1/29
Looks like no tags are added yet.
sich ansehen, angesehen
bekijken
sich streiten, gestritten
ruzie maken
sich unterhalten, unterhalten
praten
sich verstehen, verstanden
overeenkomen
singen, gesungen
zingen
sinken, gesunken
dalen
Sport treiben, Sport getrieben
sporten
sprechen, gesprochen
spreken
springen, gesprungen
springen
stehen, gestanden
staan
steigen, gestiegen
stijgen
teilnehmen, teilgenommen
deelnemen
tragen, getragen
dragen
treffen, getroffen
ontmoeten
treten, getreten
stappen
trinken, getrunken
drinken
untergehen, untergegangen
ondergaan
verbringen, verbracht
doorbrengen
vergessen, vergessen
vergeten
verlieren, verloren
verliezen
verschlafen, verschlafen
zich verslapen
versprechen, versprochen
beloven
waschen, gewaschen
wassen
weggehen, weggegangen
weggaan
wehtun, wehgetan
pijn doen
werden, geworden
worden
werfen, geworfen
werpen
wissen, gewusst
weten
wollen, gewollt
willen
ziehen, gezogen
trekken