1/79
Looks like no tags are added yet.
le bandage
het verband
le casque (de sécurité)
de (veiligheids)helm
le désinfectant
het ontsmettingsmiddel
le gant
de handschoen
le massage cardiaque
de hartmassage
l’outil (m)
het gereedschap
le pansement
de pleister
le plâtre
het gips
le secouriste
de hulpverlener
les services de secours
de hulpdiensten
la brûlure
de brandwonde
la plaie
de wonde
la sécurité
de veiligheid
la solution
de oplossing
la tenue (vestimentaire)
de kleding / outfit
l’urgence (f)
de noodsituatie
la victime
het slachtoffer
(in)conscient(e)
(niet) bij bewustzijn
avaler
inslikken
débrancher
uitschakelen / de stekker uittrekken
monter sur
klimmen op
s’évanouir
flauwvallen
se noyer
verdrinken
(se) protéger de
(zich) beschermen tegen
se servir de
gebruikmaken van
toucher
aanraken
trébucher
struikelen
avoir mal à
pijn hebben aan
en cas de
in geval van
perdre connaissance
het bewustzijn verliezen
ne pas porter de vêtements de protection
geen beschermende kleding dragen
ne pas utiliser les outils adaptés
het juiste gereedschap niet gebruiken
risquer de tomber
het risico lopen om te vallen
faire une chute
een val maken / vallen
perdre l’équilibre
het evenwicht verliezen
se blesser
zich verwonden
se couper
zich snijden
se brûler
zich verbranden
se coincer les doigts
zijn vingers klemmen
être écrasé(e)
geplet/verpletterd worden
s’électrocuter
een elektrische schok krijgen
s’intoxiquer
vergiftigd raken
être rangé
opgeruimd zijn
traîner par terre
op de grond rondslingeren
hors de portée des enfants
buiten het bereik van kinderen
Quel est votre nom ? / Vous vous appelez comment ?
Wat is uw naam? / Hoe heet u?
Je m’appelle…
Ik heet…
Quelle est l’adresse ?
Wat is het adres?
Nous sommes dans la rue…
We zijn in de straat…
Les secours arrivent.
De hulpdiensten komen eraan.
Restez en ligne avec vous.
Blijf aan de lijn.
Restez calme.
Blijf rustig.
Appuyez sur la plaie.
Druk op de wonde.
Ne bougez surtout pas la victime.
Verplaats het slachtoffer vooral niet.
Faites couler de l’eau tiède.
Laat lauw water stromen.
Coupez le courant.
Schakel de elektriciteit uit.
Ne touchez pas la victime.
Raak het slachtoffer niet aan.
Appelez le Centre Antipoisons.
Bel het Antigifcentrum.
Effectuez la manœuvre de Heimlich.
Voer de Heimlichmanoeuvre uit.
Commencez un massage cardiaque.
Begin een hartmassage.
Est-ce que la victime est consciente ?
Is het slachtoffer bij bewustzijn?
Oui, elle est consciente. / Non, elle est inconsciente.
Ja, ze is bij bewust zijn. / Nee, ze is bewusteloos.
Pouvez-vous la conduire à l’hôpital ?
Kun je haar naar het ziekenhuis brengen?
Oui, je vais faire cela. / C’est impossible.
Ja, ik ga dat doen. / Dat is onmogelijk.
autre(s)
ander(e)
chaque
elke
certain(e)s
sommige
le(s) même(s), la même
dezelfde
la même chose
hetzelfde
plusieurs
meerdere, verschillende
la plupart de(s)
de meeste
quelques
enkele
quelqu’un
iemand
quelque chose
iets
tout le monde
iedereen
tout
heel, alles (mannelijk enkelvoud)
toute
heel, de hele (vrouwelijk enkelvoud)
tous
alle, allemaal (mannelijk meervoud)
toutes
alle, allemaal (vrouwelijk meervoud)
tout
alles,