1/33
Looks like no tags are added yet.
110-regel
Een NV-artikel + 110 geeft meestal het BV-artikel over hetzelfde onderwerp: 2:80 (storting NV) en 2:191 (storting BV), 2:105 en 2:216 (uitkering).
Nominale waarde
Het bedrag dat op een aandeel staat en waarvoor het is uitgegeven. Daarover gaat de stortingsplicht.
Agio
Wat de aandeelhouder bóven de nominale waarde betaalt. Is een vrije reserve, dus uitkeerbaar.
Maatschappelijk kapitaal
Maximaal bedrag aan aandelen dat volgens de statuten mag worden uitgegeven. Verplicht in de statuten van een NV (minstens een vijfde moet geplaatst zijn), niet bij een BV.
Geplaatst kapitaal
Totaal van de nominale waarde van alle aandelen die daadwerkelijk zijn uitgegeven.
Gestort kapitaal
Deel van het geplaatste kapitaal dat de aandeelhouders echt hebben betaald.
Opgevraagd kapitaal
Deel van het nog niet gestorte kapitaal dat de vennootschap al heeft opgeëist.
Minimumkapitaal
NV: € 45.000 maatschappelijk, geplaatst én gestort (2:67). BV: geen minimumkapitaal.
Hoeveel moet direct gestort worden bij een NV?
Minstens 25% van de nominale waarde (2:80 lid 1). De rest (max. 75%) mag later.
Hoeveel moet direct gestort worden bij een BV?
Niets: storting kan geheel worden uitgesteld (2:191 lid 1).
Waarmee kan worden gestort op aandelen?
NV en BV: in geld of in natura (goederen). Arbeid of diensten mag níet.
Kan de vennootschap een aandeelhouder ontheffen van zijn stortingsplicht?
Nee (2:80 lid 3 / 2:191 lid 2). Verrekenen met een vordering op de vennootschap kan alleen als beide partijen het eens zijn.
Is storting op aandelen een lening?
Nee, het is eigen vermogen. De aandeelhouder krijgt het alleen terug via een uitkering of bij vereffening.
Verplichtingen van een aandeelhouder
Alleen volstorten, niet meer (2:81 / 2:192). Bij een BV kunnen de statuten extra verplichtingen opleggen (2:192 lid 3).
Vrije reserves vs gebonden vermogen
Vrij (uitkeerbaar): agio, overige reserves, winst. Gebonden: wettelijke reserves (bv. herwaarderingsreserve) en statutaire reserves; bij de NV ook het gestorte en opgevraagde kapitaal.
Wie beslist over de winst?
De algemene vergadering (2:105 / 2:216), tenzij de statuten anders bepalen.
Uitkeringsregel NV (2:105 lid 2)
Alleen uitkeren voor zover het eigen vermogen groter is dan gestort + opgevraagd kapitaal + wettelijke en statutaire reserves. Dit heet ook de kapitaalklem of gouden regel.
Balanstest BV (2:216 lid 1)
Alleen uitkeren voor zover het eigen vermogen groter is dan de wettelijke en statutaire reserves. Het kapitaal zelf is bij de BV niet gebonden.
Uitkeringstest BV (2:216 lid 2)
Het bestuur moet de uitkering goedkeuren. Weigeren als het weet of moet voorzien dat de BV daarna haar opeisbare schulden niet meer kan betalen.
Onrechtmatige uitkering: wie moet betalen?
BV: bestuurders die wisten of moesten voorzien dat de BV niet verder kon, zijn hoofdelijk aansprakelijk tegenover de BV. Aandeelhouder betaalt alleen terug als hij het wist of behoorde te weten (NV 2:105 lid 8, BV 2:216 lid 3). Te goeder trouw: hoeft niet terug.
Uitkeringsruimte berekenen
Eigen vermogen = activa min vreemd vermogen. NV: EV min (gestort + opgevraagd kapitaal + wettelijke + statutaire reserves). BV: EV min (wettelijke + statutaire reserves). Maatschappelijk kapitaal en agio tel je niet af.
Inkoop eigen aandelen
Geld gaat naar aandeelhouders, dus dezelfde uitkeringsregels gelden. NV: alleen uit vrije reserves en met machtiging van de algemene vergadering (2:98). BV: balans- en uitkeringstest (2:207). Aandelen blijven bestaan.
Kapitaalvermindering
Aandelen intrekken of de nominale waarde verlagen (2:99 / 2:208). Ook hier gelden de uitkeringsregels.
Directe binding (2:93 lid 4 / 2:203 lid 4)
Rechtshandelingen waaraan de NV/BV direct na oprichting gebonden is, zonder bekrachtiging, zoals de uitgifte van aandelen en de storting erop.
Uitgifte van aandelen na oprichting
Besluit van de algemene vergadering of een ander bevoegd orgaan (2:96 / 2:206); uitgifte bij notariële akte (2:86 / 2:196).
Oprichting BV: vereisten akte
Notariële akte in het Nederlands (2:176); statuten met naam (met 'BV'), zetel in Nederland en doel (2:177). Minstens één aandeel met stemrecht buiten de BV zelf (2:175).
NV met te weinig kapitaal
Geen bankverklaring mogelijk (2:93a). Oprichtingsgebrek: rechter kan ontbinden (2:21 jo. 2:74). Bestuurders hoofdelijk aansprakelijk tot het minimumkapitaal is gestort (2:69 lid 2).
Jaarrekening NV/BV
Bestuur maakt haar op (2:101 / 2:210), accountant controleert (2:393), algemene vergadering stelt haar vast.
Wie is eigenaar van goederen van een maatschap?
De vennoten samen, als gemeenschap (3:166). Niet de maatschap zelf, want die is geen rechtspersoon.
Zaakschuld
Schuld van de maatschap, VOF of CV, bv. de koopprijs van een computer die een vennoot namens de vennootschap kocht. Verhaalbaar op de gemeenschapsgoederen (3:192).
Kan een vennoot zijn aandeel in de gemeenschap opeisen?
Nee, het is een gebonden gemeenschap (3:191; Van den Broeke/Van der Linden).
Hoe komt een privéschuldeiser van een vennoot toch aan het vennootschapsvermogen?
Via faillissement van de vennoot: de vennootschap eindigt (7A:1683) en wordt vereffend. Eerst krijgen de zaakschuldeisers hun geld; wat de vennoot daarna toekomt, kan de privéschuldeiser pakken.
Uittreden: wat krijgt de vennoot terug?
Wat hij in eigendom inbracht, wordt teruggeleverd. Bracht hij alleen het genot in, dan valt er niets terug te leveren: hij bleef eigenaar.
Inbreng commanditaire vennoot
Geld of goederen, geen arbeid. Dient als verhaal voor de zaakschuldeisers; hij krijgt haar pas terug als zij betaald zijn.