1/31
pagina 123 tot en met 150
totalitaire democratie
wanneer regimes zich democratisch noemen maar niet in de betekenis dat wij het begrijpen, bv in de DDR en China republiek
empirsich-liberale variant van democratie
de eerste soort van democratisch denken dat voorkwam uit het 18eeuwse verlichtingsdenken, volgens Jacob L. Talmon
wil vrijheid gegarandeerd zien in de politieke besluitvormingsprocedures en in de procedures voor politieke participatie
Zij wil het politieke debat in alle vrijheid en openheid laten woeden, om dan pas na het debat het resultaat ervan te lezen. Dat resultaat is goed als de procedure in alle vrijheid verloopt.
ideaal is vrijheid (die al betstaat) dat gerespecteerd moet blijven
verdedigen een meer procedurele visie op democratie
cedurele visie op democratie.
Ze leggen de nadruk op juridische en technische kenmerken van de vertegenwoordiging. Linkse of sociaal-democratische stromingen aanvaarden de beëindiging van een grote mate van vrijheid in de procedures, maar blijven de politiek ook veel meer zien als een instrument dat gebruikt kan worden om een ideale samenleving te realiseren, om een blauwe druk van een geheel of gedeeltelijk in de samenleving realiteit om te zetten.
'democratie als doel'.
totalitaire of messianistische variant van democratie
de tweede soort van democratisch denken dat voorkwam uit het 18eeuwse verlichtingsdenken, volgens Jacob L. Talmon
kenmerkt zich door een heel andere houding ten opzichte van de politiek. Die moet dienen om een bepaald ideaal te verwezenlijken. Dat ideaal is de echte bevrijding van de mens.
het vertrekt vanuit een blauwdruk van de ideale samenleving, en wil die met politieke middelen implementeren. Zij is totalitair, omdat zij de samenleving (tijdelijk) in een welbepaalde richting zal sturen en omdat zij het leven in die samenleving tot in de details zal controleren om het zinvolle doel daadwerkelijk te kunnen bereiken.
ideaal is vrijheid (dat nu nog onvolledig is) verder bevrijden
eerste keer na de franse revolutie tot leven en ook in volksdemocratieën (SU, O-EU, china, cuba) deze vorm
behoorlijk in diskrediet gebracht, omdat het een overgangsfase hoort te zijn maar t toch permanent stand houdt
“democratie als middel”
polyarchie
beschreven door Robert Dahl
Hiermee opgelost Dahl twee dingen.
Hij suggereert, ten eerste, het onderscheid tussen het ideaal van democratie (of het idee van een volk dat zichzelf aanstuurt) en de praktijk in bestaande politieke systemen. Onze feitelijk bestaande democratieën benaderen dat ideaal slechts tien delen. In de meeste politieke systemen is het volk (of demo's) namelijk niet zelf of niet heel de tijd verantwoordelijk voor het nemen van politieke beslissingen. In de meeste gevallen stuurt het volk zichzelf aan via erkende vertegenwoordigers die namen het volk beslist nemen.
ten tweede beklemtoont hij dat zijn visie op democratie vooral neerkomt op het realiseren van een bestuur door velen (in plaats van door de massa).
Een polyarchie is een soort politiek systeem, een regime. Een polyarchie voldoet volgens Dahl (1971) aan de volgende voorwaarden:
De controle over de regering en over het beleid is in handen van gekozen mandatarissen.
De verkiezingen verlopen vrij en eerlijk.
De meeste volwassenen hebben het recht om hun stem uit te brengen.
De meeste volwassenen hebben het recht om zich kandidaat te stellen.
De burgers genieten van een gegarandeerde vrijheid van meningsuiting, met inbegrip van de vrijheid om het bestuur te bekritiseren.
De burgers hebben vrij toegang tot informatie die niet door het bestuur gecontroleerd wordt.
De burgers zijn vrij om zich te verenigen in belangenorganisaties en in politieke partijen.
