1/38
Woordenlijst-flitscards over de anatomische nomenclatuur, inclusief vlakken, richtingen, posities en algemene afkortingen uit het college.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
FCAT
Federative Committee of Anatomical Terminology; het comité verantwoordelijk voor de internationale anatomische terminologie (Terminologia Anatomica).
Leonardo da Vinci
Historische figuur (1452-1519) die vele anatomische tekeningen maakte met Latijnse beschrijvingen.
Andreas Vesalius
Anatoom (1514-1564, ook bekend als Andries van Wesele) die een atlas maakte met Latijnse naamgevingen.
Frontale vlak
Anatomisch vlak dat het lichaam verdeelt in een ventraal (anterior) en dorsaal (posterior) deel.
Sagittale vlak
Anatomisch vlak dat het lichaam verdeelt in een mediaal en lateraal deel.
Transversale vlak
Anatomisch vlak dat het lichaam verdeelt in een craniaal (superior) en caudaal (inferior) deel.
Ventraal
Aan de buikzijde of voorzijde van het lichaam (ook wel anterior genoemd).
Dorsaal
Aan de rugzijde of achterzijde van het lichaam (ook wel posterior genoemd).
Mediaal
Gelegen naar het midden (het sagittale vlak) toe.
Lateraal
Gelegen naar de zijkant toe, van het midden af.
Dexter
Rechts, bepaald ten opzichte van het midsagittale vlak.
Sinister
Links, bepaald ten opzichte van het midsagittale vlak.
Craniaal
Richting de schedel of bovenzijde van het lichaam (cranium = schedel; ook wel superior genoemd).
Caudaal
Richting de staart of onderzijde van het lichaam (cauda = staart; ook wel inferior genoemd).
Rostraal
Richting de snuit of snavel (rostrum), gebruikt bij aanduidingen in het hoofdgebied.
Proximaal
Dichtbij de romp of de oorsprong gelegen (gebruikt bij de extremiteiten).
Distaal
Verder van de romp of de oorsprong afgelegen (gebruikt bij de extremiteiten).
Superficiaal
Oppervlakkig gelegen (gebruikt bij de extremiteiten).
Profundus
Diepgelegen (gebruikt bij de extremiteiten).
Externus
Aan de buitenkant gelegen (gebruikt bij de romp).
Internus
Aan de binnenkant gelegen (gebruikt bij de romp).
Medius
'Tussenin' gelegen (bijvoorbeeld phalanx media); niet te verwarren met mediaal.
Musculus (m.)
Spier (meervoud: musculi / mm.).
Arteria (a.)
Slagader (meervoud: arteriae / aa.).
Vena (v.)
Ader (meervoud: venae / vv.).
Nervus (n.)
Zenuw (meervoud: nervi / nn.).
Articulatio (art.)
Gewricht (meervoud: articulationes / artt.).
Ligamentum (lig.)
Band (meervoud: ligamenta / ligg.).
Tibia
Scheenbeen.
Femur
Dijbeen.
Condylus
Gewrichtsvlak (bijvoorbeeld condylus medialis femoris).
Meniscus
Kraakbeenschijf (bijvoorbeeld meniscus lateralis).
Manus
Hand (bijvoorbeeld manus dextra = rechterhand, manus sinistra = linkerhand).
Membrum superius
Bovenste ledemaat.
Membrum inferius
Onderste ledemaat.
Phalanx
Vinger- of teenkootje (zoals phalanx proximalis, phalanx media, phalanx distalis).
Digitus
Vinger of teen.
Abdomen
Buikholte.
Genu
Knie (articulatio genus = kniegewricht).