Begrippenlijst Hoofdstuk 1: Hoe welvarend ben jij?

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/26

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een set van 27 woordenschatflitskaarten gebaseerd op de begrippen uit Hoofdstuk 1.

Last updated 6:17 PM on 10/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

27 Terms

1
New cards

Primaire behoeften

De noodzakelijke basisbehoeften, zoals voeding, kleding en woonruimte.

2
New cards

Prioriteiten stellen

Bepalen welke behoeften je het belangrijkst vindt en welke minder belangrijk zijn.

3
New cards

Schaars

Iets is schaars als het niet onbeperkt beschikbaar is. Er zijn middelen nodig om het te maken.

4
New cards

Secundaire behoeften

Alle overige behoeften die je leven beter of prettiger maken.

5
New cards

Vrije goederen

Goederen waarover je zomaar kunt beschikken, zoals lucht, zonlicht en regenwater.

6
New cards

Welvaart

De mate waarin je in je behoeften kunt voorzien.

7
New cards

Zelfvoorziening

Je voorziet in je behoeften door zelf goederen voor eigen gebruik te maken.

8
New cards

Commerciële reclame

Reclame om meer producten te verkopen en daar geld aan te verdienen.

9
New cards

Doelgroep

De groep consumenten voor wie een product of boodschap bedoeld is.

10
New cards

Ideële reclame

Reclame die mensen laat nadenken over hun ideeën, zodat hun gedrag verandert.

11
New cards

Informatieve reclame

Reclame met informatie over de eigenschappen en prijs van een product.

12
New cards

Marketing

Alles wat bedrijven doen om hun product te verkopen.

13
New cards

Marketingmix

De marketinginstrumenten: product, prijs, plaats, promotie, personeel en presentatie. Dit zijn de 6 P’s.

14
New cards

Merkreclame

Reclame om een positieve indruk van een merk te geven en het merk bekender te maken.

15
New cards

Begroting

Een overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven voor een komende periode.

16
New cards

Budgetteren

Je inkomsten en uitgaven op elkaar afstemmen.

17
New cards

Dagelijkse uitgaven

Huishoudelijke uitgaven, zoals boodschappen, persoonlijke verzorging, cadeautjes en uitgaan.

18
New cards

Incidentele uitgaven

Uitgaven die je niet vaak doet, zoals voor een vakantie of huishoudelijke apparaten.

19
New cards

Nibud

Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. Het geeft voorlichting over hoe je beter kunt omgaan met je geld.

20
New cards

Reserveren

Geld opzijzetten om later een grote uitgave te kunnen betalen.

21
New cards

Inkomen uit arbeid

Inkomen dat je verdient met werken, zoals loon of salaris.

22
New cards

Inkomen uit bezit

Inkomen uit wat je bezit, zoals huurinkomsten of rente op spaargeld.

23
New cards

Overdrachtsinkomen

Inkomen dat je ontvangt zonder ervoor te werken, zoals uitkeringen, zakgeld of kleedgeld.

24
New cards

Vaste lasten

Uitgaven die je regelmatig moet betalen, zoals huur of abonnementen.

25
New cards

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek. Het verzamelt informatie, onder andere over economische veranderingen.

26
New cards

Deflatie

Een algemene daling van de prijzen.

27
New cards

Inflatie

Een algemene stijging van de prijzen.