1/35
VWO 3
accijns
Een indirecte belasting die wordt geheven op producten met als doel het gebruik van die producten af te remmen. Bijvoorbeeld: accijns op tabak.
begroting
Overzicht van verwachte ontvangsten en verwachte uitgaven voor een komende periode.
belasting toegevoegde waarde (btw)
Als consument betaal je belasting over de verkoopprijs. Dit is een indirecte belasting.
budgetlijn
Een budgetlijn geeft verschillende combinaties van twee bestedingsmogelijkheden aan bij een bepaald budget.
chartaal geld
Munten en bankbiljetten in handen van het publiek.
directe belastingen
Directe belastingen worden geheven over de inkomens van burgers en bedrijven: de loon- en inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting.
giraal geld
Geld van mensen op een rekening bij de bank waarover zij direct kunnen beschikken.
huishoudelijke uitgaven
De (dagelijkse) uitgaven aan boodschappen, zoals levensmiddelen, huisdieren, cadeaus en bloemen, aanschaffen van kleine huishoudelijke spullen, uitgaan. Ook het zakgeld voor de verschillende gezinsleden valt hieronder.
huishouden
Een persoon of meer personen samen vormen een huishouden als ze alleen of gezamenlijk economische beslissingen nemen.
indirecte belastingen
(= kostprijsverhogende belastingen) Belastingen die worden geheven over de aankoop van goederen en diensten, zoals btw.
kasboek
Een overzicht alle uitgaven die je gedurende een periode doet.
Miljoenennota
Algemene toelichting op de rijksbegroting.
Nibud
Een onafhankelijke stichting die informatie en adviezen geeft over financiën aan huishoudens en bedrijven.
reserveren
Het bewaren van geld voor later. Bijvoorbeeld om later een auto te kopen.
Rijksbegroting
De plannen van de regering, met inkomsten en uitgaven.
sluitende begroting
Een begroting die in evenwicht is, waarbij de verwachte ontvangsten gelijk zijn aan de verwachte uitgaven.
sparen
Het niet consumeren van een deel van het inkomen.
vaste lasten
De maandelijks (of jaarlijks) terugkerende uitgaven (lasten) zoals de uitgaven voor de huur van het huis, het afbetalen van een lening, de uitgaven voor water en stroom, et cetera.
vennootschapsbelasting
Belasting die geheven wordt over de winst van een bv en nv.
zakgeld
Geld dat kinderen wekelijks of maandelijks van hun ouders ontvangen.
zwart werk
Werk waarvan de inkomsten niet opgegeven worden aan de Belastingdienst.
arbeid
De inzet van menselijke capaciteit voor het produceren van goederen en diensten.
bruto binnenlands product (bbp)
De waarde van de totale binnenlandse productie van een land.
cumuleren
Het optellen van vorige waarden.
groeipercentages
Percentages die aangeven hoeveel procent een bepaalde variabele veranderd is ten opzichte van het jaar daarvoor.
groen bbp
Welvaartsbegrip waarbij naast het bbp ook rekening wordt gehouden met het milieu. Anders gezegd: maatstaf voor welvaartsgroei die rekening houdt met de instandhouding van natuurlijke hulpbronnen en het milieu.
human development index (HDI)
Welvaartsbegrip waarbij naast het bbp ook rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau van de bevolking en met de gezondheidszorg.
kapitaal
De productiefactor kapitaal omvat de fabrieken, machines, gereedschappen, grondstoffen en voorraden eindproduct die bij de productie worden ingezet. Men onderscheidt kapitaalgoederen en geldkapitaal.
lorenzcurve
(lorenzkromme) Een grafiek die de (on)gelijkmatigheid van een verdeling weergeeft, bijvoorbeeld van de verdeling van het totale inkomen over personen of huishoudens.
nationaal inkomen
Inkomens van alle mensen in een land bij elkaar opgeteld in een bepaalde periode.
natuur
Een productiefactor die lucht, zonlicht, aarde, water, de mineralen, gas, olie, kolen, de ligging, het reliëf, de bodemgesteldheid, de rivieren, meren en kusten omvat die bij de productie worden ingezet.
ondernemerschap
De kennis, het inzicht en het risico durven nemen om een onderneming te starten en te runnen. Een productiefactor die beloond wordt voor het draging van de economische risico’s die ontstaan door het combineren van de andere productiefactoren (arbeid, natuur, kapitaal).
overdrachtsinkomens
Dat deel van het inkomen dat mensen krijgen zonder deelname aan het productieproces. Het bestaat uit de uitkeringen en subsidies/toeslagen.
primair inkomen
Het inkomen dat verdiend wordt in het productieproces. Voorbeelden: loon, rente, huur, pacht en winst.
productiefactoren
De middelen waarmee wordt geproduceerd, namelijk arbeid, ondernemerschap, kapitaal(goederen) en natuur(lijke hulpbronnen).
welvaart
De mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien.