Geschiedenis europa en de opmars van extreemrechts

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/9

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:15 AM on 10/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

10 Terms

1
New cards

triomf en de crisis van de europese democratie na wo I

Gevolgen van WO I:

  • Einde van veel keizerrijken -> republieken/ monarchie (koning)

  • Algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen en vrouwen

Er kwamen coalitieregeringen= partijen spannen samen om meerderheid te krijgen (omgekeerde homogene regering = 1 partij)

De staten waren heel kwetsbaar voor:

  • Economische crisis = hoge inflatie door schaarse (=hyperinflatie) en schulden

  • Angst voor communisme vanuit het Westen

  • De haat tegen minderheden en buurstaten

  • Sociale en politieke spanningen (tussen rijk en arm)


2
New cards

fascisme in italie

ONTSTAAN

KENMERKEN

3
New cards

ontstaan

Italië had bij het verdrag van Versailles minder gekregen dan ze hadden verwacht. Ze hadden het economische moeilijk en grote werkloosheid. Hierdoor zat Italië in de put.

In deze moeilijke tijd kwam Mussolini op, hij richtte zijn nationalistische en extreemrechtse beweging Fasci Italiani di Combattimento op. Zijn aanhangers werden de Zwarthemden genoemd = teken voor gefrustreerd.

Hij werd vooral gesteund door rijken, middenstanders en mensen die bang waren voor het communisme.

Mussolini ging een staatsgreep plannen in Rome, om zo de koning af te dreigen. Hij kreeg politieke macht. Hij maakte van Italië een fascistische dictatuur.

Fasces = roedenbundel, symbool voor macht. Takken = samen sterk, bijl = strijd.

4
New cards

kenmerken

-            Antihouding = tegen alles zijn

-            Corporatisme = alles vertrekt vanuit de leider en volk volgt

-            Totalitarisme = leider regelt alles, niet democratisch

-            Leidersprincipe, nationalisme en éénpartijstaat = samenhorigheidsgevoel (etnisch nationalisme)

-            Massabeweging met nadruk op mannelijkheid

-            Militaristisch en imperialistisch = wraak nemen en imperium willen (groot rijk)

-            Irrationeel en anti-intellectualistisch = geen verstand

-            Indoctrinatie en propaganda = hersenspoelen.

Balilla = Italiaanse jeugdbeweging voor jongens, ze leren schieten, vechten en racistisch zijn.

5
New cards

nazisme in duitsland

WEIMARREPUBLIEK

HITLERS MACHTGREEP

KENMERKEN

6
New cards

weimarrepubliek

Na WO I verloor Duitsland zijn keizer, er kwam een Weimarrepubliek (democratische republiek) onder leiding van president Ebert.

Er was een dolkstootlegende = Duitse soldaten hadden de oorlog kunnen winnen, maar door de socialisten hebben ze zich moeten overgeven. Leugen!!

De Weimarrepubliek was heel instabiel:

Ø  Economische problemen (werkloosheid, inflatie)

Ø  Communistische dreiging = vormen de Spartakisten (o.l.v. Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht). Ze kwamen in opstand en probeerde de macht te grijpen.

Ø  Politieke verdeeldheid = partijen waren het oneens

Ø  Gebrek aan democratie

Ø  Boosheid over het verdrag van Versailles

Erzberger en Rathenau deden aan Efüllungspolitik= straf van verdrag van Versailles ondergaan. Extreemrechtse Duitsers waren hier woedend over dus beiden werden vermoord.

Duitsland kon de herstelbetalingen niet betalen waardoor België en Frankrijk het Ruhrgebied gingen bezetten (economisch hart voor Duitsland). Duitsers reageren hierop door niet meer mee te werken = hyperinflatie.

Hitler profiteerde van deze situatie en probeerde in 1923 de macht te grijpen door een staatsgreep in München, maar die mislukte = bierkellerputsch.

Na 1923 begon Duitsland te herstellen:

ECONOMISCH

POLITIEK

7
New cards

economisch

-            einde van Ruhrbezetting

-            herziening herstelbetalingen (door 2 bankiers Dawes en Young = Dawes- en Youngplan)

-            munthervorming (prijzen dalen)

8
New cards

politiek

-            Doorbreken van internationaal isolement (Duitsland wordT weer betrokken) door verdrag van Locarno

→ Duitsland kreeg de gebieden die ze verloren hadden bij verdrag van Versailles niet terug

→ Duitsland mag bij de Volkenbond

→Rijnland (bufferstaat) werd terug van Duitsland, maar ze mochten er geen troepen zetten

9
New cards

hitlers machtgreep

Door crisis zorgde ervoor dat de Weimarrepubliek minder steun kreeg. De NSDAP (partij van Hitler) werd de grootste partij.

Hitler werd door Hindenburg benoemt tot rijkskanselier (= eerste minister).

Voor de verkiezingen was er een Rijksdagbrand = parlement stond in brand en Hitler gaf de communisten hiervan de schuld. Hierdoor won hij meer stemmen.

De NSDAP won de verkiezingen waardoor Hitler dictatoriale macht kreeg. Hij liet het parlement ontbinden = machtingswet (geen democratie meer). Duitsland werd een éénpartijstaat = Gleichschaltung.

·        Hitlerjugend werd opgericht = jeugdbeweging. Jongens leerden vechten, meisjes dienden alleen om voort te planten.

·        Reichskulturkammer = boekverbrandingen, Hitler kiest de cultuur. Entarte kunst = kunst promoten en verbieden.

·        Duits arbeidsfront (DAF) = gemeenschappelijke vakbond.

·        Kraft Durch freude (KDF) = arbeiders belonen als ze hard werken (vakantie = hotels Prora).

·        Concentratiekampen

Hitler had naast het centraal leger een bijleger opgericht = SA (Sturmabteilung). Hij schakelde daarmee mensen uit die tegen het systeem waren. Het leger werd zo groot dat de leider Ernst Röhm veel macht kreeg, daar kreeg Hitler schrik van. Hij wou de SA uitschakelen en een eigen eliteleger oprichten = SS (schutzstaffeln, o.l.v. Himmler). Dit deed hij door Ernst Röhm op te laten pakken omdat hij homoseksueel was.

Toen de president Hindenburg overleed, nam Hitler de titel over.

10
New cards

kenmerken

Gelijkenissen fascisme:

  • Totalitaire dictatuur = staat controleert het hele leven

  • Imperialisme = streven naar uitbreiden van grondgebied

  • Militarisme = groot leger en oorlog willen

  • Extreem nationalisme

  • Indoctrinatie = mensen beïnvloeden door propaganda

→Hitler had zelf een minister van propaganda benoemd = Goebbels.

  • Uitschakeling van tegenstanders


Verschillen Fascisme:

  • Hitler legde meer druk op ras en afkomst

  • Duitsers hadden het beste bloed = bloed en boden theorie

  • Rassenhygiëne = Hitler wilde het Duitse ras zuiver houden = Eugenetica (streven naar zuiver bloed). Bv Aktion T4 = mensen met een beperking werden gedood.

  • Racisme en antisemitisme