geschiedenis hoofdstuk 4 havo 4

5.0(1)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/14

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:22 PM on 9/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

15 Terms

1
New cards

abolitionisme

Beweging die streeft naar de afschaffing van slavenhandel en slavernij.

2
New cards

ancien régime

Bestuurssysteem van vóór de Franse Revolutie, waarbij de vorst veel macht heeft en er standen zijn met eigen voorrechten.

3
New cards

democratische revolutie

Revolutie die is gebaseerd op het idee van volkssoevereiniteit en die als belangrijkste doelen heeft: de grondrechten van burgers vastleggen in een grondwet en (een deel van) de burgers het bestuur van het land laten kiezen door vrije verkiezingen.

4
New cards

grondrechten

Natuurlijke rechten van de mens die in de grondwet van een staat worden vastgelegd en daardoor (burgerlijke) grondrechten worden.

5
New cards

grondwet

De verzameling fundamentele wetten van een staat waarin de werking van het politieke systeem en de grondrechten en plichten van de burgers staan beschreven.

6
New cards

natuurlijke rechten

Het geheel van rechten die ieder mens van nature heeft, zoals het recht op leven, bezit en vrijheid.

7
New cards

parlementaire democratie

Vorm van bestuur waarbij de macht ligt bij een volksvertegenwoordiging (parlement) die door alle of een groot deel van de burgers is gekozen.

8
New cards

publieke opinie

Mening die door het grootste deel van het volk wordt gedeeld en die tot stand komt door een openbaar debat tussen burgers.

9
New cards

ras

Een begrip dat mensen typeert op basis van lichamelijke verschillen en afkomst.

10
New cards

scheiding der machten

Het principe dat er in een staat drie verschillende machten zijn (de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht) en dat deze machten nooit in één persoon of instelling samen mogen komen.

11
New cards

stand

Een groep van mensen met een vergelijkbare maatschappelijke functie, zoals priesters (de geestelijkheid), bestuurders en militairen (de adel) en boeren en burgers (de derde stand).

12
New cards

tolerantie

Verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden, met name tegenover mensen met een ander geloof.

13
New cards

verlicht absolutisme

Een bestuursvorm waarin een absoluut vorst het algemeen belang op een rationele manier zegt te dienen.

14
New cards

verlichting

Periode waarin een kritische houding ontstond tegenover geloof en traditie en een groot vertrouwen in de mogelijkheid de wereld rationeel te doorgronden.

15
New cards

volkssoevereiniteit

Het idee dat de hoogste macht in een staat bij het volk li