HC9/H27: emotie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/39

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

40 Terms

1
New cards

emotie ( 3 componenten) + algemene kenmerken & stemming

Emoties = complexe ervaringen die (kunnen) bestaan uit cognitie, affect en fysiologische reacties.

Er zijn veel definities van emotie, maar er staan 3 componenten centraal:

  • Subjectiviteit (hoe het voelt).

  • Gedrag (welk gedrag je vertoont).

  • Fysiologische reactie (hoe je lichaam reageert, bijv. verhoogde hartslag).

Verder zijn de algemene kenmerken van emoties:

  • Zijn een reactie op een stimulus.

  • Afhankelijk van appraisal: je beoordeelt een situatie; je toont alleen emoties voor situaties/stimuli die je belangrijk genoeg vindt.

  • Duren kort.

  • Zijn een motivatie om specifiek gedrag te uiten.

  • Zijn reguleerbaar.

  • Hebben effect op jezelf & anderen.

  • Zijn adaptief: ze helpen om de best gepaste reactie te geven op een situatie.

Stemming = emotionele toestand waar iemand zich voor langere tijd in bevindt.

Een stemming duurt vaak langer dan een emotie en de oorzaak is minder duidelijk.

2
New cards

3 dimensies van emoties

Mensen krijgen met verschillende situaties te maken, waar we verschillend op moeten reageren. Er zijn 3 dimensies van emotie (3 soorten situaties waar je bepaalde emoties voor nodig hebt):

  • Moraliteit.

  • Sociaal functioneren.

  • Adaptatie (leven/dood).


3
New cards

affectpredispositie & interpersoonlijke houdingen

Affectpredispositie = de neiging om op een bepaalde manier te reageren op bepaalde situaties; hoe je “van nature” op zaken reageert.

  • Bijv. de ene persoon reageert snel boos bij conflict, terwijl een andere persoon juist verdrietig wordt.

Interpersoonlijke houdingen = hoe iemand tegenover andere staat / zich gedraagt tegenover anderen.

  • Bijv. iemand is heel verlegen of juist heel luid richting anderen.


4
New cards

esthetische vs utilitaire emoties

Esthetische emoties = emoties die worden opgewekt door “mooie dingen”, zoals muziek, kunst, gebouwen, etc. De evolutionaire basis hiervan is onduidelijk.

Utilitaire (gebruiksgerichte) emoties = onze “alledaagse” emoties die ons helpen adequaat te reageren op situaties.

5
New cards

6 verschillende angstreacties

  • Bevriezen (aandachtige onbeweeglijkheid) = het organisme stopt met wat het aan het doen is en zoekt de omgeving af naar de bron van de dreiging.

  • Vluchten = het organisme vlucht om conflict/confrontatie te vermijden.

  • Vechten = het sympathische zenuwstelsel wordt geactiveerd; het organisme maakt zich klaar om de confrontatie aan te gaan (wanneer vluchten niet mogelijk is).

  • Tonische/niet-reagerende immobiliteit (fright) = het organisme stopt met bewegen, maar verzamelt in tegenstelling tot bevriezen geen informatie over de omgeving (hij doet gewoon niks).

  • Overgave (flag) = het parasympathische zenuwstelsel wordt geactiveerd, waardoor de bloeddruk en hartslag dalen; dit treedt op na de schrikreactie en het organisme geeft zich over.

  • Flauwvallen (faint) = verlies van bewustzijn gemedieerd door afkeer/walging. Dit beschermt het organisme tegen dreigende infectieziekten / schadelijke stimuli.


6
New cards

gedragsimmuniteit

Gedragsimmuniteit = wanneer gedrag ons helpt om blootstelling aan levensbedreigende micro-organismen te vermijden → dit wordt gestimuleerd door walging.

Bijv. we vermijden liever een vies toilet.

7
New cards

evolutionaire emotietheorieën: Darwin & Ekman

Darwin stelt: emoties zijn aangeboren, universeel en adaptief. Ze dienen als een vorm van communicatie over iemands intentie en (mogelijk) gedrag.

  • Bijv. als iemand heel boos is , geeft dit het signaal dat diegene je mogelijk gaat aanvallen en daar kan je je dan op voorbereiden.

Ekman stelt: we hebben aangeboren basisemoties (6 basisemoties) en aangeleerde secundaire emoties.

  • Deze emoties hebben een onderliggend neuraal substraat (hersengebied) en een specifieke gezichtsexpressie / neuromusculair patroon.

  • Emoties hebben een onderscheidende subjectieve/fenomenologische kwaliteit: we kunnen basisemoties van elkaar onderscheiden, omdat het op een bepaalde manier voor ons voelt.

  • Emoties zijn onafhankelijk van taal/cultuur, en worden ook geuit door blinde/dove kinderen → dit ondersteunt dat ze aangeboren zijn.

    • Cultuur heeft echter wel display rules, waarmee het beinvloedt hoe en wanneer emoties geuit worden.

