1/62
tussentoets 1
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
MENA
Afkorting voor Middle East and North Africa; term ter vervanging van het eurocentrische 'Midden-Oosten'.
Islamicate
Term geïntroduceerd door Marshall Hodgson om te differentiëren tussen islam als religie en de bredere cultuur van de islamitische wereld.
Edward Said (1935-2003)
Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper, auteur van Orientalism (1979).
Filologie
Wetenschap die zich bezighoudt met de studie van teksten en taaldocumenten in hun culturele context.
Thomas van Erpenius (1584-1624)
Eerste hoogleraar in het Arabisch aan de Leidse universiteit (benoemd in 1613).
MSA (Modern Standaard-Arabisch)
Universele standaardvorm van het geschreven Arabisch, gebruikt in 22 landen bij officiële gelegenheden en in kwaliteitsmedia.
Sassanieden (الساسانيون)
Dynastie die Perzië regeerde tot de verovering door de Arabieren in de 7e eeuw.
al-muʿallaqāt (معلقات)
Collectie van zeven pre-islamitische gedichten die volgens de legende aan de Kaäba waren bevestigd.
Maʾrib-dam (سد مأرب)
Irrigatiedam in Jemen die bijna 3000 jaar in gebruik was en rond 600 CE doorbrak.
muruwwa (مروة)
Centrale morele ideaal van pre-islamitische Arabieren (dapperheid, geduld, gastvrijheid).
qaṣīda (قصيدة)
Kenmerkende Arabische dichtvorm met een drieledige structuur en een elegisch karakter.
Zuid-Arabisch
Groep Afro-Aziatische talen gesproken in Jemen, Oman en op het eiland Soqotra, die geen varianten van het Arabisch zijn en geen semitische talen zijn.
Imrū al-Qays ibn Amr (d. 328) (امرؤ القيس)
Tweede koning van de Lakhmiden, vermeld op de Namara-inscriptie (328), met de titel ‘Koning aller Arabieren’.
Imrū al-Junduḥ ibn Ḥujr (d. 565). Pre-islamitische dichter en koning van Kinda (Arabisch Schiereiland). Zijn muʿallaqa geldt als het bekendste gedicht in de Arabische taal.
Imrū’l Qays : Imru al-Junduḥ ibn Ḥujr (d. 565)
Pre-islamitische dichter en koning van Kinda, wiens muʿallaqa wordt beschouwd als het bekendste Arabische gedicht.
Diglossie
Het verschijnsel dat in één taalgemeenschap twee taalvarianten voor verschillende sociale functies worden gebruikt.
Aramees (اللغة الآرامية)
Semitische cultuurtaal in Syrië en Mesopotamië (5e eeuw BCE tot 6e eeuw CE) waarvan het Arabisch schrift is afgeleid.
Monofysitisme
Leer dat Jezus Christus slechts één goddelijke natuur had i.p.v. afzonderlijke goddelijke en menselijke naturen. (Het vasthouden aan (een variant van) deze leer was een belangrijke oorzaak voor de afsplitsing van de zogeheten Oosters-Orthodoxe kerken na het concilie van Chalcedon (451))
ghazw (الغزو)
Strooptocht, een inkomstenbron van pre- en vroegislamitische Arabische stammen.
Saracenen
Klassieke benaming voor een Noord-Arabische stam, later gebruikt als generieke term voor Arabieren.
Slag bij Nineveh (627)
Beslissende veldslag in de Byzantijns-Sassanidische oorlog die beide rijken uitputte.
Sībawayh (سيبويه) (d. 769)
Perzische geleerde die de eerste grammatica van het Arabisch schreef.
Abū Bakr (أبو بكر) (gest. 634)
Kompaan van Mohammed en de eerste 'rechtgeleide kalief'.
Banū Hāshim (بنو هاشم)
De clan van de stam Quraysh waartoe Mohammed behoorde.
Verdrag van Medina (دستور المدينة)
Verdrag gesloten na de hijra tussen Mohammed en de stammen van Medina.
Hijra (الهجرة)
Mohammeds migratie van Mekka naar Medina in 622, het beginjaar van de islamitische jaartelling.
Khadīja (خديجة بنت خويلد) (gest. 619)
Welgestelde weduwe, Mohammeds werkgeefster en echtgenote, en de eerste bekeerlinge.
Koran / Qurʾān (القرآن)
Het heilige boek waarin het woord van God letterlijk is opgenomen volgens de islamitische leer.
Sīra (سيرة)
Biografie, in het bijzonder de levensbeschrijving van Mohammed.
al-Masjid al-ʿAqṣā (المسجد الأقصى)
'De meest verre moskee', genoemd in de Koran als bestemming van de nachtreis (Jeruzalem).
