Welke instantie stelt in Nederland de voedingsnormen voor vitamines en mineralen vast? A) Het Voedingscentrum B) De Gezondheidsraad C) Het RIVM D) De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
Antwoord: B · De normen worden uitgebracht door de Gezondheidsraad (in 2018 grotendeels op basis van EFSA); het Voedingscentrum vertaalt ze naar voorlichting.
2
New cards
Welke omschrijving hoort bij de 'gemiddelde behoefte'? A) Inname die voor vrijwel alle mensen in een groep voldoende is B) Hoogste inname zonder schadelijke effecten bij langdurig gebruik C) Inname die voor de helft van de groep in de behoefte voorziet D) Geschatte inname die wordt gebruikt als er te weinig gegevens zijn
Antwoord: C · De gemiddelde behoefte dekt de helft van de groep; de aanbevolen hoeveelheid dekt vrijwel iedereen.
3
New cards
Welke uitspraak over vitamines is juist? A) Vitamines leveren energie voor groei en onderhoud van het lichaam B) Vitamines zijn essentiële microvoedingsstoffen die het lichaam niet of onvoldoende zelf maakt C) B-vitamines leveren direct ATP doordat ze worden verbrand D) Vitamines worden alleen bij een tekort door het lichaam gebruikt
Antwoord: B · Vitamines leveren geen energie; B-vitamines helpen als coenzym bij het vrijmaken van energie uit macronutriënten.
4
New cards
Wat is de netto opbrengst van de glycolyse per molecuul glucose? A) 2 ATP en 2 NADH B) 4 ATP en 2 FADH2 C) 2 GTP en 6 NADH D) 30-32 ATP
Antwoord: A · Glucose wordt gesplitst in 2 pyruvaat met netto 2 ATP en 2 NADH; 30-32 ATP is de totale opbrengst van de volledige afbraak.
5
New cards
Hoeveel ATP levert de volledige afbraak van een vetzuur met 16 C-atomen (NADH = 2,5 ATP, FADH2 = 1,5 ATP, GTP = 1 ATP, opstartkosten 2 ATP)? A) 96 ATP B) 106 ATP C) 120 ATP D) 108 ATP
Antwoord: B · 7 knippen: 7 x 4 = 28 - 2 = 26 ATP; 8 acetylCoA x 10 ATP = 80 ATP; totaal 106 ATP.
6
New cards
Hoeveel keer moet een vetzuur met 18 C-atomen 'geknipt' worden in de bèta-oxidatie? A) 9 B) 18 C) 8 D) 7
Antwoord: C · Aantal knippen = (C/2) - 1 = 9 - 1 = 8; dat levert 9 acetylCoA op.
7
New cards
Welk coenzym is nodig om pyruvaat om te zetten in acetylCoA, waarbij CO2 wordt afgesplitst? A) TPP (vitamine B1) B) PLP (vitamine B6) C) Biotine (vitamine B8) D) FMN (vitamine B2)
Antwoord: A · Thiaminepyrofosfaat (TPP) haalt de carboxylgroep eraf als CO2 bij de omzetting van pyruvaat naar acetylCoA.
8
New cards
FAD en FMN zijn de coenzymvormen van welke vitamine? A) Niacine (B3) B) Pantotheenzuur (B5) C) Thiamine (B1) D) Riboflavine (B2)
Antwoord: D · Riboflavine vormt FAD en FMN, die waterstofatomen met elektronen overdragen aan het elektronentransportsysteem.
9
New cards
Een cliënt heeft huidaandoeningen, diarree en dementieverschijnselen. Bij een tekort aan welke vitamine past dit beeld? A) Niacine (B3): pellagra B) Thiamine (B1): beriberi C) Vitamine A: keratinisatie D) Vitamine B6: cheilosis
Antwoord: A · Pellagra (huid, diarree, dementie) ontstaat door een niacinetekort; beriberi is een zenuwaandoening door B1-tekort.
10
New cards
De niacinenorm is 1,6 mg/MJ. Hoeveel niacine heeft een inactieve vrouw met een energiebehoefte van 8,5 MJ per dag nodig? A) 8,5 mg B) 16,0 mg C) 13,6 mg D) 18,4 mg
Antwoord: C · 8,5 x 1,6 = 13,6 mg; 18,4 mg geldt voor een man van 11,5 MJ.
11
New cards
Welke uitspraak over vitamine B6 is juist? A) B6 is onderdeel van coenzym A B) B6 wordt in de lever omgezet in PLP, dat o.a. aminogroepen overdraagt (transaminering) C) Een overschot aan B6 is onschadelijk omdat het altijd wordt uitgeplast D) B6 wordt door het lichaam gemaakt uit tryptofaan
Antwoord: B · PLP is coenzym voor meer dan 100 enzymen in het aminozuurmetabolisme; supplementen met te veel B6 kunnen juist schadelijk zijn.
12
New cards
Welk antioxidant-enzym bevat ijzer en breekt waterstofperoxide af tot water en zuurstof? A) Superoxidedismutase B) Glutathionperoxidase C) Ceruloplasmine D) Katalase
Antwoord: D · Katalase bevat ijzer en zet 2 H2O2 om in 2 H2O + O2; glutathionperoxidase heeft selenium nodig.
13
New cards
Voor welk antioxidant-enzymsysteem is het spoorelement selenium nodig? A) Glutathionperoxidase B) Katalase C) Koper-zink-superoxidedismutase D) Thiaminepyrofosfaat
Antwoord: A · Glutathionperoxidase (glutathion = tripeptide van cysteïne, glycine en glutamaat) is seleniumafhankelijk.
