1/49
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat was de aanleiding van de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
In de literatuur van afgelopen 30 jaar zijn er inconsistente bevindingen over antecedenten van omstandigheden waarin individuen onethische keuzes maken
→ er is een cumulatieve, kwantitatieve samenvatting vereist om gedragsethiek op de werkvloer te kunnen begrijpen
Wat zijn de drie soorten antecedenten van een onethische keuze volgens de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
1. Individueel (rotte appel of bad apple): onethische keuze resulteert uit ongunstige persoonlijke karakteristieken
2. Morele kwestie (slechte gevallen of bad cases): aspecten/omstandigheden dilemma beïnvloeden onethische keuze
3. Organisatorische omgeving (rotte vaten of bad barrels): onethische keuze reflecteert karakteristieken van algemene organisatorische omgeving

Wat is rest’s four-stage model of ethical decision making?
Een theorie over de verschillende stadia die individuen doorlopen tijdens het proces van ethische besluitvorming
leidt tot stadium van morele intentie = zich verbinden aan bepaalde actie
eindigt in morele actie/gedrag = voorgenomen/beoogd gedrag uitvoeren
→ theoretisch kader gebruikt voor afhankelijke variabelen in meta-analyse
Wat zijn de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
Onethische intentie = bereidheid/voornemen om onethisch gedrag te vertonen
Onethisch gedrag = handeling van organisatielid van een organisatie in strijd met algemeen aanvaarde (maatschappelijke) morele normen
bijv. diefstal, sabotage, liegen, fraude
Wat is workplace deviance? Hoe verhoudt dit zich tot onethisch gedrag?
afwijkend/contraproductief gedrag op werkvloer
→ is in strijd met organisatienormen t.o.v. maatschappelijke normen
bijv. roddelen, lage productiviteit
→ wordt enkel in serieuze gevallen meegenomen in meta-analyse
bijv. productieafwijking
LET OP: gedrag kan overeenkomen met organisatienormen & toch onethisch zijn
bijv. liegen tegen klanten
Wat is illegaal gedrag? Hoe verhoudt dit zich tot onethisch gedrag?
gedrag in strijd met wetgeving
→ heeft overlap met onethisch gedrag
bijv. stelen
→ niet al het onethische gedrag is illegaal
bijv. belangenverstrengelingen

Welke aannames over onderscheid tussen intentie en gedrag worden gemaakt in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
intentie gaat vooraf aan gedrag
intentie kan gebruikt worden als vervanging voor gedrag wanneer onbeschikbaar voor onderzoeksdoeleinden
→ kan wel modererend effect hebben op data
Wat wordt er bedoeld met een onethische keuze?
het overkoepelende construct van onethische intentie & onethisch gedrag
Wat is cognitieve morele ontwikkeling?
de vordering in complexiteit van denkwijze/beredenering over én rechtvaardiging moreel (on)juiste acties
→ heeft invloed op gedrag d.m.v. mechanisme van cognitieve consistentie/dissonantie
Hoe verloopt cognitieve morele ontwikkeling?
ontwikkeling volgt vijf opeenvolgende stadia in kindertijd en loopt door tot aan volwassenheid
→ stadia zijn stabiel, maar kunnen ontwikkelen door training, interventie & oefening
Hoe ziet de cognitieve morele ontwikkeling van volwassenen eruit?
minderheid volwassenen: stadium 5 (principled) met meest verfijnde redenering & overweging van ethische principes en maatschappelijk belang
meerderheid volwassenen: stadium 3 en 4 (conventioneel) met beïnvloeding van oordeel over juist en onjuist door…
…verwachtingen van leeftijdsgenoten en dierbaren (stadium 3)
…beleid en regels, waaronder de wet (stadium 4)
minderheid volwassenen: stadium 1 en 2 met overweging van…
…volgzaamheid & vermijding van straf (stadium 1)
…zelf-interesse (stadium 2)
Hoe kun je de cognitieve morele ontwikkeling bepalen?
a.d.h.v. Defining Issues Test = beoordeling van hypothetische ethische dilemma’s door rangschikking van belang overwegingen in besluitvorming
Wat is de hypothese over de relatie tussen cognitieve morele ontwikkeling en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
cognitieve morele ontwikkeling is negatief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
Wat zijn morele filosofieën? Hoe kun je deze classificeren?