Umma (أمة المؤمنين)
De gemeenschap van alle moslims.
Kaʿaba (الكعبة)
Het vierkante heiligdom in Mekka dat al voor de islam een pelgrimsbestemming was.
Anṣār (الأنصار)
De Medinensische moslims ('helpers').
al-Salaf al-Ṣāliḥ (السلف الصالح)
De vrome voorgangers: de eerste drie generaties moslims en metgezellen van de profeet.
Slag bij Badr (غزوة بدر)
Veldslag in 624 waar moslims een overwinning behaalden op de Mekkanen.
Ḥakam
Onpartijdig geachte bemiddelaar die arbitreerde in conflicten tussen stammen.
Kalief (خليفة، خلفاء)
Opvolger of plaatsvervanger van Mohammed als leider van de islamitische umma.
Kharijieten (الخوارج أو: الخارجية)
Aanhangers van ʿAlī die arbitrage afwezen en vonden dat iedere vrome moslim kalief kon worden.
Banū ʾUmayya (بنو أمية)
De clan van Muʿāwiya; leverde de kaliefen van de Umayyaden-dynastie (661-750).
Slag bij Ṣiffīn (معركة الصفين)
Veldslag in 657 tussen troepen van ʿAlī en Muʿāwiya, beslecht door arbitrage.
Shīʿat ʿAlī (شيعة علي)
Oorspronkelijke aanduiding voor de aanhangers van ʿAlī, waar het sjiisme van is afgeleid.
Fitna (فتنة)
Burgeroorlog of opvolgingscrisis met name in de vroege islamitische geschiedenis. (‘beproeving’, ‘crisis’, ‘civiele onrust’.)
Al-Khulafāʾ al-Rashidūn (الخلفاء الراشدون)
De vier 'rechtgeleide kaliefen' (632-661) die legitiem regeerden volgens de meerderheidsconsensus.
Muʿāwiya ibn Abī Sufyān (معاوية بن أبي سفيان) (gest. 680)
Gouverneur van Syrië die de Umayyaden-dynastie stichtte in 661.
Qibla (قبلة)
De islamitische gebedsrichting, veranderd van Jeruzalem naar Mekka.
Miṣr (مصر)
Garnizoensstad in veroverde gebieden om vermenging van Arabische strijders met locals te voorkomen.
ʿAmr ibn al-ʿĀṣ (عمرو بن العاص)
Arabische generaal die Palestina (637) en Egypte (642) veroverde.
Khālid ibn al-Walīd (خالد بن الوليد)
Arabische legeraanvoerder die o.a. Damascus veroverde in 634.
Al-Ashʿarī (الأشعري) (gest. 935)
Theoloog wiens opvattingen normatief werden in de soennitische islam.
(ʿIlm) al-kalām (علم الكلام)
Islamitische theologie.
Muʿtazila (معتزلة)
Islamitische rationalistische leer die stelde dat de Koran geschapen is.
Madhhab / Madhāhib (مذهب، مذاهب)
Rechtschool binnen de islamitische wet (bijv. hanafitisch, malikitisch, shafiʿitisch, hanbalitisch).
Sunna (سنة)
Gedrag van Mohammed dat als voorbeeld dient voor gelovigen.
Ijtihād (اجتهاد)
Inspanning om wetten af te leiden uit Koran en sunna via eigen interpretatie.
Fiqh (فقه)
Rechtsgeleerdheid, de wetenschap van de sharia.
Eschatologie
De leer van de laatste dingen (het lot na de dood, laatste oordeel).
Kātib / Kuttāb (كاتب، كتّاب)
Ambtenaar of scribent werkzaam in het bureaucratische apparaat.
Zuivere Broeders van Baṣra (إخوان الصفاء)
Geheim genootschap van vrijzinnige filosofen in de 9e/10e eeuw met een invloedrijke encyclopedie.
ʿAdab / ʿĀdāb (أدب، آداب)
Beschaving, wellevendheid of letterkunde (belletrie).
Falsafa (فلسفة)
De islamitische wijsgerige traditie gegrond op Griekse filosofie.
Ghazal (غزل)
Poëtisch genre van kortere verzen over de (onmogelijke) liefde.
Al-Khwārizmī (محمد بن موسى الخوارزمي) (d. ca. 842)
Rekenkundige beschouwd als grondlegger van de algebra en introductie van het getal nul.
Grieks-Arabische Vertaalbeweging (حركة الترجمة اليونانية العربية)
Onderneming in Bagdad (8e-10e eeuw) om wetenschappelijke werken te vertalen uit het Grieks, Syrisch en Sanskriet.
Bayt al-Ḥikma
'Het huis der wijsheid': bibliotheek en kennisinstelling in Bagdad, in 1258 vernietigd door de Mongolen.