Dossier 1: Jongeren en geld - Woordenschat

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/35

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards de vocabulaire néerlandais-français basées sur le Dossier 1 : Jongeren en geld.

Last updated 8:47 PM on 9/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

36 Terms

1
New cards

Quelle est la traduction française du terme néerlandais « Het zakgeld » ?

L'argent de poche

2
New cards

Que signifie l'expression « Zakgeld ontvangen/krijgen » ?

Recevoir de l'argent de poche

3
New cards

Comment traduit-on « Het aantal is gestegen » et « De bron » en français ?

« Het aantal is gestegen » = Le nombre a augmenté ; « De bron » = La source

4
New cards

Que signifient « Vaak » et son antonyme « Zelden » ?

« Vaak » = Souvent ; « Zelden » = Rarement

5
New cards

Quelles sont les traductions françaises de « Het bedrag », « De grootte » et « Het verschil » ?

« Het bedrag » = Le montant ; « De grootte » = La taille, la grandeur ; « Het verschil » = La différence

6
New cards

Comment traduit-on « Invloed hebben op » et « Afwisselend » ?

« Invloed hebben op » = Avoir de l'influence sur, influencer ; « Afwisselend » = Variable

7
New cards

Quelle est la traduction française de « Een eenoudergezin » et de « De leeftijd » ?

« Een eenoudergezin » = La famille monoparentale ; « De leeftijd » = L'âge

8
New cards

Quels sont les synonymes et antonymes néerlandais pour les verbes d'augmentation et de diminution : « Toenemen » (= « Stijgen ») et « Afnemen, verminderen » ?

« Toenemen » = « Stijgen » (Augmenter) ; « Afnemen, verminderen » (Diminuer, baisser)

9
New cards

Comment traduit-on l'expression « De overgang naar het secundair onderwijs » ?

Le passage dans l'enseignement secondaire

10
New cards

Quelles sont les traductions de « Verhogen », « De verhoging », « Gemiddeld » et « Ongeveer » ?

« Verhogen » = Augmenter ; « De verhoging » = L'augmentation ; « Gemiddeld » = En moyenne ; « Ongeveer » = Environ

11
New cards

Comment traduit-on « Tieners », « Spenderen (aan) » et « uitgeven (aan) » ?

« Tieners » = Les ados ; « Spenderen (aan) » = « uitgeven (aan) » = dépenser

12
New cards

Traduisez en français les postes de dépenses suivants : Eten, Drinken, Uitgaan, Kleren, Schoenen, Een reis.

Eten = Nourriture ; Drinken = Boissons ; Uitgaan = Sorties ; Kleren = Vêtements ; Schoenen = Chaussures ; Een reis = Un voyage

13
New cards

Que signifient « Besteden AAN », « Hobby's » et « De voeding » ?

« Besteden AAN » = Consacrer A ; « Hobby's » = Les loisirs ; « De voeding » = L'alimentation

14
New cards

Comment traduit-on « Het budget » et « De gsm/smartphone » ?

« Het budget » = Le budget ; « De gsm/smartphone » = Le gsm/smartphone

15
New cards

Quelle est la traduction de « De meerderheid », « Kiezen (koos-kozen, gekozen) » et « De straf » ?

« De meerderheid » = La plupart ; « Kiezen (koos-kozen, gekozen) » = Choisir ; « De straf » = La punition

16
New cards

Comment dit-on « épargner », « Être économe » et « Terminer ses études » en néerlandais ?

épargner = Sparen ; Être économe = Spaarzaam zijn ; Terminer ses études = afstuderen

17
New cards

Que signifient les termes « De keuze » et « Overhaast » ?

« De keuze » = Le choix ; « Overhaast » = Irréfléchi, précipité

18
New cards

Comment traduit-on « Het geld », « Geld lenen bij » et « Geld terugbetalen » ?

« Het geld » = L'argent ; « Geld lenen bij » = Emprunter de l'argent à ; « Geld terugbetalen » = Rembourser de l'argent

19
New cards

Que signifient « Minderjarig / meerderjarig » et « Geld afhalen (bij een geldautomaat) » ?

« Minderjarig / meerderjarig » = Mineur / majeur ; « Geld afhalen (bij een geldautomaat) » = Retirer de l'argent (à un distributeur)

20
New cards

Quelle est la traduction de « Aan het einde van de maand », « De (bank)rekening » et « Zijn geld beheren » ?