individuele overtuigingen/voorkeuren voor normatieve filosofische theorieën
LET OP: is GEEN cognitieve capaciteit, lage correlatie met cognitieve morele ontwikkeling
→ meestal in te delen a.d.h.v. twee onafhankelijke conitinua
Idealisme = bezorgdheid om welzijn van anderen
Hoog: schade aan anderen in ethisch dilemma kan altijd voorkomen worden
Laag: schade is soms noodzakelijk om goed te doen
Relativisme = nadruk op situationele bepaling morele principes (t.o.v. universeel)
Laag: elke situatie wordt beheerst door gemeenschappelijk moreel principe
Hoog: situaties verschillen waardoor omstandigheden moeten worden afgewogen bij besluitvorming
i.e., er is geen gemeenschappelijk moreel principe tussen situaties
Wat is de hypothese over de relatie tussen morele filosofieën en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
Een idealistische morele filosofie is negatief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
→ idealisten hebben grotere neiging tot bekritisering van onethische acties door zorgen om schade aan anderen
Hypothese 3: Een relativistische morele filosofie is positief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
→ relativisten kunnen onethische keuzes makkelijker rationaliseren door gebrek aan strenge morele richtlijnen
Wat is Machiavellisme?
traditioneel persoonlijkheidsconstruct gekenmerkt door…
…amorele (= geen besef van goed en kwaad) acties, gewetenloze praktijken, verborgen agenda’s en onethische overdaad
…opportunistisch gebruik interpersoonlijke relaties & misleiding van anderen voor persoonlijk gewin
Wat is de hypothese over de relatie tussen morele filosofieën en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
Machiavellisme is positief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
Wat is locus of control?
persoonlijkheidsconstruct o.b.v. continuüm overtuigingen over samenhang van handelingsuitkomsten met gedrag of externe krachten
Internals: levensgebeurtenissen toegekend aan eigen capaciteit/inspanning
→ minder onethische keuzes door erkenning persoonlijke verantwoordelijkheid
Externals: levensgebeurtenissen toegekend aan externe krachten
bijv. het lot, geluk, invloedrijke derden
→ meer onethische keuzes door verlegging van schuld
Wat is de hypothese over de relatie tussen locus van controle en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
Wat is de onderbouwing?
externe locus van controle is positief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
→ locus van controle heeft geen ethische component, samenhang met moraal/ethiek gebaseerd op aannames
Waarom behoort werktevredenheid tot de categorie individuele verschillen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
vanwege…
…gedeeltelijk dispositionele aard
…persoonlijke evaluatie op individueel niveau
Wat is de hypothese over de relatie tussen werktevredenheid en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
Wat is de onderbouwing?
werktevredenheid is negatief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
→ equity theory stelt dat ontevredenheid leidt tot balanceren waargenomen disbalans in uitkomst/input verhoudingen met dat van anderen, mogelijk door onethische acties
Welke demografische kenmerken zijn meegenomen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)? Waarom? Wat is belangrijk om te weten over de hypotheses over kenmerken?
geslacht: beïnvloedt ethische besluitvorming (echter zwak bewijs)
→ vrouwen geven meer om anderen en vermijden acties die anderen schaden
leeftijd: beïnvloedt cognitieve morele ontwikkeling (+), machiavellisme (-) en crimineel gedrag (-) (echter zwak bewijs voor relatie met ethische besluitvorming)
opleidingsniveau: grotere kans op leermomenten ethische besluitvorming en bevordering cognitieve (morele) & sociale ontwikkeling (o.a. persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel)
LET OP: de hypotheses over deze kenmerken zijn tentatief vanwege zwakke onderbouwing door eerder empirisch onderzoek
Wat is de hypothese over de relatie tussen geslacht en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
geslacht (0 = vrouw; 1 = man) is positief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
Wat is de hypothese over de relatie tussen leeftijd en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
leeftijd is negatief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
Wat is de hypothese over de relatie tussen opleidingsniveau en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
Wat is hierbij een belangrijke kanttekening?
opleidingsniveau is negatief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
→ kanttekening: grootschalige onethisch gedrag vaak vertoond door individuen met vergevorderde opleidingen
Wat voor invloed heeft morele intensiteit op onethische keuzes? Uit welke elementen bestaat morele intensiteit?
