Microbiologie: 4

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/56

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards met definities van microbiologische termen, celstructuren, microscopische technieken en genetische mechanismen op basis van het college.

57 Terms

1
New cards

Kapsel

Stijf materiaal buiten de celwand van sommige bacteriën dat beschermt tegen uitdroging en fagocytose, adhesie bevordert en dient als reservevoedsel.

2
New cards

Slijmlaag

Flexibel materiaal buiten de celwand met dezelfde functies als een kapsel, maar minder stijf van structuur.

3
New cards

Xanthaangom

Een verdikkingsmiddel dat in voeding zoals dressings wordt gebruikt, afkomstig uit het kapsel van Xanthomonas campestris.

4
New cards

Biofilm

Een structuur die ontstaat doordat bacteriën hechten aan een oppervlak, een monolaag en microkolonies vormen en zich omringen met een exopolymeermatrix.

5
New cards

Fimbriae (pili)

Korte draadvormige uitsteeksels (trilharen) bij prokaryoten, vaak verspreid over het hele oppervlak en meestal voorkomend bij gramnegatieve bacteriën; dienen voor hechting en beweging.

6
New cards

Seks-pili

Een langer type pili dat zorgt voor conjugatie, oftewel de overdracht van plasmiden tussen bacteriën.

7
New cards

Flagel

Bacterieel bewegingsorgaan opgebouwd uit het eiwit flagelline, aangedreven door een motor in het cytoplasmatisch membraan en roterend met een snelheid van 200200 tot 1000 rpm1000\,\text{rpm}.

8
New cards

Taxis

Gerichte beweging van een bacterie als reactie op een prikkel, zoals chemotaxis, fototaxis, aerotaxis en magnetotaxis.

9
New cards

Hfr-cellen

Cellen waarbij de F-factor in het chromosoom is geïntegreerd, waardoor bij conjugatie een deel van het genoom wordt overgedragen naar de F-negatieve ontvanger.

10
New cards

Basische kleurstof

Positief geladen kleurstof zoals kristalviolet die wordt aangetrokken door het negatief geladen celmembraan.

11
New cards

Negatieve kleuring

Kleuringsprincipe waarbij gelijke ladingen elkaar afstoten; een zure (negatieve) kleurstof zoals nigrosine of Oost-Indische inkt wordt afgestoten door het negatief geladen celmembraan, waardoor het kapsel zichtbaar blijft als een heldere zone.

12
New cards

Spirillen

Spiraalvormige bacteriën zoals Campylobacter jejuni, met afmetingen van ongeveer 1,5 μm1{,}5\,\mu\text{m} diameter en 15 μm15\,\mu\text{m} lengte.

13
New cards

Spirocheten

Spiraalvormige bacteriën zoals Treponema pallidum en Borrelia burgdorferi, met afmetingen van 0,15 μm0{,}15\,\mu\text{m} diameter en tot 300 μm300\,\mu\text{m} lengte.

14
New cards

Vibrio

Kommavormige bacteriën, zoals bijvoorbeeld Vibrio cholerae.

15
New cards

Lipide A

Disaccharide waaraan vetzuren zijn veresterd in de buitenste laag van het buitenmembraan van gramnegatieve bacteriën; fungeert als het endotoxine dat koorts en shock veroorzaakt.

16
New cards

Core polysaccharide

De vaste kern van LPS bestaande uit een korte keten van suikers, die identiek is bij verschillende bacteriesoorten.

17
New cards

O-polysaccharide

Het deel van LPS dat uit de bacterie steekt en leidt tot de vorming van antistoffen.

18
New cards

Kokken

Bolvormige bacteriën met een diameter van 1 μm1\,\mu\text{m}, voorkomend als monococ, diplococci, streptococci (ketens), staphylococci (trossen), tetrad of sarcina (pakketjes).

19
New cards

Bacillen

Staafvormige bacteriën met een diameter van 0,50{,}5 tot 1 μm1\,\mu\text{m} en een lengte van 11 tot 3 μm3\,\mu\text{m} (zoals Escherichia coli en Bacillus cereus), voorkomend als coccobacillus, diplobacilli, streptobacilli of palissaden.