14
New cards
Wat is een kenmerk van een vrij radicaal? A) Het staat gemakkelijk een elektron af aan een antioxidant B) Het stopt schadelijke kettingreacties in het lichaam C) Het ontstaat alleen door roken en luchtvervuiling D) Het is een molecuul met één of meer ongepaarde elektronen
Antwoord: D · Een vrij radicaal heeft ongepaarde elektronen en ontstaat ook bij normale metabole processen; antioxidanten stoppen de kettingreactie.
15
New cards
Wat was de belangrijkste uitkomst van de ATBC-studie bij rokende Finse mannen? A) Vitamine E halveerde het risico op longkanker B) Bèta-caroteensuppletie verhoogde het risico op longkanker C) Beide supplementen verlaagden het risico op hart- en vaatziekten D) Er werden geen verschillen gevonden tussen de groepen
Antwoord: B · Alfa-tocoferol verlaagde het risico niet en bèta-caroteen verhoogde het risico op longkanker bij rokers.
16
New cards
Welke verklaring past NIET bij het uitblijven van gezondheidswinst door antioxidantsupplementen? A) Groente en fruit bevatten naast antioxidanten ook vezels en andere stoffen B) Hoge doses kunnen een pro-oxidante werking krijgen C) Groente- en fruitconsumptie is een marker voor een gezonde leefstijl D) Antioxidanten uit supplementen worden niet in het lichaam opgenomen
Antwoord: D · De bron noemt andere stoffen in groente/fruit, leefstijlmarkers en pro-oxidante werking bij hoge doses; dat supplementen niet worden opgenomen, wordt niet gesteld.
17
New cards
Wat is de ADH voor calcium voor een vrouw van 55 jaar? A) 950 mg B) 1000 mg C) 2500 mg D) 1100 mg
Antwoord: D · Vrouwen van 51-69 jaar: 1100 mg/dag; 2500 mg is de aanvaardbare bovengrens.
18
New cards
Welke voedingsfactor verlaagt de biobeschikbaarheid van calcium? A) Lactose B) Vitamine D C) Fytaat D) Vitamine K
Antwoord: C · Oxaalzuur, fytaat, natrium en alcohol verlagen de calciumopname; vitamine D en lactose bevorderen die.
19
New cards
Mevrouw De Wit is 75 jaar. Welk vitamine D-suppletieadvies geldt voor haar? A) Geen suppletie nodig bij een gezonde voeding B) 10 mcg per dag C) 20 mcg per dag D) 50 mcg per dag
Antwoord: C · Voor iedereen ouder dan 70 jaar geldt 20 mcg per dag; 10 mcg geldt o.a. voor vrouwen van 50-70 jaar.
20
New cards
Welk effect hoort NIET bij calcitriol (actieve vitamine D)? A) Verhoging van de calciumabsorptie in de darm B) Verhoging van de calciumreabsorptie in de nieren C) Mobilisatie (resorptie) van calcium uit het skelet D) Verhoging van de calciumuitscheiding via de urine
Antwoord: D · Calcitriol houdt het bloedcalcium op peil via darm, nier en skelet; meer uitscheiding past daar niet bij.
21
New cards
Iemand krijgt per dag 500 mcg retinol en 1200 mcg bèta-caroteen (uit voeding) binnen. Hoeveel RAE is dat? A) 600 RAE B) 1700 RAE C) 550 RAE D) 1100 RAE
Antwoord: A · 1200 / 12 = 100 RAE uit bèta-caroteen, plus 500 RAE uit retinol: totaal 600 RAE.
22
New cards
Nachtblindheid bij vitamine A-tekort is te verklaren doordat ... A) retinezuur nodig is voor de kegeltjes om kleur te zien B) retinal nodig is voor rhodopsine in de staafjes C) retinol de traanproductie regelt D) bèta-caroteen het hoornvlies doorzichtig houdt
Antwoord: B · Rhodopsine (opsine + cis-retinal) in de staafjes is nodig om bij weinig licht te zien.
23
New cards
Welke groep loopt het meeste risico op een vitamine K-tekort? A) Pasgeborenen van 0-3 maanden B) Mensen die bloedverdunners gebruiken C) Volwassenen die veel groene groenten eten D) Mensen met een hoge calciuminname
Antwoord: A · Pasgeborenen, langdurige antibioticagebruikers en mensen met een verstoorde vetopname lopen risico op een tekort; bij bloedverdunners is juist voorzichtigheid met (te veel) vitamine K nodig.
24
New cards
100 g gejodeerd keukenzout levert 2000 mcg jodium. Hoeveel jodium krijgt iemand binnen met 5 g van dit zout? A) 10 mcg B) 100 mcg C) 400 mcg D) 1000 mcg
Antwoord: B · 2000 / 100 = 20 mcg per gram; 5 g x 20 mcg = 100 mcg.
25
New cards
Waaruit bestaat het ecologische plafond van het Donutmodel van Kate Raworth? A) De 12 dimensies uit de Sustainable Development Goals B) De 9 planetaire grenzen (Steffen et al., 2015) C) De 17 SDG's van de Verenigde Naties D) De schaduwprijzen van voedselproducten
Antwoord: B · Het ecologisch plafond bestaat uit 9 planetaire grenzen; het sociaal fundament uit 12 dimensies afgeleid van de SDG's.