Homeostase en Biologische Feedback

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/43

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een overzicht van vaktermen en definities uit de cursus natuurwetenschappen over homeostase, feedbackmechanismen, zintuiglijke verwerking en reacties bij mens, dier en plant.

44 Terms

1
New cards

Organisme

Een levend wezen (zoals mens of dier) dat opgebouwd is uit verschillende organisatieniveaus.

2
New cards

Organisatieniveaus

De hiërarchische opbouw van een levend wezen van groot naar klein: organisme →\rightarrow stelsel →\rightarrow orgaan →\rightarrow weefsel →\rightarrow cel.

3
New cards

Stelsel

Een groep van diverse organen die samenwerken aan eenzelfde functie.

4
New cards

Weefsel

Een groep van cellen die dezelfde kleur, vorm en functie hebben.

5
New cards

Cel

De kleinste levende bouwsteen waaruit een organisme is opgebouwd.

6
New cards

Homeostase

Het behouden van het inwendig evenwicht van een organisme ondanks veranderingen in de omgeving, waardoor het organisme optimaal kan functioneren.

7
New cards

Positieve feedback

Een regelsysteem met een versterkend effect of versterkende werking op de reactie.

8
New cards

Negatieve feedback

Een regelsysteem met een afremmend of afzwakkend effect om het evenwicht te herstellen.

9
New cards

Prikkel

Een verandering in een organisme of in de omgeving van een organisme die men kan waarnemen met de zintuigen.

10
New cards

Reactie

De manier waarop een organisme reageert op een waargenomen prikkel (het gevolg van de prikkel).

11
New cards

Inwendige prikkel

Een prikkel die binnen in het lichaam van het organisme plaatsvindt (zoals pijn, honger of dorst).

12
New cards

Uitwendige prikkel

Een prikkel die zich in de omgeving buiten het lichaam bevindt (zoals zonlicht, geluid of een geur).

13
New cards

Chemische prikkels

Uitwendige prikkels die je kunt ruiken en proeven (smaakstoffen en geurstoffen).

14
New cards

Fysische prikkels

Uitwendige prikkels die je kunt zien, horen en voelen.

15
New cards

Receptoren

Gespecialiseerde zintuigcellen in de zintuigen die specifieke prikkels waarnemen en omzetten in impulsen.

16
New cards

Fonoreceptoren

Geluidsreceptoren die zich in het oor bevinden en geluidsprikkels registreren.

17
New cards

Fotoreceptoren

Lichtreceptoren die zich in het oog bevinden (of lichtgevoelige moleculen zoals chlorofyl in planten) en lichtprikkels registreren.

18
New cards

Thermoreceptoren

Zintuigcellen in de huid en de tong die temperatuurverschillen registreren.

19
New cards

Chemoreceptoren

Zintuigcellen in de tong, neus of inwendige organen die smaak- en geurveranderingen of concentraties van chemische stoffen registreren.

20
New cards

Mechanoreceptoren

Zintuigcellen in de huid, tong en inwendige organen die drukverschillen registreren.

21
New cards

Pijnreceptoren

Zintuigcellen in onder andere de huid die pijn registreren bij weefselbeschadiging.

22
New cards

Drempelwaarde (prikkeldrempel)

De minimale intensiteit of sterkte die een prikkel moet hebben om door de receptoren geregistreerd te worden.

23
New cards

Gewenning

Een bescherming tegen overprikkeling waarbij men na verloop van tijd aan een aanhoudende prikkel gewend raakt en deze niet meer waarneemt.

24
New cards

Conductoren

Stelsels die signalen en impulsen opnemen, verwerken en doorgeleiden; gevormd door het zenuwstelsel en het hormonaal stelsel.

25
New cards

Effectoren

Spieren en klieren die vanuit de conductoren impulsen ontvangen en de uiteindelijke reactie tot stand brengen.

26
New cards

Thermoregulatie

Het handhaven van een constante lichaamstemperatuur rond +/- 37 ∘C37\,^\circ\text{C}, geregeld vanuit de hypothalamus in de hersenen.

27
New cards

Insuline

Hormoon geproduceerd door de β\beta-cellen van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier dat de bloedsuikerspiegel verlaagt door glucose om te zetten in glycogeen.

28
New cards

Glucagon

Hormoon geproduceerd door de α\alpha-cellen van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier dat de bloedsuikerspiegel verhoogt door glycogeen om te zetten in glucose.

29
New cards

Hyperglycemie

Een te hoge bloedsuikerspiegel met een waarde boven 120 mg/dl120\,\text{mg/dl} bloed.

30
New cards

Hypoglycemie

Een te lage bloedsuikerspiegel met een waarde onder 70 mg/dl70\,\text{mg/dl} bloed.

31
New cards

Diabetes type 1

Een niet-geneesbare auto-immuunziekte waarbij het afweersysteem de bètacellen in de alvleesklier afbreekt, waardoor er geen of nauwelijks insuline wordt geproduceerd.

32
New cards

Diabetes type 2

Een aandoening waarbij het lichaam wel insuline aanmaakt, maar de lichaamscellen ongevoelig zijn geworden voor dit hormoon (volgens het sleutel-slotprincipe).

33
New cards

Zwangerschapsdiabetes

Een tijdelijke vorm van diabetes tijdens de zwangerschap waarbij het lichaam tijdelijk minder goed op insuline reageert, wat meestal binnen een dag na de bevalling verdwijnt.

34
New cards

Tropie

Een trage, onomkeerbare krommingsbeweging of groeireactie van een plantendeel die veroorzaakt en gericht wordt door een uitwendige prikkel.

35
New cards

Nastie

Een snelle, omkeerbare beweging van een plantendeel die veroorzaakt wordt door een prikkel, maar waarvan de bewegingsrichting niet door de prikkelrichting wordt bepaald.

36
New cards

Fototropie

Een groeibeweging van een plantendeel die veroorzaakt en gericht wordt door het licht (stengels groeien positief fototroop naar het licht toe).

37
New cards

Gravitropie (geotropie)

Een groeibeweging die beïnvloed en gericht wordt door de zwaartekracht (wortels zijn positief geotroop, stengels negatief geotroop).

38
New cards

Thermonastie

Een niet-gerichte beweging van plantendelen onder invloed van temperatuurveranderingen (bloemen openen bij warmte en sluiten bij koude).

39
New cards

Fotonastie

Een niet-gerichte beweging van plantendelen die veroorzaakt wordt door licht (bijvoorbeeld het openen van paardenbloemen bij licht).

40
New cards

Thigmonastie

Een snelle omkeerbare beweging van een plantendeel als gevolg van aanraking of mechanisch contact (zoals bij het kruidje-roer-mij-niet).

41
New cards

Nyctinastie

Het openen en sluiten van samengestelde bladeren of bloemen onder invloed van het dag- en nachtritme.

42
New cards

Auxine

Een plantenhormoon dat zorgt voor celstrekking en stengelgroei, en zich verplaatst naar de onbelichte zijde van de stengel.

43
New cards

Ethyleen

Een gasvormig plantenhormoon dat verantwoordelijk is voor vruchtrijping en het sturen van bloem- en bladverlies.

44
New cards

Huidmondjes

Openingen op het blad omgeven door sluitcellen waarlangs water verdampt (transpiratie) en gasuitwisseling (CO2CO_2 en O2O_2) plaatsvindt.