20
New cards

Filamenteuze bacteriën

Bacteriën met vertakte filamenten die lijken op een mycelium (bijvoorbeeld Actinomyces), belangrijk voor de productie van antibiotica.

21
New cards

Gramkleuring

Differentiële kleuring met kristalviolet, jodium, alcohol en safranine, waarbij grampositieve cellen paars blijven en gramnegatieve cellen ontkleuren door ethanol en roze tot rood kleuren met safranine.

22
New cards

Cytoplasma

Viskeuze waterige massa binnen het celmembraan bestaande uit meer dan 90%90\% water, zonder organellen, bevattende enzymen voor het metabolisme, ribosomen, DNA en granules.

23
New cards

Ribosomen (prokaryoot)

Prokaryote ribosomen van 70S70\text{S}, opgebouwd uit een 30S30\text{S} en een 50S50\text{S} subunit met rRNA en eiwit; vormen een belangrijk doelwit voor antibiotica.

24
New cards

Granules

Osmotisch inactieve korreltjes in het cytoplasma bestemd voor de opslag van organische (vetten, koolhydraten) of anorganische (zwavel, fosfaten) reservematerialen.

25
New cards

Koolhydraatgranules

Cytoplasmatische korrels voor de opslag van koolhydraten onder de vorm van glycogeen, een vertakte keten van α\alpha-glucose.

26
New cards

Poly-β-hydroxyboterzuur

De belangrijkste reservemolecule in bacteriën die dient voor de opslag van vetten.

27
New cards

Volutinekorrels

Metachromatische granules met opgeslagen fosfaten, die dienen als bron van fosfaten en worden gebruikt bij waterzuivering.

28
New cards

Zwavelglobules

Insluitsels waarin sulfide (S2−S^{2-}) met energiewinst wordt omgezet in opgeslagen zwavel, dat bij uitputting van sulfide verder kan worden geoxideerd tot sulfaat (SO42−SO_4^{2-}) met vrijkomen van energie.

29
New cards

Cytoplasmatisch membraan (CM)

Een 8 nm8\,\text{nm} dik semipermeabel membraan bestaande uit 50%50\% eiwit en 50%50\% fosfolipiden, dat dient als barrière en transportsysteem, locatie voor enzymatische reacties en energieproductie.

30
New cards

Peptidoglycaan

Een polymeer van afwisselend N-acetylglucosamine (NAG) en N-acetylmuraminezuur (NAM) met β(1,4)\beta(1,4)-bindingen, versterkt tot een stevig driedimensionaal netwerk door peptideverbindingen.

31
New cards

Lysozyme

Enzym dat de glycosidebinding tussen NAM en NAG verbreekt, waardoor de bacteriële celwand verzwakt en de cel kan lyseren.

32
New cards

Penicilline

Een β\beta-lactam antibioticum dat bij de vorming van een nieuwe celwand de aanmaak van peptidelinken verhindert, waardoor de celwand verzwakt.

33
New cards

Grampositieve celwand

Celwand gekenmerkt door een dikke peptidoglycaanlaag van 2020 tot 50 nm50\,\text{nm} voorzien van teichoïnezuren en lipoteichoïnezuren, zonder buitenmembraan.

34
New cards

(Lipo)teichoïnezuur

Moleculen die enkel voorkomen bij grampositieve bacteriën, naar buiten steken voor adhesie, extra stevigheid leveren en het cytoplasmatisch membraan verbinden met de celwand.

35
New cards

Gramnegatieve celwand

Celwand bestaande uit een dunne peptidoglycaanlaag van 2,5 nm2{,}5\,\text{nm} gelegen in de periplasmatische ruimte, omgeven door een buitenmembraan.

36
New cards

Periplasmatische ruimte

De ruimte tussen het cytoplasmatisch membraan en het buitenmembraan bij gramnegatieve bacteriën; bevat peptidoglycaan en een gelachtige oplossing met verteringsenzymen.

37
New cards

Buitenmembraan

Een lipidendubbellaag bij gramnegatieve bacteriën bestaande uit fosfolipiden, porines, lipoproteïnes die verbinden met peptidoglycaan, en een buitenlaag van voornamelijk LPS.

38
New cards

Porines

Eiwitten met poriën in het buitenmembraan van gramnegatieve bacteriën die doorgang bieden aan kleine stoffen.

