1/100
Looks like no tags are added yet.
Can you help me, please?
Kan je mij helpen a.u.b.?
Can I have a tissue?
Mag ik een zakdoekje?
Can I go to the toilet?
Mag ik naar het toilet gaan?
Excuse me, miss, I don’t understand.
Excuseer me, mevrouw, ik begrijp het niet?
Could you explain?
Zou u het kunnen uitleggen?
Can you repeat that?
Kan u dat herhalen?
What does … mean?
Wat betekent…?
How do you say … in English?
Hoe zeg je…in het Engels?
Can I use a dictionary app?
Mag ik de woordenboek app gebruiken?
Can I throw this in the bin?
Mag ik dit in de vuilbak gooien?
Can I close the curtain, please?
Mag ik het gordijn sluiten?
Can I close the window?
Mag ik het raam sluiten?
I am finished!
Ik ben klaar!
I’m sorry, I’m late miss.
Het spijt me, dat ik te laat ben.
I forgot my book. (laptop, homework, headphones)
Ik ben mijn boek vergeten. (laptop, huiswerk, oortjes)
Can I speak Dutch?
Mag ik Nederlands praten?
Here you go/ are.
Als je iets geeft aan iemand.
Can I borrow a sheet of paper?
Mag ik een blad papier lenen?
Be on time!
Wees op tijd!
Do your homework!
Maak je huiswerk!
Don't shout!
Schreeuw niet!
Don't cheat on tests!
Spiek niet bij toetsen!
Don't be rude to each other!
Wees niet onbeleefd tegen elkaar!
an address
een adres
an age
een leeftijd
an assignment
een taak
a birthday
een verjaardag
a colour
een kleur
food
eten
a movie
een film
music
muziek
a name
een naam
a pet
een huisdier
a place
een woonplaats
a season
een seizoen
a subject
een vak (op school)
a teacher
een leerkracht
January
januari
February
februari
March
maart
April
april
May
mei
June
juni
July
juli
August
augustus
September
september
October
oktober
November
november
December
december
spring
lente
summer
zomer
autumn/ fall
herfst
winter
winter
sun-sunny
noun-(adjective) zon

rain/a shower-rainy
noun-(adjective) regen/ regenbui

a cloud-cloudy
noun-(adjective) wolk

snow-snowy
noun-(adjective) sneeuw

lightning
noun-(adjective) bliksemschicht

fog-foggy
noun-(adjective) mist

wind-windy
noun-(adjective) wind

a thunderstorm-thunderous
noun-(adjective) onweersbui

hail
noun-(adjective) hagel

average
gemiddeld
a breeze
een briesje
cold
koud
to freeze
vriezen
frost
vorst
hot
heet
humid
vochtig
humidity
vochtigheid
maximum temperature
maximum temperatuur
a meteorologist
een meteoroloog
minimum temperature
minimumtemperatuur
a rainbow
een regenboog
a thermometer
een thermometer
warm
warm
a weather forecast
een weerbericht
a blizzard
een sneeuwstorm
a (natural) disaster
een (natuur) ramp
a drought
een droogte
an earthquake
een aardbeving
a famine
een hongersnood
a flood
een overstroming
a hurricane
een orkaan
a tsunami
een tsunami
a volcano eruption
een vulkaanuitbarsting
a wildfire
een bosbrand
Scotland
1

Northern Ireland
2

Ireland
3

Wales
4

England
5

United Kingdom
6

to be on thin ice
in een risicovolle of gevaarlijke situatie verkeren
Every cloud has a silver linin
Er is altijd iets goeds, zelfs in slechte situaties.
it is raining cats and dogs
het regent heel hard.
to save something for a rainy day
iets bewaren (meestal geld) voor op het moment waarop het nodig is
to have your head in the clouds
dromerig zijn of niet opletten
to be under the weather
zich niet goed voelen, ziek zijn
it’s just a storm in a teacup
een klein probleem dat groter wordt gemaakt dan het is