  • Zelfbewuste emoties ontstaan in een later stadium van ontwikkeling (wanneer je jezelf in de spiegel kan herkennen, rond 1,5-2 jaar). Hierover is twijfel of ze wel universeel zijn, want cultuur heeft een grote invloed.


8
New cards

3 functies van het zenuwstelsel en het immuunsysteem

Ons centrale/perifere zenuwstelsel en het immuunsysteem hebben 3 algemene functies:

  • Perceptie.

  • Evaluatie.

  • Actie.

Hierbij wordt het functioneren van het immuunsysteem beïnvloed door het centrale/perifere zenuwstelsel.

9
New cards

8 primaire emoties van Plutchik

Plutchik beschouwt emoties als een set van dimensies, met extreme emoties aan ieder uiteinde. Dit idee stamt af van het werk van Wundt.

Plutchnik stelt dat er 8 primaire emoties zijn die tegenover elkaar liggen (bijv. blijdschap tegenover verdriet), vergelijkbaar met een kleurenwiel; je kan alle emoties creëren door de 8 basisemoties te combineren.

Deze 8 emoties zijn:

  • Ecstasy (verruking).

  • Vigilance (waakzaamheid).

  • Rage (woede).

  • Loathing (walging).

  • Grief (rouw).

  • Amazement (verbazing).

  • Terror (angst).

  • Admiration (bewondering).


10
New cards

circumplex model van affect

Dit model ziet emoties als scores op 2 dimensies: aangenaam/onaangenaam en opgewonden/niet opgewonden.


11
New cards

2 type gezichtsspieren (oppervlakkig vs diep) & action units

Oppervlakkige gezichtsspieren = deze zitten vast aan de huid en zorgen voor subtiele bewegingen (bijv. emotionele expressie).
Deze worden geïnnerveerd door de nervus facialis.

Diepe gezichtsspieren = deze zitten vast aan het bot en maken grote bewegingen mogelijk (bijv. kauwen).
Deze worden geïnnerveerd door de nervus trigeminus.

Action units = de spiergroepen die betrokken zijn bij bepaalde emoties; deze kunnen met een speciaal computerprogramma geanalyseerd worden om te kijken welke emotie iemand vertoont.

12
New cards

facial feedback hypothese

De facial feedback hypothese van emotie stelt dat feedback van gezichtsuitdrukkingen een causale rol speelt bij emotionele ervaring (dus je gezichtsuitdrukking bepaalt mede welke emotie je ervaart).

Dit wordt ondersteund doordat moeite met het herkennen van gezichtsuitdrukkingen leidt tot moeilijkheden met pro-sociaal gedrag (bijv. bij autisme en alcoholisme).

13
New cards

invloed van alcoholisme op emotionele verwerking & rechterhersenhelfthypothese

Sociaal-emotionele verwerking is aangetast bij alcoholisten. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn:

  • Rechterhersenhelfthypothese: stelt dat schade aan de rechterhersenhelft (door alcoholisme) kan leiden tot slechtere sociale vaardigheden, omdat de rechterhersenhelft betrokken is bij sociale verwerkingstaken.

  • Visuospatiële tekorten: een slechtere/tragere cognitieve verwerking van stimuli (bijv. gezichtsuitdrukkingen) kan leiden tot verkeerde identificatie van emoties.

  • Aangetaste frontale kwab: alcoholisten hebben een gebrek aan remmende controle → hun vermogen om de amygdala-activiteit te reguleren is verminderd doordat de frontale kwab is aangetast. Dit blijkt uit tragere reactietijden en hogere foutpercentages in emotionele verwerkingstaken.

  • Verminderde verwerking van stress: subcorticale schade kan de verwerking van stress moeilijker maken. Wanneer iemand zijn stress niet goed kan verwerken, kan dit leiden tot een overdreven of juist afgezwakte reactie op emotionele stimuli.


14
New cards

James-Lange theorie van emotie & kritiek hierop

James-Lange theorie = stimulus → perceptie/interpretatie → fysiologische respons → emotie.
Bijv. er is een leeuw → deze zie je → je hartslag gaat omhoog en je gaat trillen → je voelt angst.

Hier was echter kritiek op door Cannon:

  • Het tegenhouden van fysiologische feedback zorgt er niet voor dat iemand helemaal geen emotie ervaart, slechts dat emoties minder intens zijn of dat ze niet hetzelfde worden ervaren (bijv. bij een verlamming).

    • Een andere studie vond zelfs geen verschil tussen de verlamming-groep en de controlegroep, wat erop wijst dat fysiologische feedback geen rol speelt bij emoties.

  • Dezelfde lichamelijke veranderingen kunnen bij totaal verschillende emoties optreden (dus kan de fysiologische reactie niet leiden tot een specifieke emotie).

  • Fysiologische veranderingen zijn niet subtiel; dit past niet bij het feit dat emoties dat wel zijn.

  • Viscerale (lichamelijke) veranderingen gaan te traag om emoties te kunnen veroorzaken; vanuit de evolutie is dit ook nadelig, omdat je snel emoties moet kunnen oproepen.

  • Bij een kunstmatig opgewekte fysiologische reactie hadden mensen niet per se een emotionele ervaring.

