1/10
Looks like no tags are added yet.
identiteit:
Het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen voorhoudten dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwt voor zijn eigen persoon en dat is afgeleid van zijn perceptie over de groep(en) waar hij wel of juist ook niet deel van uitmaakt.
cultuur:
Het geheel van uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven.
ideologie:
Een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden, meestal uitmondend in ideeën over de gewenste maatschappelijke en politieke verhoudingen.
sociale cohesie
Het aantal en de kwaliteit van de bindingen die mensen in een sociaal kader met elkaar hebben, en de mate waarin een groep er zijn kan.
politieke institutie
Complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en politieke besluitvorming reguleren.
representatie:
De vertegenwoordiging van een groep in een (politieke) organisatie door één of meer betrokkenen die namens de groep optreden.
representativiteit:
De mate waarin de (politieke) besluiten, de standpunten of achtergrondkenmerken van vertegenwoordigers overeenkomen met die van de groep die vertegenwoordigd wordt.
individualisering:
Het proces waarbij individuen in toenemende mate hun zelfstandigheid op verschillende gebieden kunnen vergroten.
institutionalisering:
Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren.
democratisering
Het proces van verandering van machts en gezagsverhoudingen door een grotere inspraak en medezeggenschap van degenen met minder macht.
rationalisering:
Het proces van het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken en van het doelgericht inzetten van middelen om zo efficiënt en effectief mogelijke resultaten te bereiken.