Polyarchie lijkt dus heel erg op wat we in het dagelijkse taalgebruik 'democratie' zouden noemen. maar Het concept 'polyarchie' formuleert heel precies aan welke voorwaarden een politiek systeem moet voldoen om als waardevol te worden. Het concept is een ideaaltype, in het zin dat het niet reëel bestaande regimes exact zal beschrijven, maar wel een aantal essentiële kenmerken ervan zal overeenkomen die het mogelijk maken om te classificeren, te vergelijken. In de praktijk
sociaalcontractbegrip
het eerste basis kenmerk van moderne democratiebegrip is dat t uitgaat van een sociaalcontractbegrip:
de staat ontvangt zijn macht van de burgers zelf.
Dat betekent dat we geen geloof meer versterken aan een organisch gegroeide staat of een religieus gelegitimeerde staatsordening.
rule of law
het tweede basiskenmerk van de democratie, is het geloof in de rechtsstaat:
de regels voor het gebruik van de staatsmacht liggen vast, ook de machthebbers zelf zijn verplicht zich aan die regels te houden. Het respecteren van de regels van de democratische rechtsstaat is dan ook absoluut noodzakelijk om van een democratie te kunnen spreken.
Als machthebbers de regels niet langer respecteren, bestaan er opnieuw regels om de machthebbers te verwijderen, bijvoorbeeld door een afzettingsprocedure bij een onafhankelijk hooggerechtshof.
Het geloof in regels en procedures is een typische uiting van het rationeel-legalistisch gezag zoals dat door Max Weber werd beschreven
democratie derde voorwaarde (niet echt begrip ma bon)
Ten derde staat respect voor de individuele rechten en vrijheden centraal.
We spreken pas van een democratie als de staat de mensenrechten beschermd en beschermt.
Het staatsbelang mag dus nooit de rechten van het individu krijgen, en staten en instellingen moeten erop wijzen dat de rechten van het individu altijd gerespecteerd worden.
Het despotisme van de Leviathan is onverenigbaar met het huidige mensenrechtenregime, zeker voor de originele van de Raad van Europa, die onder de bevoegdheid van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg vallen.
autoritaire staatsvorm of niet democratische staatsvorm
voldoen niet (volledig) aan de drie voorwaarden van de democratie
sociaalcontractbegrip
rule of law
respect voor de individuele rechten
illiberale democratie
omschreven door fareed zakaria
hybride regimes, die elementen van democratie en autoritarisme gaan combineren
in Tegenstelling tot een autoritair regime, ondersteunende democratieën en hybride regimes op een mate van competitiviteit, georganiseerd via een systeem van duidelijke verkiezingen.
Deze regimes zijn dus wel democratisch verkozen, maar het proces van besluitvorming wordt vernietigd door een sterk gepersonaliseerd leiderschap, een krachtige oppositie en een concentratie van machtsmiddelen bij de regering (ten nadele van het gerecht en het parlement).
In illiberale democratieën wordt, als onderdeel van machtsvergaring in de handen van enkelen, ook de kwaliteit van verkiezingen ondermijnd.
In een hybride regime zorgen beperkingen in de constitutionele politieke vrijheden ervoor dat niet alle politieke partijen een eerlijke kans hebben gekregen tijdens verkiezingen
freedom house
De Amerikaanse non-gouvernementele organisatie probeert sinds 1972 voor een groot aantal landen na te gaan of, en in welke mate, een aantal basisrechten en -vrijheden preventief wordt.
Dat levert een (iets te) eenvoudige maar wel heldere classificatie op van de mate waarin een land beschouwd kan worden als een democratie.
Voor elk land gaat de organisatie na of er daadwerkelijk vrije en eerlijke verkiezingen worden georganiseerd, waarbij ook oppositiegroepen een eerlijke kans krijgen.
Dat betekent dat er niet alleen wordt gekeken naar de juridische bepalingen voor verkiezingen, maar dat bijvoorbeeld ook wordt gecontroleerd of de oppositiegroepen wel voldoende aan bod komen op televisie en of ze toegang krijgen tot de kranten en andere media.
Ook wordt een evaluatie gemaakt van de intensie van de overheid om corruptie, discriminatie en politiek geweld tegen te gaan.
Naast deze politieke rechten worden ook de fundamentele basisrechten en vrijheden in de rangschikking opgenomen.
Men probeert na te gaan of de burgers over vrijheid van meningsuiting, vereniging en godsdienst beschikken, en of het rechtsys-teem op een eerlijke manier functioneert.