« Aan het einde van de maand » = À la fin du mois ; « De (bank)rekening » = Le compte (bancaire) ; « Zijn geld beheren » = Gérer son argent

21
New cards

Quelle différence de nuance existe-t-il entre « Winnen » et « Verdienen » pour traduire le verbe « Gagner » ?

« Winnen (won, heeft gewonnen) » = Gagner (compétition, match) ; « Verdienen » = Gagner (récompense, après un effort/travail)

22
New cards

Traduisez les verbes d'échange « Kopen (kocht, h. gekocht) » et « Verkopen (verkocht, h. verkocht) » ainsi que « Het geschenk » / « Het cadeau ».

« Kopen » = Acheter ; « Verkopen » = Vendre ; « Het geschenk » = « Het cadeau » = Le cadeau

23
New cards

Quelles sont les traductions néerlandaises des fréquences : Mensuellement, Annuellement, Hebdomadaire, Quotidiennement ?

Maandelijks = Mensuellement, par mois ; Jaarlijks = Annuellement, par an ; Wekelijks = Hebdomadaire, par semaine ; Dagelijks = Quotidiennement, par jour

24
New cards

Comment traduit-on « Het pakje sigaretten », « De sportschoenen » et « De oortjes » ?

« Het pakje sigaretten » = Le paquet cigarettes ; « De sportschoenen » = Les baskets ; « De oortjes » = Les écouteurs

25
New cards

Quelle est la traduction de « De uitgave(n) », « Ik heb … nodig » et « Betalen » ?

« De uitgave(n) » = La (les) dépense(s) ; « Ik heb … nodig » = J'ai besoin de … ; « Betalen » = Payer

26
New cards

Que signifient « Geld op een spaarrekening zetten » et « Ruim voldoende geld verdienen » ?

« Geld op een spaarrekening zetten » = Mettre de l'argent sur un compte-épargne ; « Ruim voldoende geld verdienen » = Gagner bien assez d'argent

27
New cards

Quels termes néerlandais désignent « Le médecin » et l'expression « Se plaindre de » ?

Le médecin = « De arts » (= « De dokter ») ; Se plaindre de = « Klagen over »

28
New cards

Comment traduit-on « De boekhouder », « Ik moet mijn geld zelf verdienen » et « De facturen intikken » ?

« De boekhouder » = Le comptable ; « Ik moet mijn geld zelf verdienen » = Je dois gagner mon argent moi-même ; « De facturen intikken » = Encoder les factures

29
New cards

Que signifient « De auto wassen » et le couple d'opposés « Arm » / « Rijk » ?

« De auto wassen » = Laver la voiture ; « Arm » / « Rijk » = Pauvre / Riche

30
New cards

Quelle est la traduction de « Babysitten bij … », « Gescheiden » et « De echtscheiding » ?

« Babysitten bij … » = Faire du baby-sitting chez … ; « Gescheiden » = Divorcé, séparé ; « De echtscheiding » = Le divorce

31
New cards

Comment traduit-on « Ik ben een enig kind » et « De gelegenheid » ?

« Ik ben een enig kind » = Je suis enfant unique ; « De gelegenheid » = L'occasion

32
New cards

Quelle est la traduction de l'expression imagée « De touwtjes aan elkaar knopen » et du verbe « Beweren » ?

« De touwtjes aan elkaar knopen » = Joindre les deux bouts ; « Beweren » = Affirmer

33
New cards

Que signifient « Het deel », « Gelukkig » et « De winnaar » ?

« Het deel » = La partie, la part ; « Gelukkig » = Heureux, heureusement ; « De winnaar » = Le gagnant, le vainqueur

34
New cards

Comment traduit-on « Voor het goede doel », « Bezoeken (bezocht, heeft bezocht) » et « Het lievelingsland » ?

« Voor het goede doel » = Pour la bonne cause, pour une œuvre caritative ; « Bezoeken » = Visiter ; « Het lievelingsland » = Le pays préféré

35
New cards

Comment forme-t-on la structure « Nom + préféré » en néerlandais d'après les notes ?

Lievelings + nom (exemple : Mijn lievelingskleur is blauw)

36
New cards

Que signifient « Een jacht », « Het speelgoed » et « Uiteraard » ?

« Een jacht » = Le yacht ; « Het speelgoed » = Le jouet, le gadget ; « Uiteraard » = Evidemment, bien sûr