1/15
Deze flashcards helpen bij het begrijpen van de concepten van de opbouw van materialen, dichtheid en elastisch gedrag in de materiaalkunde.
Wat zijn de primaire bindingen in materialen?
Ionische, covalente en metallische bindingen.
Wat zijn secundaire bindingen?
Zwakke bindingen zoals Van der Waals bindingen en waterstofbindingen.
Wat is de betekenis van eenheidscel in materiaalkunde?
De kleinste representatieve eenheid die alle kenmerken van de kristalstructuur in zich draagt.
Wat is de rol van de elektronegativiteit in primaire bindingen?
De elektronegativiteit bepaalt hoe sterk atomen elektronen delen of overdragen.
Wat is het verschil tussen amorfe en kristallijne materialen?
Amorfe materialen hebben geen regelmatige en periodieke structuren, terwijl kristallijne materialen dat wel hebben.
Wat betekent hoge stijfheid in het verband met E-curve?
Een steile E-curve staat voor hoge stijfheid van een materiaal.
Wat is visco-elasticiteit?
De eigenschap van materialen om zich elastisch te gedragen bij lage snelheden en viskeus bij hoge snelheden.
Wat zijn polymeren?
Grote molecules bestaande uit monomeren, meestal koolstof in de hoofdketen.
Hoe wordt de dichtheid van een materiaal berekend?
Dichtheid (ρ) = massa (m) / volume (V).
Wat is het verschil tussen thermoplasten en thermoharders?
Thermoplasten kunnen smelten, terwijl thermoharders een vast 3D netwerk hebben en niet kunnen smelten.
Wat zijn de eigenschappen van composietmaterialen?
Composieten bestaan uit ten minste twee materialen met verschillenden eigenschappen die samen betere eigenschappen bieden.
Wat is de functie van Miller indices in de materiaalkunde?
Ze worden gebruikt om richtingen en vlakken in kristalstructuren aan te duiden.
Wat betekent 'anisotropie' in materialen?
De elastische eigenschappen verschillen in verschillende richtingen.
Wat is de invloed van temperatuur op het elastisch gedrag van materialen?
Temperatuur kan de stijfheid en elasticiteit van materialen beïnvloeden.
Wat zijn de elementen van een elastische kracht-spanning relatie?
Kracht, spanning, en de elastische constante van het materiaal.
Wat is het Poisson-effect?
De verandering in transversale afmetingen van een materiaal als gevolg van longitudinale spanning.