  • De ingewanden/darmen zijn relatief ongevoelig; wanneer je alleen het zenuwstelsel stimuleert en niet de ingewanden, heeft dit geen invloed op de ervaren emotie.


<p><span style="font-family: Aptos, sans-serif; line-height: 115%;"><strong>James-Lange theorie</strong></span><span style="line-height: 115%;"> = stimulus →</span><span style="font-family: Aptos, sans-serif; line-height: 115%;"> perceptie/interpretatie </span><span style="line-height: 115%;">→</span><span style="font-family: Aptos, sans-serif; line-height: 115%;"> fysiologische respons </span><span style="line-height: 115%;">→ </span><span style="font-family: Aptos, sans-serif; line-height: 115%;">emotie.</span><br><span style="font-family: Aptos, sans-serif; line-height: 115%;">Bijv. er is een leeuw → deze zie je → je hartslag gaat omhoog en je gaat trillen → je voelt angst.</span></p><p>Hier was echter kritiek op door Cannon:</p><ul><li><p class="MsoListParagraph">Het tegenhouden van fysiologische feedback zorgt er niet voor dat iemand helemaal geen emotie ervaart, slechts dat emoties minder intens zijn of dat ze niet hetzelfde worden ervaren (bijv. bij een verlamming).</p><ul><li><p class="MsoListParagraph">Een andere studie vond zelfs geen verschil tussen de verlamming-groep en de controlegroep, wat erop wijst dat fysiologische feedback geen rol speelt bij emoties.</p></li></ul></li><li><p class="MsoListParagraph">Dezelfde lichamelijke veranderingen kunnen bij totaal verschillende emoties optreden (dus kan de fysiologische reactie niet leiden tot een specifieke emotie).</p></li><li><p class="MsoListParagraph">Fysiologische veranderingen zijn niet subtiel; dit past niet bij het feit dat emoties dat wel zijn.</p></li><li><p class="MsoListParagraph">Viscerale (lichamelijke) veranderingen gaan te traag om emoties te kunnen veroorzaken; vanuit de evolutie is dit ook nadelig, omdat je snel emoties moet kunnen oproepen.</p></li><li><p class="MsoListParagraph">Bij een kunstmatig opgewekte fysiologische reactie hadden mensen niet per se een emotionele ervaring.</p></li><li><p class="MsoListParagraph">De ingewanden/darmen zijn relatief ongevoelig; wanneer je alleen het zenuwstelsel stimuleert en niet de ingewanden, heeft dit geen invloed op de ervaren emotie.</p></li></ul><p></p>
15
New cards

Cannon-Bard theorie van emoties & evaluatie hiervan

Cannon-Bard theorie = stimulus → perceptie/interpretatie → fysiologische reactie + emotie (tegelijkertijd).
Bijv. er is een leeuw → deze zie je → je hartslag gaat omhoog en je bent bang.

  • Dit heeft evolutionair voordeel (fight/flight respons is sneller).

  • De fysiologische verandering heeft alleen invloed op de intensiteit van een emotie, maar het is niet de oorzaak van de emotie op zich; hier is echter geen bewijs voor gevonden.

    • Kreibig vond juist bewijst dat emoties fysiologische specificiteit hebben.


<p><strong>Cannon-Bard theorie</strong> = stimulus → perceptie/interpretatie → fysiologische reactie + emotie (tegelijkertijd).<br>Bijv. er is een leeuw → deze zie je → je hartslag gaat omhoog en je bent bang.</p><ul><li><p class="MsoListParagraph">Dit heeft evolutionair voordeel (fight/flight respons is sneller).</p></li><li><p class="MsoListParagraph">De fysiologische verandering heeft alleen invloed op de intensiteit van een emotie, maar het is niet de oorzaak van de emotie op zich; hier is echter geen bewijs voor gevonden.</p><ul><li><p class="MsoListParagraph">Kreibig vond juist bewijst dat emoties fysiologische specificiteit hebben.</p></li></ul></li></ul><p></p>
16
New cards

Schachters cognitieve labelling theorie van emotie (2-factor theorie)

Schachters cognitieve labelling theorie: stimulus → perceptie → fysiologische opwinding → cognitieve interpretatie → emotie.

Cognitieve factoren bepalen de emotionele staat; fysiologische arousal wordt aan de context toegeschreven. Je beoordeelt waar je fysiologische arousal vandaan komt en op basis daarvan ervaar je een emotie.

Wanneer er dus een andere verklaring lijkt te zijn, zal je deze voor waar aannemen → dit leidt tot misattributie van arousal.

Het verschil met James-Lange theorie is dat je de context mee moet nemen; je kan emoties niet afleiden puur van de fysiologische reactie. Bij dezelfde fysiologische reactie kan je namelijk een andere emotie ervaren, omdat je de emotie labelt op basis van de situatie waarin je je bevindt.