hoge intensiteit (neemt toe als elementen toenemen) vermindert onethische keuze door persoonlijke verantwoordelijkheid en overweging gevolgen:
Omvang van gevolgen: totale mogelijke schade aan slachtoffers onethische keuze
Sociale consensus: mate van overeenstemming over verkeerde handelingen
Waarschijnlijkheid effect: waarschijnlijkheid dat actie leidt tot schade
Temporele onmiddellijkheid: tijdsduur tot realisatie schadelijke gevolgen actie
Nabijheid tot slachtoffer (sociaal, psychologisch, cultureel en fysiek)
Concentratie van effect: omgekeerde functie van aantal mensen getroffen door actie van bepaalde omvang
hoge concentratie → veel schade aan kleine, specifieke groep mensen
lage concentratie → verspreiding schade aan zeer grote groep mensen
Wat is de hypothese over de relatie tussen morele intensiteit (+ de elementen daarvan) en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
De morele intensiteit van een kwestie – waaronder (a) concentratie van effect, (b) omvang van gevolgen, (c) waarschijnlijkheid van effect, (d) nabijheid, (e) sociale consensus, (f) temporele onmiddellijkheid en (g) algemene morele intensiteit – is negatief gerelateerd aan onethische keuzes (als intenties) in organisaties
→ geen empirisch onderzoek naar relatie met onethisch gedrag, enkel intenties
Wat wordt er bedoeld met de karakteristieken van een organisatorische omgeving in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
distale, brede constructen (t.o.v. karakteristieken van morele kwesties)
bijv. gedeelde overtuigingen, normen, formele procedures en beleid
Wat is een ethisch klimaat? Waaruit komt dit voor en waar bestaat dit uit?
groep van normatieve werkklimaten die organisatorische procedures, beleid en praktijken met morele consequenties weerspiegelen
i.e. waarden & normen
→ komt voort uit perceptie van verwachte standaarden van ethisch gedrag, bestaat uit twee dimensies:
ethische criteria
bijv. egoïsme (onafhankelijkheid), welwillendheid (regels), principiële instelling (wetten en codes)
locus van analyse
bijv. individueel, lokaal, kosmopolitisch
Wat zijn de meest onderbouwde ethische klimaten, empirisch bepaald volgens de Ethical Climate Questionnaire?
egoïstisch: keuzes komen vaak voort uit zelfinteresse zonder overweging sociale consequenties
benevolent: individuen hebben zorg voor voordelen werknemers, klanten en gemeenschap
principieel: keuzes zijn conform aan formele richtlijnen, wetten en expliciet beleid rondom gepast gedrag
Wat zijn de hypotheses over de relatie tussen ethisch klimaat en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
Egoïstische ethische klimaten in organisaties zijn positief gerelateerd aan onethische keuzes als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag
Benevolente ethische klimaten in organisaties zijn negatief gerelateerd aan onethische keuzes als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag
Principiële ethische klimaten in organisaties zijn negatief gerelateerd aan onethische keuzes als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag
Wat wordt er bedoeld met ethische cultuur? Hoe heeft dit invloed op onetische keuzes?
nauwkeurige perceptie van organisatorische systemen, procedures en praktijken die ethisch gedrag begeleiden, aanmoedigen of ontmoedigen
i.e. regels, sancties, gedrag van leiding
→ gedrag van individuen in conventioneel cognitief moreel stadium is beïnvloedbaar door externe cultuur van verwachtingen over gedrag en verantwoordelijkheid
bijv. uitvoerend ethisch leiderschap en belonend/straffend beleid
Wat is de hypothese over de relatie tussen ethische cultuur en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)? Waarom?
de kracht van ethische culturen in organisaties is negatief gerelateerd aan onethische keuzes als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag
→ bij focus op bottom-line goals (gericht op eindresultaat) zonder overweging ethische zorgen zal cultuur onethisch gedrag waarschijnlijk meer steunen
sterke ethische culturen zenden duidelijke, specifieke berichten over verwacht gedrag via meerdere organisatorische mechanismes
dimensies van ethische klimaten worden bepaald door houding van werknemers
Wat doen ethische gedragscodes?
