1/62
Een complete begrippenlijst van aardrijkskundige termen over bevolkingsleer, economische systemen, verstedelijking en de geopolitieke ontwikkeling van China.
Demografische dimensie
Invalshoek die kijkt naar de omvang en samenstelling van de bevolking, beïnvloed door geboorte, sterfte, immigratie en emigratie.
Vergroening
Het jonger worden van de bevolking doordat het aandeel jongeren toeneemt.
Vergrijzing
Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.
Economische dimensie
Invalshoek die kijkt naar het verdienen van geld, werkgelegenheid in sectoren, import, export en internationale handel.
Sociaal-culturele dimensie
Invalshoek die gaat over de leefwijze en cultuur van mensen, zoals normen, waarden, gewoonten, gebruiken, taal en godsdienst.
Politieke dimensie
Invalshoek die gaat over het besturen van een land, de wet- en regelgeving en de verdeling van macht tussen overheid, bedrijven en belangenorganisaties.
Natuurlijke of fysische dimensie
Invalshoek die betrekking heeft op de natuurlijke omgeving, waaronder klimaat, reliëf, delfstoffen, bodemvruchtbaarheid, grondsoort, plantengroei en dierenleven.
Klimaatsysteem van Köppen
Systeem ontworpen door de Duitse klimatoloog Köppen dat de aarde indeelt in vijf hoofdklimaatzones (A, B, C, D en E).
B-klimaat
Droog klimaat waar het zo droog is dat er nauwelijks iets groeit, waarbij het ontbreken van neerslag de bepalende factor is.
Woestijnklimaat (BW)
Zeer droog klimaat binnen het B-klimaat met minder dan 250mm neerslag per jaar.
Steppeklimaat (BS)
Iets minder droog klimaat binnen het B-klimaat met 250 tot 500mm neerslag per jaar.
Natuurlijke bevolkingsgroei
Bevolkingsgroei berekend door het aantal geboorten te verminderen met het aantal sterfgevallen.
Geboortecijfer
Het gemiddelde aantal levendgeborenen per 1.000 inwoners per jaar, uitgedrukt in een promillage (‰).
Sterftecijfer
Het gemiddelde aantal sterfgevallen per 1.000 inwoners per jaar, uitgedrukt in een promillage (‰).
Geboorteoverschot
De situatie waarin er in een jaar meer mensen geboren worden dan dat er mensen overlijden.
Sterfteoverschot
De situatie waarin er in een jaar meer mensen overlijden dan dat er mensen geboren worden.
Demografie
De wetenschap die de omvang, samenstelling en ontwikkeling van de bevolking bestudeert.
Bevolkingsdichtheid
Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/km2), berekend door het bevolkingsaantal te delen door de oppervlakte.
Bevolkingsspreiding
De manier waarop de bevolking is verdeeld over een land of gebied.
Bevolkingsconcentratie
Een opeenhoping van mensen in een bepaald gebied.
Leeftijdsopbouw
De samenstelling of verdeling van de bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
Bevolkingsdiagram
Een staafdiagram met liggende staven dat de leeftijdsopbouw van de bevolking toont, met links mannen en rechts vrouwen.
Reliëf
De hoogteverschillen in het landschap.
Hoogvlakte (plateau)
Een vlak of zachtgolvend gebied dat hoger ligt dan 500m.
Laagvlakte
Een gebied met weinig of geen reliëf dat lager ligt dan 500m.
Delta
Gebied vlak voor de monding van een rivier, waar deze zich vertakt in veel rivierlopen.
Klimaat
Het gemiddelde weer in een bepaald gebied gemeten over een langere periode, meestal dertig jaar.
Bevolkingskrimp
Een afname van het totale bevolkingsaantal in een gebied of land.
Eenkindpolitiek
Overheidsbeleid in China (van 1979 tot 2016) waarbij gezinnen maximaal één kind mochten krijgen om de snelle bevolkingsgroei te remmen.
Etnische groep
Een deel van een volk dat in een ander land (bij elkaar) woont en een gemeenschappelijke cultuur deelt.
Etnische minderheid
Een deel van een volk dat in een land woont en daar numeriek in de minderheid is; ook wel culturele minderheid genoemd.
Schaalniveau
Het abstractieniveau of de schaal waarop een geografisch verschijnsel wordt bestudeerd (lokaal, regionaal, nationaal, continentaal of mondiaal).
