1/43
Woordenschatkaarten voor de Spaanse les met vertalingen, werkwoordsvervoegingen en specifieke toelichtingen op het juiste woordgebruik.
Encontrar (encuentro)
Iets vinden (bijvoorbeeld sleutels vinden)
Tener miedo
Bang zijn
Tener prisa
Haast hebben
Estar enfadado/a
Boos zijn
Empujar (empujo)
Duwen
Presionar (presiono)
Drukken
Golpear (golpeo)
Slaan
Atrapar (atrapo)
Vangen
Pelear (peleo)
Vechten
Lanzar (lanzo)
Gooien
Contar (cuento)
Tellen
Cortar (corto)
Knippen
Soñar (sueño)
Dromen
Dormir (duermo)
Slapen
Jugar (juego)
Spelen
Descansar (descanso)
Uitrusten
Disfrutar (disfruto)
Genieten
Limpiar (limpio)
Schoonmaken
Despedirse (me despido)
Afscheid nemen
Preguntar por
Vragen (over) als je info vraagt
Hablar de
Praten over
Nos dirigimos a (wederkerend werkwoord dirigirse a)
Wij richten ons tot
Se tratan de tú
Ze spreken elkaar met je aan
Reconocer por (herkennen aan een kenmerk of eigenschap; niet 'reconocer a', wat gebruikt wordt voor het herkennen van een persoon)
Herkennen aan
En casa (bijwoord) / El hogar (het thuis / de huiselijke omgeving)
Thuis
Otro/a (ander); los demás (de overige)
Overig
Una cadena (ketting, ook algemene keten) / Un collar (halsketting/sieraad)
Een ketting
El último capítulo (capítulo = hoofdstuk; unidad = eenheid/les)
Het laatste hoofdstuk
La tortilla de patatas
Een aardappelomelet
Correcto/a (bijvoeglijk naamwoord; correctamente = bijwoord)
Correct / juist
Doña (aanspreektitel voor een vrouw; señora = mevrouw in het algemeen)
Mevrouw
Una finca (finca = landgoed/boerderij/perceel; casa de campo = landhuis)
Een landhuis
Mi pareja (pareja = partner; paraje = plek/streek)
Mijn partner
El apartamento
Het appartement
Con ayuda de
Met behulp van
La fábrica
De fabriek
El vinagre (niet verwarren met aceite = olie)
De azijn
El limón
De citroen
Griego/a (bijvoeglijk naamwoord; el griego = de Griekse taal)
Grieks
El champú
De shampoo
El trabalenguas
De tongbreker
El cuento
Het sprookje
Caliente
Heet (voor eten/voorwerpen)
El compañero / La compañera de curso
Medecursist