verhogen aandacht voor ethische kwesties
verduidelijken gepast en ongepast gedrag
Wat zijn de hypotheses over de relatie tussen ethische gedragscodes en de afhankelijke variabelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)? Waarom?
bestaan van gedragscode is negatief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
→ mate van handhaving gedragscode (met zichtbare bestraffing van overtreders) draagt bij aan verlaging van onethische keuzes
handhaving van gedragscode is negatief gerelateerd aan onethische keuzes, als (a) onethische intentie en (b) onethisch gedrag, in organisaties
Welke aanvullende modererende effecten hebben de onderzoekers meegenomen in de meta-analyse? Waren deze significant?
drie methodologische moderatoren (zonder hypothese):
Steekproeftype (student versus werknemer)
Publicatiebron (peer-reviewed journal versus ongepubliceerd)
Onderzoeksstrategie (veldonderzoek versus laboratorium experiment)
→ voor alle factoren geen bewijs voor modererend effect gevonden
Welke methode voor zoekstrategie is toegepast in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)? Wat voor artikelen zijn uiteindelijk meegenomen?
Zoekstrategie o.a. gebaseerd op algemene en specifieke termen voor onethische keuzes/gedrag & variaties van onafhankelijke variabelen
→ alle opgenomen artikelen (n = 136) hadden (calculeerbare) effectgroottes voor antecedent – onetische keuze relaties gemeten op acceptabele wijze
bijv. gevalideerde vragenlijsten, algemeen aanvaarde definities, sterke beschrijving (handhaving) gedragscodes
→ veruit meeste artikelen in situ vragenlijsten werkende volwassenen (veldonderzoek)
Wat waren de inclusie-criteria voor artikelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
afhankelijke variabelen in artikelen moesten overeenkomen met definitie:
Ethische intentie gemeten als waarschijnlijkheid/zouden doen
→ exclusie (!) bij vraag wat zou je moeten doen (oordeel)
Ethisch gedrag gemeten als zelf- of sociale rapportage + archiefstukken
Wat waren de exclusie-criteria voor artikelen in de meta-analyse van Kish-Gephart, J.J., Harrison, D.A. & Klebe Triviño, L. (2010)?
verzameling van data buiten werk organisatie context (= formeel collectief van individuen dat gemeenschappelijke, specifieke doelen nastreeft)
contraproductief werkgedrag wat enkel organisatorische, maar niet maatschappelijke normen, overtreedt
→ vormen die wel (!) zijn meegenomen zijn o.a. sabotage, diefstal, liegen, (interpersoonlijke) agressie
Wat waren opvallendheden in de resultaten van de berekende correlatiecoëfficienten?
Zwak bewijs gevonden voor de hypotheses over mannelijk geslacht & leeftijd
Geen bewijs gevonden voor de hypotheses over opleidingsniveau & bestaan van gedragsccodes
Zeer sterk bewijs gevonden voor de hypothese over algemene morele intensiteit
Wat lieten de resultaten zien over het verband tussen ethische intentie en ethisch gedrag?
Intentie kan gebruikt worden om gedrag in te schatten, maar nagenoeg alle antecedenten hebben sterkere correlatie met gedrag dan intentie
Wat tonen de meta-analytische structurele modellen over individuele karakteristieken aan?
Alle psychologische voorspellers dragen bij aan onethisch gedrag/intentie
Intentie: met name cognitieve morele ontwikkeling, machiavellisme en morele filosofie
Gedrag: allen m.u.v. morele filosofie (door gebrek aan data)
Geen demografische variabelen dragen bij aan onethisch gedrag/intentie
Wat tonen de meta-analytische structurele modellen over dimensies van morele kwesties aan?
concentratie van effect, waarschijnlijkheid van effect, nabijheid en sociale consensus dragen bij aan onethische intentie
grootte van gevolgen en temporele onmiddellijkheid hebben sterke intercorrelatie met andere dimensies
Wat tonen de meta-analytische structurele modellen over karakteristieken van de organisatorische omgeving aan?