Fluviale schaal
Het schaalniveau dat kijkt naar het gehele stroomgebied van een rivier, over landsgrenzen heen.
Arbeidsintensief bedrijf
Een type bedrijf waarbij arbeid de belangrijkste productiefactor is en er relatief veel werknemers nodig zijn.
Kapitaalintensief bedrijf
Een type bedrijf dat grote investeringen in dure kapitaalgoederen (zoals machines, gebouwen en installaties) vereist.
Mechanisatie
Het proces waarbij de fysieke spierkracht van mens en dier wordt vervangen door machines.
Automatisering
Het vervangen van menselijk denk- en regelwerk door computers en softwareprogramma's.
Global shift
De verschuiving van het economische zwaartepunt in de wereld, met name van westerse landen naar landen rond de Grote Oceaan.
Economisch systeem
De manier waarop in een staat de productie, verdeling en consumptie van goederen en diensten zijn georganiseerd.
Vrijemarkteconomie
Kapitalistisch economisch systeem waarbij particuliere ondernemers zelf bepalen wat en hoeveel zij produceren op basis van vraag en aanbod.
Planeconomie
Communistisch economisch systeem waarbij de centrale overheid bepaalt welke goederen worden gemaakt en bedrijven eigendom van de staat zijn.
Multinationale onderneming (mno)
Een grote onderneming die vestigingen in meerdere landen heeft en wereldwijd opereert.
Productieketen
De opeenvolgende stappen in het productieproces van een goed: onderzoek en ontwerp, fabricage, distributie en verkoop.
Speciale economische zone (sez)
Een door de overheid aangewezen gebied waar buitenlandse bedrijven zich vrij mogen vestigen en profiteren van lage belastingen en gunstige regels.
Opendeurpolitiek
Het Chinese beleid vanaf 1980 dat de economie openstelde voor buitenlandse bedrijven, investeringen en internationale handel.
Innovatie
Vernieuwing van producten, diensten of productieprocessen door middel van geavanceerde kennis en technologie.
Waarderen
Het beargumenteerd vormen en geven van een eigen mening over een aardrijkskundig vraagstuk of probleem.
Pushfactoren
Afstotingsfactoren die mensen motiveren of dwingen om hun woongebied te verlaten, zoals armoede, oorlog of droogte.
Pullfactoren
Aantrekkingsfactoren die een ander gebied aantrekkelijk maken voor vestiging, zoals werkgelegenheid, onderwijs of hoge inkomens.
Smart city
Een slimme stad die digitale technologieën en data (via sensoren en apps) inzet om infrastructuur en voorzieningen efficiënt te beheren.
Burgerparticipatie
Het actief meedoen en meebeslissen van inwoners bij het bestuur en beleid van hun leefomgeving.
Urbanisatiegraad
Het percentage van de totale bevolking van een land dat in stedelijke gebieden woont.
Megastad
Een stedelijk gebied met een inwoneraantal van meer dan 10 miljoen.
Ruraal-urbane migratie
De trek van mensen vanaf het platteland naar de stad.
Urbanisatietempo
De snelheid waarmee het aandeel stedelingen (de urbanisatiegraad) in een bepaald gebied jaarlijks toeneemt.
Bevolkingspolitiek
Overheidsmaatregelen met als doel de omvang, groei, samenstelling of spreiding van de bevolking gericht te beïnvloeden.
Absolute ligging
De exacte, onveranderlijke positie van een plaats op aarde, aangeduid met geografische coördinaten (lengte- en breedtegraden).
Relatieve ligging
De positie van een plaats ten opzichte van andere locaties, uitgedrukt in windrichting, reistijd, transportkosten of bereikbaarheid.
Generaliseren
Het weglaten, samenvoegen of benadrukken van details bij het cartografisch omzetten van de werkelijkheid naar een kaart.
Absolute afstand
De hemelsbreed in rechte lijn gemeten afstand in kilometers tussen twee punten, die voor iedereen gelijk en constant is.
Relatieve afstand
De afstand tussen twee locaties uitgedrukt in reistijd, moeite en kosten, welke veranderlijk is.
Infrastructuur
Het geheel aan fysieke en digitale voorzieningen dat nodig is voor het verplaatsen van mensen, goederen en informatie.
Nieuwe Zijderoute
Een grootschalig internationaal Chinees investeringsprogramma dat sinds 2013 wereldwijd transport- en handelsinfrastructuur aanlegt en financiert.