1/29
Looks like no tags are added yet.
ambitie (de) – ambiëren
streven naar iets; een ambitie hebben
propaganda (de) – propageren
reclame of boodschappen verspreiden om mensen van iets te overtuigen
assistentie (de) – assisteren
helpen, bijstaan
fictie (de) – fingeren
verzinnen, doen alsof
kwitantie (de) – kwiteren
een ontvangstbewijs uitschrijven of afgeven
nuance (de) – nuanceren
een verschil of kleine betekenisonderscheiding aanbrengen
compilator (de) / compilatie (de) – compileren
verschillende onderdelen samenbrengen tot één geheel
montage (de) – monteren
onderdelen samenvoegen of in elkaar zetten
dupe (de) – duperen
iemand benadelen of bedriegen
delegatie (de) – delegeren
taken of bevoegdheden overdragen aan iemand anders
optie (de) – opteren
kiezen voor iets
stagnatie (de) – stagneren
stilstaan; niet verder ontwikkelen
implementatie (de) – implementeren
invoeren, uitvoeren of toepassen
culminatie (de) – culmineren
een hoogtepunt bereiken
allusie (de) – alluderen
ergens indirect naar verwijzen
intrige (de) – intrigeren
nieuwsgierig maken of belangstelling opwekken
anticipatie (de) – anticiperen
vooruitlopen op iets; ergens op vooruitzien
mandaat (het) – mandateren
iemand de bevoegdheid geven om in jouw plaats te handelen
dotatie (de) – doteren
een schenking of financiële bijdrage toekennen
distributie (de) – distribueren
verdelen of verspreiden
evolutie (de) – evolueren
geleidelijk veranderen of ontwikkelen
referentie (de) – refereren
verwijzen naar iets of iemand
stimulans (de) – stimuleren
aanmoedigen, aansporen
extract (het) – extraheren
iets uit iets anders halen of afzonderen
interventie (de) – interveniëren
tussenkomen
fluctuatie (de) – fluctueren
schommelen, veranderen
recensie (de) – recenseren
kritisch beoordelen
depreciatie (de) – depreciëren
in waarde verminderen
interpellatie (de) – interpelleren
een vraag stellen aan een minister of overheid om uitleg te vragen
diversificatie (de) – diversifiëren
meer verscheidenheid aanbrengen; verruiming zoeken