<p><strong>Schachters cognitieve labelling theorie:</strong> stimulus → perceptie → fysiologische opwinding → cognitieve interpretatie → emotie.</p><p>Cognitieve factoren bepalen de emotionele staat; fysiologische arousal wordt aan de context toegeschreven. Je beoordeelt waar je fysiologische arousal vandaan komt en op basis daarvan ervaar je een emotie. </p><p>Wanneer er dus een andere verklaring lijkt te zijn, zal je deze voor waar aannemen → dit leidt tot<strong> misattributie van arousa</strong>l.</p><p>Het verschil met James-Lange theorie is dat je de context mee moet nemen; je kan emoties niet afleiden puur van de fysiologische reactie. Bij dezelfde fysiologische reactie kan je namelijk een andere emotie ervaren, omdat je de emotie labelt op basis van de situatie waarin je je bevindt.</p>
17
New cards

schachters experiment voor de cognitieve labelling theorie

Schachter heeft zijn cognitieve labelling theorie onderzocht met een experiment met 3 variabelen:

  • Fysiologische opwinding (toedienen van adrenaline) → de placebogroep kreeg niets toegediend.

  • Informatie over die opwinding (van tevoren zeggen wat het effect is).

  • De omgeving waarin verklarende cognities konden worden gevormd (positief of negatief).

Dit resulteerde in 7 condities.

De resultaten lieten het volgende zien:

  • Degenen die geïnformeerd waren over het medicijn (de oorzaak van fysiologische opwinding), schreven hun fysiologische veranderingen toe aan de adrenaline.

  • Degenen die geen informatie hadden gekregen over de bron van opwinding, schreven de veranderingen toe aan de cognitieve context (positieve omgeving: blije emotie; negatieve omgeving: boze emotie).

  • In de placebogroep waren de emoties minder intens dan wanneer er ook fysiologische opwinding was.


18
New cards

studies naar de cognitieve labelling theorie van emotie

  • Mannelijke deelnemers werden geïnterviewd door een man of vrouw, bij een hoge/enge brug en een minder enge brug. Bij de enge brug + vrouw combinatie, rapporteerden zij vaker seksuele content dan bij de minder enge brug + vrouw combinatie of de enge brug + man combinatie → ze schreven hun fysiologische angst dus toe aan aantrekkingskracht tot de vrouw.

  • Mannelijke deelnemers moesten luisteren naar hun hartslag terwijl ze foto’s van semi-naakte vrouwen bekeken. Echter werd hun hartslag gemanipuleerd, wat zorgde voor valse feedback. De deelnemers die valse feedback kregen, rapporteerden de foto’s als aantrekkelijker (waaruit blijkt dat de fysiologische feedback werd toegeschreven aan de context).

Uit ander onderzoek bleek echter niet dat perifere fysiologische activatie een noodzakelijke voorwaarde was voor emoties; een afname van fysiologische activatie leidde niet tot een afname van de emotionele intensiteit.

19
New cards

cognitieve emotiemodel (Arnold/Lazarus)

Het cognitieve emotiemodel stelt dat de appraisal (cognitieve beoordeling) van een gebeurtenis/situatie bepaalt welke emotie je ervaart.

De gebeurtenis → appraisal → emotionele respons van de persoon → emotionele expressie (symptomen).

Als de appraisal maladaptief is, kan het leiden tot negatieve emoties.

Dit model vormt de basis voor veel cognitieve therapieën (zoals CGT).

<p>Het <strong>cognitieve emotiemodel </strong>stelt dat de appraisal (cognitieve beoordeling) van een gebeurtenis/situatie bepaalt welke emotie je ervaart.</p><p>De gebeurtenis → appraisal → emotionele respons van de persoon → emotionele expressie (symptomen).</p><p>Als de appraisal maladaptief is, kan het leiden tot negatieve emoties.</p><p>Dit model vormt de basis voor veel cognitieve therapieën (zoals CGT).</p>
20
New cards

dual-routemodel van emotie (LeDoux)

LeDoux stelt dat er een dubbele manier is om emotionele informatie te verwerken: een korte en lange route.

  • Korte route: informatie wordt naar de thalamus gestuurd → gaat naar de amygdala → deze activeert direct het autonome zenuwstelsel / lichaamssystemen (onbewuste emotionele reactie).

  • Lange route: informatie wordt naar de thalamus gestuurd → gaat naar de cortex → gaat naar de amygdala → dit zorgt voor bewuste emotionele reacties.

De korte route is snel, maar slordig; de lange route is specifiek, maar duurt langer.

<p>LeDoux stelt dat er een dubbele manier is om emotionele informatie te verwerken: een korte en lange route.</p><ul><li><p><strong>Korte route</strong>: informatie wordt naar de thalamus gestuurd → gaat naar de amygdala → deze activeert direct het autonome zenuwstelsel / lichaamssystemen (<strong>onbewuste emotionele reactie</strong>).</p></li><li><p><strong>Lange route</strong>: informatie wordt naar de thalamus gestuurd → gaat naar de cortex → gaat naar de amygdala → dit zorgt voor<strong> bewuste emotionele reacties.</strong></p></li></ul><p>De korte route is snel, maar slordig; de lange route is specifiek, maar duurt langer.</p>
21
New cards

Papez-circuit & emotie

Het Papez-circuit is een neuraal circuit voor de uiting van emoties.

