1/74
Looks like no tags are added yet.
parler
praten
habiter
wonen
sonner
bellen
adorer
dol zijn op
téléphoner
telefoneren
poser (une question)
(een vraag) stellen
attacher
vastmaken
chercher
zoeken, gaan halen
dessiner
tekenen
éviter
vermijden
recycler
hergebruiken
inventer
uitvinden
raconter
vertellen
écouter
luisteren naar
fumer
roken
sauver
redden
travailler
werken
aimer
houden van
jouer
spelen
trouver
vinden
étudier
studeren
apprécier
waarderen
crier
roepen, schreeuwen
publier
publiceren
remercier
bedanken
vérifier
controleren
remplir
invullen
rougir
rood worden
maigrir
vermageren
choisir
kiezen
réfléchir
nadenken
finir
(be)eindigen
applaudir
applaudisseren
grandir
groot worden
avertir
verwittigen
grossir
verdikken
pâlir
bleek worden
réussir
slagen, lukken
vieillir
oud worden
sortir
uitgaan, weggaan
dormir
slapen
sentir
voelen, ruiken
servir
bedienen
se servir de
gebruiken
mentir
liegen
partir
vertrekken
couvrir
bedekken
découvrir
ontdekken
offrir
aanbieden
ouvrir
openen
souffrir
lijden
répondre
antwoorden
rendre
teruggeven
entendre
horen
attendre
wachten
vendre
verkopen
perdre
verliezen
descendre
naar beneden gaan
défendre
verdedigen, verbieden
dépendre de
afhangen van
mordre
bijten
conduire besturen
construire
bouwen
détruire
vernietigen
introduire
inleiden
produire
produceren
traduire
vertalen
peindre
schilderen
atteindre
bereiken
craindre
vrezen
éteindre
doven, uitdoen
joindre
bereiken, samenvoegen
plaindre
beklagen
se plaindre de
klagen over
rejoindre
zich voegen bij,