Werkcollege moderne poëzie

5.0(2)
Studied by 11 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/59

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:05 PM on 6/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

60 Terms

1
New cards

Apostrof

Een stijlfiguur waarin er een tweede persoon aangesproken wordt die niet de lezer is

2
New cards

Leeshouding

De manier waarop een lezer een tekst leest en interpreteert. Bij poëzie zal dat op andere manieren gebeuren

3
New cards

Taalsituatie

De communicatiesituatie tussen zender en ontvangen; hier de woordvoerder v/e gedicht en de lezer

4
New cards

Alexandrijn

Versvorm bestaande uit 6 jamben

5
New cards

Amfibrachys

Onbeklemtoond, beklemtoond, onbeklemtoond

6
New cards

Anafoor

Herhaling aan het begin van een versregel

7
New cards

Anapest

Onbeklemtoond onbeklemtoond beklemtoond

8
New cards

Antimetrie

Accent van lettergreep dat ingaat tegen het metrum. Conflict tussen het linguïstische en poëtische systeem

9
New cards

Antithetisch parallellisme

Zinnen met een gelijk zinsverloop die inhoudelijk contrasteren

10
New cards

Binnenrijm

Woorden rijmen binnen 1 en dezelfde versregel (bv. de man met de pan liep naar de stad)

11
New cards

Chiasme

Taalelementen worden in omgekeerde volgorde herhaald

12
New cards

Dactylus

Beklemtoond, beklemtoond, onbeklemtoond

13
New cards

Distichon

Twee versregels per strofe

14
New cards

Eindrijm

Aan het eind van versregels rijmen

15
New cards

Elisie

Een lettergreep weglaten

16
New cards

Epifoor

Herhaling van een woord aan het einde van + versregels

17
New cards

Gekruisd rijm

ABAB

18
New cards

Gepaard rijm

AABB

19
New cards

Halfrijm

Enkel de klinker of medeklinker wordt herhaald (dus assonantie of alliteratie)

20
New cards

Hexameter (of … meter)

Versregel bestaande uit 6 versvoeten (of pentameter, tetrameter, …)

21
New cards

Hypogram

Intertekstuele verwijzing

22
New cards

Inversie

Omkering van volgorde van zinsdelen

23
New cards

Jambe

Onbeklemtoond beklemtoond

24
New cards

Kwatrijn (of …)

Vier versregels per strofen (of kwintet, sestet, terset, …)

25
New cards

Middenrijm

Woorden midden in de versregels rijmen op overeenkomstig geplaatste woorden in de volgende regel

26
New cards

Omarmend rijm

ABBA

27
New cards

Parallellisme

Herhaling van een zinsverloop

28
New cards

Slagrijm

AAAA

29
New cards

Synonymisch parallellisme

Zinnen met parallel verloop die inhoudelijk synoniem zijn

30
New cards

Trochee

Beklemtoond, onbeklemtoond

31
New cards

Verspringend rijm

ABCABC (of andere combi’s zoals ABCBA)

32
New cards

Volrijm

Zowel klinkers als medeklinkers worden herhaald

33
New cards

Weesrijm

Versregel die niet rijmt in het gedicht dat verder wel rijmt

34
New cards

Voorrijm

De eerste lettergrepen van opeenvolgende versregels rijmen

35
New cards

Enjambement

Conflict tussen poëtische en linguïstische systeem, ontstaan doordat de zin doorloopt waar de versregel eindigt

36
New cards

Iconisch

Wanneer de relatie tussen teken en betekenis gelijk is

37
New cards

Neologisme

Nieuw woord uitgevonden door een taalgebruiker

38
New cards

Versbreking

Conflict tussen poëtische en linguïstische systeem, doordat een zin ergens (midden) in de versregel eindigt

39
New cards

Aanroepingstoop

Gestandaardiseerde apostrof, waarin de muze aangeroepen wordt

40
New cards

Ballade

Narratief gedicht over historische gebeurtenis

OF drie octaven met een envoi: een kwatrijn dat steeds herhaald wordt

41
New cards

Bescheidenheidsformule

Formulering waarin de dichter zijn tekortkomingen bekent

42
New cards

Chute

Volta in een sonnet

43
New cards

Dageraadstoop

Conventionele toop: de zonsopkomst maakt een einde aan een vrijage

44
New cards

Elegie

Gedicht naar aanleiding van een overlijden of andere tragische gebeurtenis

45
New cards

Lieflijke plaats

Stereotiep beschreven, behaaglijke ruimte

46
New cards

Limerick

Vijfregelig gedicht, met rijmschema AABBA

47
New cards

Terribele plaats

Tegenovergestelde lieflijke plaats

48
New cards

Ode en hymne

Lofprijzing aan een subject

49
New cards

Opdrachtstoop

Aan het begin van een gedicht, geeft weer aan wie het werk bestemd is

50
New cards

Petrarkisch vrouwenportret

Stereotype beschrijving van een aanbeden vrouw

51
New cards

Rondeel

Achtregelig gedicht, met twee rijmklanken en veel herhaling

52
New cards

Sonnet

14 regels, chute

53
New cards

Topen

Thema’s en argumenten, uitdrukkingen met stereotiepe betekeniskenmerken

54
New cards

Allegorie

Metafoor die de hele tekst bestrijkt

55
New cards

Katachrese

Figuurlijke uitdrukking die geen letterlijke equivalent heeft (bv. een teentje knoflook)

56
New cards

Personificatie

Metafoor waarin een zaak als persoon wordt voorgesteld

57
New cards

Metafoor/metonymie

Metafoor: substitutie op vlak van gelijkenis tussen begrippen

Metonymie: “ “ op basis van contiguïteit tussen de twee

58
New cards

Synecdoche

Substitutie van termen op basis van ingeslotenheid van het ene begrip in het andere (dus metonymie langs beide kanten)

59
New cards

Synesthesie

Metaforische uitdrukking waarin de ene zintuiglijke indrukking door een andere uitgedrukt wordt

60
New cards

Troop

Wanneer een begrip door een andere vervangen wordt, en er een verandering in betekenis is (bv. metafoor, metonymie)