De thalamus ontvangt een sensorische stimulus en splitst de informatie tegelijkertijd in twee routes:

  1. De corticale route (bewuste emotie):

  • Thalamus → projecteert naar sensorische cortex → projecteert naar cingulate cortex (gyrus cinguli).

2. De subcorticale route (De lichamelijke reactie)

  • Thalamus → projecteert naar hypothalamus → activeert autonome zenuwstelsel.

De hypothalamus integreert vervolgens informatie vanuit de thalamus met informatie uit de cortex. Hierdoor ontstaat de cirkel (het circuit):

  • De cingulate cortex stuurt de cognitieve info naar de hippocampus → deze projecteert via de fornix naar de corpora mamillaria in de hypothalamus.

    • De hypothalamus gebruikt dit om de lichamelijke reactie bij te sturen.

  • De hypothalamus projecteert via de anterieure thalamus weer terug naar de cingulate cortex om de bewuste ervaring te updaten.



<p>Het <strong>Papez-circuit</strong> is een neuraal circuit voor de uiting van emoties.</p><p>De <strong>thalamus</strong> ontvangt een sensorische stimulus en splitst de informatie tegelijkertijd in twee routes:</p><ol><li><p><strong>De corticale route </strong>(bewuste emotie):</p></li></ol><ul><li><p><span><strong>Thalamus</strong> → projecteert naar <strong>sensorische cortex</strong> → projecteert naar <strong>cingulate cortex </strong>(gyrus cinguli).</span></p></li></ul><p><strong>2. De subcorticale route</strong> (De lichamelijke reactie)</p><ul><li><p><span><strong>Thalamus</strong> → projecteert naar <strong>hypothalamus</strong> → activeert autonome zenuwstelsel.</span></p></li></ul><p>De hypothalamus integreert vervolgens informatie vanuit de thalamus met informatie uit de cortex. Hierdoor ontstaat de cirkel (het circuit):</p><ul><li><p><span>De <strong>cingulate cortex</strong> stuurt de cognitieve info naar de <strong>hippocampus</strong> → deze projecteert via de <strong>fornix </strong>naar de<strong> corpora mamillaria in de hypothalamus.</strong></span></p><ul><li><p><span>De hypothalamus gebruikt dit om de lichamelijke reactie bij te sturen.</span></p></li></ul></li><li><p><span>De <strong>hypothalamus</strong> projecteert via de <strong>anterieure thalamus</strong> weer terug naar de <strong>cingulate cortex</strong> om de bewuste ervaring te updaten.</span></p></li></ul><p class="MsoListParagraph"></p><p></p>
22
New cards

Klüver-Bucy syndroom

Het Klüver-Bucy syndroom = schade aan de amygdala (mediale temporele kwab) leidt tot een verlies van angstgevoelens.

23
New cards

limbisch systeem (viscerale brein) & prefrontale cortex

Het limbisch systeem bestaat uit:

  • Thalamus.

  • Hypothalamus.

  • Hippocampus.

  • Cingulate cortex (gyrus cinguli).

  • Amygdala.

De prefrontale cortex integreert emotie vanuit het limbisch systeem met cognitie; het is een controlemechanisme dat andere hersengebieden beïnvloedt.

24
New cards

3 gebieden van de amygdala

De amygdala is een complex dat uit verschillende gebieden bestaat:

  • Mediale nucleus = ontvangt input van de olfactorische cortex en de bulbus olfactorius (reukorgaan).

  • Basolaterale nuclei = ontvangen input vanuit de cortex, thalamus en hippocampus.

  • Centrale nucleus = ontvangt input vanuit de basolaterale nuclei en projecteert naar verschillende hersengebieden.

De amygdala is de plaats waar corticale en subcorticale informatie samenkomen; aan de ene kant ontvangt het direct informatie vanuit de thalamus, waardoor het (onbewust) fysiologische reacties in gang kan zetten; aan de andere kant ontvangt het input vanuit de sensorische cortex, waardoor bewuste emotionele gevoelens ontstaan.

25
New cards

effect van laesie in de amygdala op emotionele repons

Onderzoek bij split-brain apen laat zien hoe belangrijk de rol van de amygdala is bij emotie: bij een unilaterale laesie van de amygdala was er geen emotionele respons wanneer de stimulus werd gepresenteerd aan de hersenhelft met de laesie; bij de hersenhelft waar de amygdala intact was, was er wel een emotionele respons.


26
New cards

conditionering & de amygdala

Dieren kunnen ook angstreacties aanleren via conditionering → dit leidt dan tot een geconditioneerde emotionele respons (CER).

Wanneer er een laesie is in de centrale amygdala, ontstaat er geen CER. Wanneer de amygdala juist gestimuleerd wordt, vertonen dieren angst en prikkelbaarheid.

Ook bij mensen is de amygdala belangrijk voor het ontwikkelen van een CER. Zo neemt de doorbloeding van de amygdala toe wanneer een geconditioneerde stimulus wordt gepresenteerd.

