1/21
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
mentruatiecyclus en ovulatie
Menstruatiecyclus duurt ongeveer 28 dagen en rond dag 14 vindt de ovulatie plaats
rijping van follikel
Rijpt onder invloed van FSH en produceert oestrogeen, wat zorgt voor een LH-piek
eisprong (ovulatie)
Een LH-piek laat de follikel openbreken en de eicel vrijkomen in de eileider
geel lichaam (corpus luteum)
Gevormd door de achtergebleven follikelwand na de ovulatie en produceert progesteron en oestrogeen
zure milieu in vagina
Beschermt de vagina tegen bacteriële infecties, maar is ook agressief voor zaadcellen
baarmoederhals (cervix)
Afgesloten door slijmprop (dik en ondoordringbaar), maar rond ovulatie wordt het slijm dunner, minder zuur en beter doorlaatbaar
baarmoeder
Spiercontracties van de baarmoederwand en eileiders helpen de zaadcellen voortbewegen
eileider (bij de bevruchting)
De plek waar de zaadcel door de corona radiata en zona pellucida moet dringen en de corticale reactie ontstaat
fase 1: contact met de eicel
Eicel is omgeven door de corona radiata (krans van follikelcellen) en zona pellucida (doorzichtige laag van glycoproteïnen)
fase 2: acrosoomreactie
Membraan fuseert bij contact met spermamembraan en vrijgekomen enzymen lossen glycoproteïnen op
fase 3: corticale reactie (polyspermieblokkade)
Corticale granulen versmelten met het membraan waardoor een bevruchtingsmembraan ontstaat dat extra zaadcellen verhindert
fase 4: samensmelten van zaadcel en eicel (amfimixie)
Versmelten van mannelijke en vrouwelijke nucleus tot één kern
fase 5: ontstaan van de zygote
Samenvoeging van de complete chromosomenset van vader en moeder
aanpassingen vrouwelijk voortplantingsorgaan
Franjes aan eileidertrechter, kliercellen aan binnenkant eileider, melkzuurbacteriën in vaginale flora en rijkelijk doorbloed baarmoederslijmvlies
bevruchting en klievingsdelingen
Zygote deelt zich in blastomeren tot een morula (16-32 cellen) en een blastula
blastula (blastocyste)
Bestaat uit een trofoblast (buitenste cellaag die hCG produceert) en een embryoblast (kiemknop met stamcellen)
innesteling (implantatie)
Het vasthechten van de blastula in het baarmoederslijmvlies (endometrium)
kiemschijf en differentiatie
Vorming van drie kiemlagen tijdens gastrulatie (ectoderm, mesoderm en endoderm) die organogenese ondergaan
vruchtwater en placenta
Vruchtvliezen met vruchtwater beschermen; placenta ontstaat uit trofoblast en baarmoederweefsel voor voeding, gasuitwisseling, afvalafvoer en hormonen
foetale fase (week 9 tot geboorte)
Gekenmerkt door een groeispurt, orgaanrijping, detailvorming en toenemende levensvatbaarheid
fasen van de geboorte
Bestaat uit indaling, ontsluiting (weeën en openen cervix), uitdrijving (persweeën en geboorte) en de nageboorte
de embryonale fase (eerste 8 weken)
De periode waarin de bevruchte cel klievingsdelingen ondergaat, zich innestelt in de baarmoeder en de basisstructuren, organen en kiemlagen (kiemschijf) van het embryo worden gevormd