus → anderen gedragen

zich hetzelfde?

• Consistentie → zelfde gedrag in

dezelfde situatie over tijd?

22
New cards

fundamental attribution error

we hebben de neiging om de oorzaak van gedrag te zien bij anderen, in de persoon zelf

23
New cards

availability bias

• De neiging om beslissingen te baseren op informatie die makkelijk

beschikbaar is

• Wanneer is iets makkelijk beschikbaar?

• Primacy effect → Informatie die het eerst komt wordt beter onthouden en

zwaarder meegewogen

• Recency effect → informatie die het laatst komt wordt beter onthouden en

zwaarder meegewogen

• Intensiteit → opvallende, extreme of intense informatie wordt beter

onthouden en zwaarder meegewogen

24
New cards

handside error (bias)

De neiging om, nadat een gebeurtenis

of uitkomst bekend is, te denken dat je

dit “altijd al wist” of dat het

voorspelbaarder was dan het in

werkelijkheid was

25
New cards

social facilitatie

de aanwezigheid van anderen kan prestatie verbeteren

26
New cards

social inhibitie

aanwezigheid van anderen kan prestatie verslechteren

27
New cards

Robert zanjoc

inhibte vs facilitatie

arausal (=opwinding) verbetert geautomatiseerde dingen maar complexere dingen gaan minder goed

28
New cards

sociale identiteitstheorie

je eigen indruk van wie je bent voor een groot deel bepaald door de groep waarbij je hoort

29
New cards

groepsprototypicalitiet

de mate waarin een specifiek groepslid de kernwaarden, normen en gedragingen belichaamt van een specifieke groep of organisatie

30
New cards

compositie

ordening van losse delen tot een samenhangend geheel

31
New cards

conformen

aanpassen van jou gedrag aan de normen van de groep

32
New cards

groupthink

door groepsdruk is iedereen het er mee eens, maar in werkelijkheid zijn ze als individu er eigenlijk op tegen

33
New cards

groupshift

verschil individuele beslissingen en die van de groep —> dit leid tot verdere onenigheid

34
New cards

zimbarbo’ s prison experiment

mensen gingen zich anders gedragen wanneer zij een bepaalde rol krijgen en wanneer de omgeving dit ondersteunt

35
New cards

asch comformiteits experiment

groep 3 strepen en 1 voorbeeld streep en 1 proefpersoon in groep. de andere mensen zeiden dat het de streep was die niet goed was en 70% van de keren conformeerde de proefpersoon

36
New cards

statusincongruentie

status en positie komen niet overeen

37
New cards

social loafing

als de groep groter word gaat individu minder doen (ringelman effect)

38
New cards

motivatie winst

(Kohler effect) minder presterende leden gaan harder werken in een groep

39
New cards

additieve taak

inspanning individu niet zichtbaar

40
New cards

conjunctieve taak

ieders inzet is zichtbaar

41
New cards

inner group bias

andere omgang mensen niet uit groep

42
New cards

gedeelde realiteit / mental mode

accuraat en gedeeld mentaal plaatje van hoe het werk moet worden aangepakt

43
New cards

3 componenten van motivatie

intensiteit, richting en volharding (hoelang houd ik dit vol)

44
New cards

self determination theory

het maakt niet uit hoeveel motivatie iemand heeft, maar ook wat voor motivatie dat is

—> autonome (zelf) en gecontroleerde (druk extrinsiek)

45
New cards

goal setting theory

1. Aandacht

Doelen maken duidelijk waar we op

letten.

2. Inspanning

Moeilijke, geaccepteerde doelen

mobiliseren effort.

3. Volharding

Een doel kan ervoor zorgen dat we

langer doorgaan.

4. Strategie

We zoeken manieren om het doel te

halen

46
New cards

expectancy theory

Inspanning → prestatie → uitkomst → waarde

Expectancy

Als ik mijn best

doe, kan ik dan

goed presteren?


Instrumentality

Als ik goed

presteer, krijg ik

daar dan iets

voor?


Valence

Vind ik die

uitkomst

eigenlijk

aantrekkelijk?

47
New cards

reinforcement

versterking

48
New cards

equity theory

wat krijg ik vergeleken met jou?

49
New cards

implicatie leader theories

leider is dominant, man, vol zelfvertrouwen, lang

50
New cards

trait theories

naast fysieke kenmerken ook persoonlijke traits en intellectuele abilities

51
New cards

behavioral theories

deze beperkingen van trait theories hebben geleid tot gedragstheorien

implicatie: leiderschap kan worden aangeleerd

52
New cards

two factor theory of leadership

wat doen leiders?

  1. initiating structure (taakgericht) —> mate leider rollen definieert en structuur aanbrengt.

  2. consideration (relationship / employees orientation) —> de mate waarin leider relaties vormt die worden gekenmerkt door vertrouwen, respect voor werknemers en bekommeren om hun gevoelens


53
New cards

contingency theory’ s

trait en gedragstheorie helpen ons om leiderschap te begrijpen maar een belangrijk component ontbreekt 0—> invloed van de omgeving

54
New cards

heroïsche mensen

individuen die inpireren door woorden, ideeën en gedrag

55
New cards

charisma

geeft formele eigenschap, maar een perceptie van volgers.

volgers kennen iemand heroïsche of buitengewone competenties mbt leiderschap toe wanneer zij bepaald gedrag waarnemen —> daardoor krijgen ze macht

4 elementen: visie, persoonlijkheid, gevoelig voor behoeften volgers, onconventioneel gedrag

56
New cards

transactionele leiders

leiders die begeleiden of motiveren in de richting van gestelde doelen, door rol en taak vereisten duidelijk te maken.

57
New cards

transformationele leiders

inspireren volgers om boven hun eigen belang en verwachting uit te stijgen ten behoeve van de organisatie; hebben buitengewone invloed op volgers:

4 i’s: geïdealiserde invloed, geïnspireerde motivatie, intellectuele stimulatie, individuele consideratie

58
New cards

wanneer leider te vertouwen?

integriteit (eerlijkheid),

benevolence (welwillendheid, rekening jou belang)

ability (bekwaamheid, de technische interpersoonlijke vaardigheden van een leider

maar ook trustpropencitu = geneigd om te vertrouwen.