27
New cards

amygdala & gezichtsherkenning

We hebben de amygdala ook nodig bij het herkennen van gezichtsuitdrukkingen.

De amygdala wordt actief bij het zien van enge gezichten, maar laesies zorgen ervoor dat negatieve gezichtsuitdrukkingen niet meer als negatiever worden beoordeeld.

Mensen met laesies in de amygdala kunnen moeilijk emotionele gezichtsuitdrukkingen herkennen, maar hebben geen problemen met complexe sociale scènes zonder gezichten.

28
New cards

amygdala & emotioneel geheugen

Ten slotte speelt de amygdala een rol bij emotioneel geheugen.

Dit bleek uit een studie waarbij de amygdala actiever was wanneer deelnemers een emotioneel-geladen film moesten herinneren dan een emotioneel neutrale film.

29
New cards

hippocampus & angstconditionering

De hippocampus is verantwoordelijk voor conditionering van angst; leasies van dit gebied voorkomen contextuele angstconditionering, aangezien conditionering afhankelijk is van het geheugen.

De hippocampus geeft contextuele informatie door aan de amygdala, die de angstrespons opwekt.


30
New cards

overlevingscircuits (survival-circuits) & globale/defensieve organismische toestanden

Deze circuits hebben een indirecte invloed op onze emoties, omdat ze arousal-systemen binnen het CZS, het autonome zenuwstelsel en hormonale systemen activeren. Daarnaast zet het ook motivationele systemen in werking → dit leidt tot doelgericht gedrag.

Voorbeelden van overlevingscircuits zijn het verdedigingscircuit, het reproductieve circuit en het voedingscircuit.

Als er sprake is van arousal en activering van de overlevingscircuits en de motivationele systemen, ontstaat er een hersentoestand die gericht is op overleven: globale organismische toestanden. Specifiek bij een dreiging wordt de globale organismische toestand van angst geactiveerd: de defensieve organismische toestand.

LeDoux stelt verder dat emotionele gevoelens ontstaan ​​wanneer we ons bewust worden dat onze overlevingscircuits actief zijn of dat we in een globale organismische toestand verkeren, en wanneer we deze toestand (bewust) beoordelen en benoemen/identificeren.

31
New cards

conceptuele-actiemodel van emotie (Barret; 3 centrale hypothesen)

Barrets model gaat in tegen de evolutionaire verklaring van emoties, die stelt dat er een specifieke (hersen)locatie is voor iedere emotie; Barret zegt dat emoties ten grondslag liggen aan een netwerk van verbindingen.

Het coneptuele-actiemodel heeft 3 centrale hypothesen:

  • Kernaffect (core affect): emoties zijn mentale gebeurtenissen die worden geconstrueerd op basis van psychologische processen, die leiden tot variatie in kernaffect = of je een emotie als positief/aangenaam of negatief/onaangenaam ervaart, en of je veel of weinig opwinding (arousal) ervaart (of ergens hier tussen in).

    • Kernaffect is de mentale representatie van lichamelijke sensaties en de omgeving, die aangeeft of iets belangrijk is en of het positief of negatief is. Dit mechanisme is universeel voor alle mensen.

  • Niet-specifiek voor emoties: primitieve psychologische processen zijn niet specifiek voor emoties; onze psychologische basisprocessen leiden tot uiteenlopende mentale toestanden, die we vaak als emoties bestempelen.

  • Niet-emotionele factoren: deze factoren spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van emoties (bijv. onze concepten, taal, etc.).

Dit model maakt het mogelijk dat het organisme zijn verwerkingscapaciteit alleen richt op relevante informatie/herinneringen → er is binnenkomende informatie, en een verandering in kernaffect vertelt ons of dit belangrijk is of niet → vervolgens koppelt ons conceptuele systeem voor emotieherkenning een specifieke emotie aan de verandering in kernaffect → hierdoor krijgt de ervaring betekenis voor onszelf en kunnen we het gedrag/de intenties van anderen interpreteren.

Door emoties te categoriseren, geeft het individu betekenis aan de conceptuele ervaring.

32
New cards

Barrets kritiek op Ekmans emotietheorie

Barret had kritiek op Ekmans universele theorie van emoties → zij stelde dat emoties niet naar één specifieke toestand/locatie verwijzen, maar ontstaan vanuit meerdere variabele instanties die afhankelijk zijn van de context.

Haar kritiek op Ekman was als volgt:

  • Niet alle gevallen van dezelfde emotie lijken op elkaar, voelen hetzelfde aan of hebben hetzelfde neurofysiologische patroon.

  • Cross-culturele variantie in de herkenning van emoties is groter dan Ekman beweert; het verschilt per cultuur (en zelfs per individu) hoe een emotie ervaren wordt.

  • Lichaamsuitdrukkingen spelen een rol.

  • De “typische” emotionele expressies (Ekmans 6 basisemoties) zijn eerder symbolen; ze zijn niet zo evident in het dagelijks leven.