Een dergelijke classificatie bevat uiteraard een element van subjectiviteit, en er komt soms heel wat kritiek op de ranschikking van freedom house, maar het is een nuttige wijze om na te gaan hoe democratisch een regime echt is
het laat ook toe dankzij de freedom house index om de evolutie doorheen de tijd te kunnen analyseren
policy failures
beleidsmislukkingen
komt in een dictatuur vaker voor dan in een regime waar info vrij beschikbaar is
wet van de grote getallen
hoe meer mensen deelnemen aan de stemming, hoe correcter de inschatting van een probleem
echokamers
sociale media bevestigen steeds meer de opvattingen van de gebruiker door de algoritmes die ze hanteren
ook door een Confirmation bias waarbij burgers selectief in hun mediagebruik en klikken vooral op items die hun gedachtegoed bevestigen
boundary problem
hoe de grenzen van de democratie bepalen?
alle-affected-principe
De eerste benadering van de boundary-problem staat voor een radicale uitbreiding van het type mensen die we gebruiken als lid van de demo's.
Hierbij wordt het alle betrokken principe naar voor geschoven om te argumenteren dat iedereen die geïnfecteerd wordt door de verwerking van een politiek systeem een vorm van inspraak moet genieten.
Dit principe suggereert dat wanneer de beslissingsvorming in het ene land een impact heeft op de burgers van het andere land, deze laatsten een vorm van inspraak horen te hebben.
bv impact klimaatveranderingen en beleid
all subjected
De benadering van de boundary-problem komt voor in de vraag voor inspraak in de besluitvor-ming van een ander land als een aantasting van de soevereiniteit van de bestaande natiestaten.
Een afgezwakt principe stelt dan ook dat enkel 'all subjected' of degenen die verplichtingen ervaren of gedwongen worden tot een bepaald soort gedrag inspraak horen te hebben in de formulering die deze onderwerping tot stand gebracht heeft (Abidazeh 2008). In de praktijk is het duidelijk niet altijd gemakkelijk om de grenzen tussen beide principes te relateren.
directe democratie
Democratie kan worden ingevuld als een systeem van verwerking waarbij niet alleen op indirecte wijze en via vertegenwoordiging rekening gehouden wordt met de verwachtingen en vragen van de bevolking, maar waarbij de bevolking zelf, recht en in haar geheel, deelneemt aan de verwerkt.
vertegenwoordiging
Het betekent immers dat de bevolking niet zelf bestuurt. De bevolking neemt het definitieve niet en voert ze niet uit. Dat gebeurt door een vergadering die de politieke gemeenschap vertegenwoordigt. eigen aan een Parlementaire democratieën met als tweede voorwaarde dat elke burger stemrecht heeft
De vertegenwoordigende van ‘indirecte' democratie
maakt een afstand tussen het parlement en de samenleving. Die afstand kan een bron zijn van kritiek op de vertegenwoordigende democratie, maar hij biedt wel het voordeel van de reflexiviteit Deze afstand vormt in eerste instantie een vertragingsmechanisme.
vertragingsmechanisme
er is tijd nodig voordat een onderwerp op de parlementaire agenda wordt geactiveerd. Dat sluit het beleid op basis van de weg van de dag uit. Maar ook de afstand in de ruimte is relevant. De vertegenwoordigingen die in het parlement worden geformuleerd, houden de bevolking een spiegel voor en lokken oordeel en tegenreactie uit
principal-agent-taalgebruik
Vanuit het inzicht dat vertegenwoordiging steeds een relatie behelst, noemt men de vertegenwoordiger ook wel een agent, en de persoon, groep of de instelling die vertegenwoordigd wordt, de opdrachtgever.
Het principaal-agent taalge-bruik geeft ook duidelijk aan dat de vertegenwoordiger in naam van anderen handelt (en niet voor zichzelf) en dat de handelingen van de vertegenwoordiger een verregaande impact kunnen hebben op krachtige die worden ver-tegenwoordigd: zij ervaren de gevolgen van de manier waarop ze worden beïnvloed.
mandaat vs onafhankelijkehid-controverse
Hanna Pitkin (1967) identificeerde twee grote debatten of controverses die tot op de dag van vandaag doorleven.
