1/78
Comprehensive vocabulary flashcards covering Dutch terms, connecting words, prepositional phrases, and project-related expressions translated to English.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
fhankelijkheid
dependency
aanbeveling
recommendation
afweging
trade-off
randvoorwaarde
constraint
grondoorzaak
root cause
aannames
assumptions
draagvlak
buy-in
eigenaarschap
ownership
gebrek aan eigenaarschap
lack of ownership
knelpunt
bottleneck
herstelwerk
rework
geïntegreerd
integrated
valideren
validate
gevalideerd
validated
input aanleveren
submit input
verdergaan
proceed
zorg
concern
beperkte capaciteit
limited capacity
extra capaciteit inzetten
allocate additional capacity
aanvullende workshops
additional workshops
tijdige besluitvorming
timely decision-making
overeenstemming
agreement
scope
scope
vereist
required
voldoende
sufficient
aanvullende informatie
additional information
statusupdate
status update
uitkomst
outcome
weerstand
resistance
omdat
because
daarom
therefore
daardoor
as a result
vanwege
due to / because of
hoewel
although
ondanks
despite
terwijl
while / whereas
bovendien
furthermore
echter
however
ondertussen
meanwhile
inmiddels
by now
uiteindelijk
eventually
eigenlijk
actually
waarschijnlijk
probably
bijvoorbeeld
for example
in plaats van
instead of
voordat
before
nadat
after
indien
if
afhankelijk van
depending on
werken aan een project
work on a project
input van stakeholders
input from stakeholders
afhankelijkheid van
dependency on
verantwoordelijk voor
responsible for
eigenaarschap van
ownership of
escaleren naar
escalate to
actie opvolgen
follow up on
risico op
risk of
overeenstemming over
agreement on
toegang hebben tot
have access to
vereisten valideren
validate the requirements
vereisten uitwerken
refine the requirements
een besluit nemen
make a decision
draagvlak creëren
create buy-in
de planning loopt risico
the timeline is at risk
op schema
on schedule
achter op schema
behind schedule
Ik begrijp de zorg
I understand the concern
Wij adviseren om
We recommend
Wij verwachten dat
We expect that
Er is een risico dat
There is a risk that
Er is nog geen overeenstemming
There is currently no agreement
Wij hebben meer informatie nodig
We need additional information
Wij moeten eerst valideren
We need to validate this first
Vanwege de afhankelijkheid
Due to the dependency
Als gevolg daarvan
As a result
Ondanks de vertraging
Despite the delay
Wij kunnen nog niet verdergaan
We cannot proceed yet
De planning is gebaseerd op aannames
The timeline is based on assumptions
afhankelijkheid
dependency