33
New cards

bekrachtigingsmodel van emotie (Roll) & cognitieve beoordeling

Rolls stelt dat emoties vergelijkbaar zijn met operante conditionering; aangename emoties zijn een beloning, en onaangename emoties een straf → we proberen daarom stimuli te vermijden die zorgen voor onaangename emoties. Hierbij koppelen we een geconditioneerde stimulus aan een primaire bekrachtiger (bijv. “gevaarlijk dier” koppelen aan “pijn”).

Het bekrachtigingsmodel van emotie bestaat uit 2 dimensies:

  • Verticale as: beloning (S+) en straf (S-) → dit geeft aan of een emotie aangenaam is of niet.

  • Horizontale as: emoties die ontstaan bij het uitblijven van een beloning (géén S+) en het uitblijven van een straf (géén S-) → het uitblijven van een beloning kan bijv. leiden tot woede/frustratie, terwijl het uitblijven van een straf kan leiden tot opluchting.

Volgens Rolls zijn de orbitofrontale cortex, amygdala en cingulaire cortex belangrijk bij de verwerking van emoties:

  • De orbitofrontale cortex is gevoelig voor veranderingen in de omgeving; hier wordt de mentale representatie van de bekrachtiger geëvalueerd (is het een beloning of straf?).

  • De amygdala speelt een rol bij het aanleren van de associatie tussen primaire bekrachtigers en geconditioneerde stimuli.

  • Deze informatie wordt samen doorgegeven aan de cingulaire cortex, die zorgt voor een adequate lichamelijke reactie.

Rolls’ theorie is gebaseerd op de volgende punten:

  • Verschillende emoties zijn het product van verschillende bekrachtigers, en de mogelijkheid van beloning en/of straf beïnvloedt de intensiteit van een emotie.

  • Leren is cruciaal: de associatie van een stimulus met beloning/straf leidt tot emotie. Ook het terugdenken aan / herinneren van een stimulus kan een emotionele reactie oproepen.

  • De ervaren emotie hangt af van de situatie (welke geconditioneerde stimulus gepresenteerd wordt), niet van de uitkomst (beloning/straf). Dit heeft te maken met cognitieve beoordeling van de situatie.

    • Bijv. het verliezen van een weddenschap kan leiden tot frustratie (richting jezelf), terwijl het verliezen van dezelfde weddenschap door de fout van iemand anders kan leiden tot woede. Je hebt dus dezelfde bekrachtiger (straf = verliezen van de weddenschap), maar een andere geconditioneerde stimulus (eigen fout vs andermans fout), wat leidt tot een andere emotionele toestand.

  • De primaire bekrachtigers produceren zelf geen emotie; alleen secundaire bekrachtigers (die geassocieerd zijn met primaire bekrachtigers) leiden tot verschillende emoties.

  • Stimuli die zorgen voor een bepaalde motivatietoestand (bijv. smaak/honger → motiveert eten) zijn geen emotionele stimuli.

  • Wanneer eenzelfde stimulus zowel een beloning als straf vormt, ontstaan er complexe emoties zoals schuldgevoel.

    • Bijv. het eten van een chocoladereep terwijl iemand eigenlijk op dieet is; het eten van de reep is lekker (beloning), maar het zorgt wel voor gewichtstoename (straf).



34
New cards

emoties vs gevoelens van emoties & somatische-stempelhypothese van emotie (Damasio)

Damasio maakt een onderscheid tussen emoties en gevoelens van emoties.

  • Emoties = de (meetbare) lichamelijke processen van emoties.

  • Gevoelens van emoties = de subjectieve mentale ervaring van emoties (niet meetbaar).

De somatische-stempelhypothese is gericht op besluitvorming; Damasio stelt dat een stimulus leidt tot een fysiologische reactie (de emotie & dus de somatische stempel) → deze beïnvloedt je gevoelens van emotie → dit beïnvloedt je actie (gedrag).

Op deze manier hebben fysiologische reacties een directe invloed op het nemen van beslissingen (ze beïnvloeden de hersengebieden die hier een rol bij spelen).

Emotionele besluitvorming wordt dus beïnvloed door feedback vanuit het lichaam; dit is nauw verwant met de James-Lange theorie.

35
New cards

liefde in relatie tot hersenactiviteit & neurochemische stoffen

Bij onderzoek naar mensen die stelden dat ze verliefd waren, bleek dat de activiteit in de anterieure cingulaire cortex en het striatum verhoogd werd wanneer ze naar foto’s van hun geliefde keken, terwijl de activiteit van de amygdala afnam.

Andere studies naar liefde hebben gevonden dat liefde samengaat met de activatie van beloningssystemen in de hersenen, zoals het ventrale tegmentale gebied en de nucleus accumbens. Hierbij waren geen verschillen in activatie tussen hetero- en homoseksuele deelnemers.

Verder leidt verliefdheid tot het volgende effect op neurochemische stoffen:

  • Cortisolniveaus zijn verhoogd → dit leidt tot arousal.

  • Oxytocine en vasopressine worden vrijgegeven → dit leidt tot veel effecten, waaronder prosociaal gedrag.