Het eerste punt van discussie, de zogenoemde 'mandaat versus onafhankelijkheid'-controverse,
gaat over de mate van autonomie van vertegenwoordigers: moeten zij handelen op basis van hun eigen inzichten of moeten ze zich laten leiden door het oordeel van degenen in wiens naam ze spreken?
natie vs deelbelang -controverse
Hanna Pitkin (1967) identificeerde twee grote debatten of controverses die tot op de dag van vandaag doorleven.
Het tweede punt van discussie, de zogenoemde ‘natie versus deelbelang’-controverse,
gaat over wie het onderwerp van politieke vertegenwoordiging hoort uit te maken: het algemene belang (of dat van de natie) dan wel het belang van specifieke groepen die de vertegenwoordiger hebben aangesteld en voor wie hij of zij rechtstreeks aansprakelijk is?
delegatie
een vorm van vertegenwoordiging
. Wie niet naar de algemene vergadering van een vereniging kan komen, kan een van de aanwezige leden aanwijzen als zijn of haar vertegenwoordiger.
De persoon kan in naam van het afwezige lid een stem uitbrengen. De vertegenwoordiger van de afgevaardigde krijgt dan dubbele instructies mee. Aan de vertegenwoordiger wordt gevraagd om iemand anders tegenwoordig te maken, te spreken en te handelen ook hij iemand anders is. De vertegenwoordiger is een spreekbuis.
mandaatsysteem
een afgevaardigde sturen naar de vergadering , maar alleen met het strikt uitgesloten om voor of tegen een bepaald ontwerp te stemmen. De vertegenwoordiger is dan eigenlijk niet veel meer dan een koerier van een stemmachine, die alleen maar een stem mag uitbrengen, maar die niet veel verder mag gaan dan dat.
Als bijvoorbeeld tijdens het debat in de vergadering bleek dat een andere oplossing zich opdrong, dan had de afgevaardigde niet de vrijheid om een andere stem uit te brengen, maar dan moest hij of zij eerst terugkeren naar de opdrachtgever om een nieuwe vervangen te krijgen.
de bedoeling van een gedeeltelijke installatie ('lastgeving') was natuurlijk om ervoor te zorgen dat de Staten-Generaal in de praktijk niet al te invloedrijk konden worden, en dat de verschillende provincies een hele grote mate van autonomie konden bewaren.
politieke partijen
Zij hebben verschillende ideologieën en programma's, en mobiliseren de besluiten om op hen te stemmen als zij het eens zijn met hun programma.
Op die manier kiest de kiezer niet in blind vertrouwen een vertegenwoordiger die geheel naar eigen inzicht en wijsheid zal handelen, maar een vertegenwoordiger die zich engageert om de gemaakte kiesbeloften waar te maken.
partijmandaat
Deze vorm heeft van vertegenwoordiging via partijen en hun programma's. Het wordt soms ook omschreven als het responsieve partijmodel. Partijen en hun interessante zoeken en vinden elkaar omdat ze in grote lijnen identieke uitspraken hebben. Op die manier kiezen de keuzes hun partij en wetende partijen ook wat de voorkeuren van hun keuzes zijn.
tweepartijensysteem
een systeem waarbij men werkt met twee partijen
de partij die wint heeft sws de meerderheid van de stemmen
meerpartijensysteem
een systeem waarbij men werkt met meerdere partijen, dan moet er een coalitie en oppositie gevormd worden na de verkiezingen
parirtaire democratie
evenveel mannen als vrouwen hebben de politieke macht, zodat er geen ongelijkheid meer is en de groepen evenwaardig verdedigd worden
descriptieve vertegenwoordiging
komt erop neer dat de vertegenwoordigers - gelijke achtergrondkenmerken hebben als degenen die ze vertegenwoordi-gen: vrouwen worden bijvoorbeeld vertegenwoordigd door vrouwen, Fransta-ligen door Franstaligen, enzovoort.
substantiële vertegenwoordiging
betekent dat de vertegenwoordigers rekening houden met de belangen en de verduidelijking van hun achterban, en die thema's gaan verdedigen waarvan ze weten dat hun achterban die belangrijk vindt.