39
New cards

Mycoplasma

Kleine, vervormbare, fragiele en intracellulaire bacteriën zonder celwand (zoals Mycoplasma pneumoniae), die gramnegatief kleuren.

40
New cards

Mycobacteriën

Bacteriën (zoals Mycobacterium tuberculosis) met een specifieke celwand bestaande uit peptidoglycaan, suikers, mycolzuren, polypeptiden en vrije lipiden, waardoor ze niet kleuren met de Gramkleuring.

41
New cards

Endosporen

Een slapende, niet-reproductieve toestand van sommige grampositieve bacteriën die hen beschermt tegen ongunstige omstandigheden.

42
New cards

Sporulatie

Proces waarbij bacterieel DNA repliceert, omgeven wordt door een dubbel membraan, een peptidoglycaanlaag en een dik eiwitomhulsel vormt, waarna de endospore vrijkomt.

43
New cards

Tyndaliseren

Sterilisatiemethode voor niet-autoclaveerbare producten waarbij het staal 33 keer gedurende 30 min30\,\text{min} verhit wordt op 100 ∘C100\,^\circ\text{C}, met telkens 24 uur24\,\text{uur} tussenpoos.

44
New cards

Nucleoïde (kernzone)

Gebied in het cytoplasma van prokaryoten waar het naakte DNA (meestal één circulair chromosoom) vrij ligt zonder omhullend kernmembraan.

45
New cards

DNA-gyrase

Prokaryoot topoisomerase II dat via dubbelstrengsbreuken negatieve supercoiling in circulair DNA introduceert, cruciaal voor replicatie en transcriptie.

46
New cards

Supercoiling

Het proces van het opwinden van DNA; gebeurt bij prokaryoten door middel van DNA-gyrase en bij eukaryoten rond histonen.

47
New cards

Binaire fissie

De prokaryote celdeling waarbij na DNA-replicatie chromosoomsegregatie en cytokinese plaatsvinden.

48
New cards

Plasmiden

Extrachromosomale DNA-ringen van 100100 tot 10 000 bp10\,000\,\text{bp} met een eigen ORI voor autonome replicatie, die coderen voor eigenschappen zoals antibioticaresistentie en toxineproductie.

49
New cards

Modificatie

Een verandering in het fenotype onder invloed van gewijzigde omgevingsomstandigheden zonder verandering in het DNA, zoals de temperatuurafhankelijke pigmentatie van Serratia marcescens bij 25 ∘C25\,^\circ\text{C} en 37 ∘C37\,^\circ\text{C}.

50
New cards

Missense mutatie

Puntmutatie waarbij één basenpaar verandert, wat resulteert in de inbouw van een ander aminozuur tijdens translatie.

51
New cards

Transposons (jumping genes)

DNA-elementen die van positie in het genoom wisselen via een cut-and-paste of copy-and-paste mechanisme en daarbij de sequentie onderbreken.

52
New cards

Transformatie

Vorm van genetische recombinatie waarbij een bacterie vrij DNA rechtstreeks opneemt uit de externe omgeving.

53
New cards

Experiment van Griffith

Historisch experiment waarbij niet-pathogene levende R-cellen samen met hittegedode pathogene S-cellen muizen doodden, wat aantoonde dat vrijgekomen kapsel-DNA door R-cellen werd opgenomen.

54
New cards

Transductie

Genetische uitwisseling tussen bacteriën waarbij bacterieel DNA wordt overgedragen via een bacteriofaag tijdens een lytische of lysogene cyclus.

55
New cards

Lysogene fase

Fase van een faaginfectie waarbij het virale DNA als profaag integreert in het bacteriële chromosoom en meerepliceert tijdens celdeling, tot eventuele inductie naar de lytische cyclus.

56
New cards

Conjugatie

De overdracht van genetisch materiaal (meestal plasmiden) tussen bacteriën via fysiek cel-celcontact door middel van een sekspilus.

57
New cards

F-plasmide (F-factor)

Conjugatief plasmide bij Escherichia coli dat codeert voor de vorming van een sekspilus, waardoor een donorcel (F+F^+) DNA kan doorgeven aan een ontvanger (F−F^-).