  • Testosteron neemt af in mannen en toe in vrouwen → mogelijk maakt dit de polariteit (verschillen) tussen mannen/vrouwen kleiner.

  • Endorfine, enkefaline en dopamine spelen ook een rol → dit laat de link zien met het motivationele systeem


36
New cards

vergelijking tussen liefde & verslaving

Daarnaast is liefde sterk vergelijkbaar met verslaving:

  • Verliefde mensen doen “alles” voor hun geliefde; verslaafden doen alles voor hun drug. Het wordt een soort obsessie en gaat ten koste van andere verantwoordelijkheden.

  • Prikkels waar je normaal gesproken geen aandacht aan besteedt, doen je aan de geliefde denken; opeens wordt de geliefde opvallend in alledaagse gebeurtenissen. Bij drugs zijn prikkels die geassocieerd worden met de drug ook een groot deel van het verslavingsproces (je blijft er zo de hele tijd aan denken).

  • Het beloningssysteem van de hersenen wordt geactiveerd wanneer iemand verliefd is, net zoals wanneer iemand drugs doet (verhoogde dopamineniveaus in het mesolimbisch systeem).

  • Er treedt tolerantie op bij liefde die vergelijkbaar is met drugs: hoe langer een koppel samen is, hoe meer hun brein tolerant wordt voor de hormonen die vrijkomen, en hoe minder sterk het euforische liefdesgevoel wordt over tijd.

    • Dit heeft te maken met allostase = je lichaam past zich voortdurend aan in reactie op de omgeving.)

  • Wanneer een relatie uit gaat, leidt dit tot “ontwenningsverschijnselen” (depressie, angstigheid en mogelijk zelfmoord).


37
New cards

agressie: amygdala, hypothalamus, PFC & androgenen

Uit studies is gebleken dat de amygdala en hypothalamus defensief gedrag en aanvallend gedrag beïnvloeden. De prefrontale cortex speelt een rol wanneer agressie intentioneel/gepland was; de amygdala heeft de overhand wanneer agressie impulsief/ongepland was.

  • Dit komt doordat de PFC het controlemechanisme is van ons brein: het initieert, plant en voert gedrag uit, en het evalueert mogelijke gevolgen. De PFC kan ook de respons van de amygdala inhiberen.

Met name mannen vertonen agressie → mogelijk wordt agressie veroorzaakt door mannelijke hormonen (androgenen, zoals testosteron).

  • Dit is in lijn met het feit dat gecastreerde ratten minder agressie vertonen, maar de agressie weer stijgt als ze testosteron krijgen toegediend.

  • Wanneer iemand wordt blootgesteld aan androgenen gedurende de sensitieve periode van de hersenenontwikkeling, zijn er op latere leeftijd minder androgenen nodig om een agressie reactie uit te lokken.


38
New cards

het effect van muziek op de hersenen

Muziek leidt tot de activatie van gebieden die ook met emoties te maken hebben, zoals het ventrale striatum, de nucleus accumbens, het ventrale tegementale gebied.

Specifiek mooie muziek leidt tot activatie van de inferieure frontale gyrus, de anterieure superieure insula, Heschl’s gyrus en het operculum rolandicum.

Onaangename muziek leidt tot activatie van gebieden die negatieve emoties verwerken, o.a. de amygdala, hippocampus, parahippocampische gyrus en temporale kwabben.

Het luisteren van muziek triggert de afgifte van dopamine in het dorsale en ventrale striatum (nucleus accumbens). De anticipatie/verwachting van muziek zorgt echter voor activatie van de caudate nucleus. Dit is vergelijkbaar met het wanting en liking systeem van verslaving.

Daarnaast heeft muziek invloed op cortisolniveaus (afhankelijk van of het relaxerende of stimulerende muziek is), zorgt het voor minder bèta-endorfines en meer immunoglobuline-A. Zelf zingen zorgt voor oxytocine.

39
New cards

8 theorieën over het evolutionaire nut van muziek (Huron)

  • (Samen) muziek maken kan beschouwd worden als relationeel gedrag.

  • Muziek bevordert sociale cohesie.

  • Muziek kan groepscoördinatie verbeteren.

  • Muziek is een gehooroefening en is nuttig voor taal.

  • Muziek helpt bij het ontwikkelen van de fijne motoriek en gecoördineerde motorische handelingen.

  • Muziek kan interpersoonlijke conflicten vermijden.

  • Muziek is een manier van veilig tijd doorbrengen.

  • Muziek is een communicatiekanaal tussen generaties en culturen.


40
New cards

emoties & psychopathologie

Bijna alle stoornissen in de DSM-V zijn op de een of andere manier gerelateerd aan emoties.

Mogelijke stoornissen / emotionele klachten zijn:

  • Één emotie treedt heel erg op de voorgrond.

  • Afwijkende/maladaptieve emotionele reacties.

  • Geen goede emotieregulatie (intense emoties die lang duren en interfereren met het dagelijks leven, of er wordt maladaptief gedrag gebruikt om emoties te reguleren).

  • Onvermogen om emoties te ervaren en/of uiten.

  • Onvermogen om emoties te herkennen bij anderen.