Onethische intentie significant voorspeld door kracht benevolent klimaat, kracht principieel klimaat, handhaving gedragscodes
Onethisch gedrag voorspeld door bovengenoemde + kracht egoïstisch klimaat en bestaan gedragscodes
→ enkel ethische cultuur draagt niet bij aan onethisch gedrag/intentie
Wat tonen de resultaten in het algemeen aan over onethische keuzes?
e.g. wat beïnvloedt een onethische keuze?
resultaten tonen aan dat onethische keuzes complex zijn en niet verklaarbaar door een of twee dominante antecedenten, maar door verspreide constructen op individueel, situationeel en organisatorisch niveau
Wat kwam in de discussie naar boven over de relatie tussen individuele karakteristieken en onethische keuze? Geef ook de benoemde verklaring, implicatie en kanttekening
hogere kans op maken onethische keuzes op werkvloer bij individuen met…
lagere cognitieve morele ontwikkeling
Machiavellistische persoonlijkheid
relativistische morele filosofie hebben
Verklaring: delen onderliggend karakteristiek van zelfinteresse of persoonlijk gewin; lage werktevredenheid kan focus op ontevreden vergroten
Implicatie: organisaties kunnen rotte appels voorkomen door te selecteren o.b.v. bovengenoemde individuele verschillen (t.o.v. demografische factoren); interessante om tests te ontwikkelen die overlappen met andere constructen
bijv. integriteit, conscientiousness
Kanttekening: conclusies gebaseerd op voornamelijk onderzoeken met werknemers op “lagere rang”, mogelijk niet te generaliseren naar directie of management
Wat kwam in de discussie naar boven over de relatie tussen morele kwesties en onethische intentie? Geef ook de implicaties
4/6 aspecten van morele intensiteit zijn aan elkaar gerelateerd, enkel nabijheid en sociale consensus hebben vrij onafhankelijke impact
→ mogelijk zijn er slechts 3 dimensies
Hoeveelheid verwachte schade: grootte van consequenties, concentratie en waarschijnlijkheid van effect, temporele onmiddellijkheid
Overeenstemming: sociale consensus
Psychologische vergelijkbaarheid: nabijheid
Implicatie: organisaties kunnen onethische keuzes verminderen door…
morele intensiteit van ethische dilemma’s prominenter te maken
duidelijke gedragsnormen te handhaven om consensus te vergroten
Wat kwam in de discussie naar boven over de relatie tussen karakteristieken uit organisatorische omgeving en onethische keuze?
sociale omgeving kan onethische keuzes beïnvloeden:
Egoïstisch klimaat bevordert onethische keuzes, terwijl benevolente of principiële klimaten preventief werken
Sterke ethische cultuur met duidelijke communicatie van gepast en ongepast gedrag vermindert hoeveelheid onethische keuzes
→ is sterk gecorreleerd met cultuur en handhaving gedragscodes en heeft losstaand weinig invloed; minder belangrijk dan klimaat
Bestaan van gedragscodes heeft mogelijk weinig impact door alomtegenwoordigheid of makkelijke schendbaarheid
→ effectieve handhaving heeft veel sterker effect
Wat kwam in de discussie naar boven over de antecedente correlaties met ethische intentie & ethisch gedrag? Was dit verwacht? Hoe wordt dit verklaard? Wat is de implicatie?
correlaties hebben zelfde richting, maar correlaties met gedrag zijn sterker
→ gaat Rest’s vier-stadium model tegen waarin intentie voorafgaat aan gedrag en daarmee sterker gecorreleerd zou moeten zijn met antecedent; verklaarbaar door…
Grotere variantie in gedragsmetingen versus intentie metingen
Ethische impuls perspectief = individuen reageren vaker automatisch dan weloverwogen op ethisch geladen situaties
→ individuen betreden enkel gecontroleerde verwerking (i.p.v. reflexmatig) door bepaalde triggers in situatie, bijvoorbeeld nieuwigheid
→ automatisch gedrag heeft verschillende gradaties en is niet voor elke actie universeel; identificatie en impulscontrole belangrijk voor toekomstig onderzoek, vereist mogelijk nieuwe methodologie
→ wegens overlap tussen ethische besluitvorming en workplace deviance is verder van belang om antecedenten voor de laatstgenoemde te identificeren met intentionele en intuïtieve karakteristieken
Wat is de grootste limitatie van de meta-analyse?
gebrek aan primaire data voor bepaalde relaties
→ toont noodzaak aan verder complexer en uitgebreider onderzoek naar antecedent relaties