1/75
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Verwees naar delen van DNA waarvan men dacht dat ze geen functie hadden
Inmiddels is ontdekt dat veel van dit niet-coderende DNA wel degelijk functionele rollen vervult in het genoom
Fenotypische variantie: verwijst naar de geobserveerde, zichtbare individuele verschillen (zoals persoonlijkheid of lengte)
Genetische variantie: verwijst naar de feitelijke verschillen in totale verzameling genen
Het individuele niveau en het populatieniveau.
Op individueel niveau geen debat mogelijk (genen en omgeving werken onlosmakelijk samen)
Op populatieniveau wel statisch berekenen in welke mate verschillen tussen mensen door genen of omgeving komen
Men kruist dieren met specifieke fysieke of gedragsmatige kenmerken om de overerfbaarheid te testen in gecontroleerde labomgevingen
Wegens ethische en morele redenen verboden bij mensen
De mate van genetische verwantschap tussen familieleden wordt vergeleken met mate van overeenkomsten in persoonlijkheid
Als kenmerk erfelijk is, moeten familieleden met meer genetische overlap meer op elkaar lijken
Familieleden hebben een gedeelde omgeving die ook verantwoordelijk zou kunnen zijn voor overeenkomsten.
Daarom kunnen familieonderzoeken niet op zichzelf staand worden gebruikt
De aanname dat de gedeelde omgeving van monozygote tweelingen even gelijk is als die van dizygote tweelingen.
Gevalideerd via verkeerd gelabelde tweelingen > de opvatting van ouders bleek geen invloed te hebben op testscores
heritability² = 2(r_mz - r_dz)
r_mz = correlatie tussen monozygote tweelingen
r_dz = correlatie tussen dizygote tweelingen
Grootste probleem is de assumptie van representativiteit: er wordt vanuit gegaan dat de adoptiekinderen, biologische ouders en adoptieouders representatief zijn voor de populatie
Ander probleem is selectieve placement
Plaatsen van adoptiekind bij adoptieouders die qua achtergrond of kenmerken sterk lijken op de biologische ouders.
Dit vergroot kunstmatig de correlatie en maakt lastig om genen en omgeving te scheiden
Seksuele oriëntatie is redelijk stabiel over de tijd
Verschillende onderzoeken tonen consistent aan dat individuele verschillen hierin in elk geval deels erfelijk bepaald zijn.
Gedeelde omgeving wordt door broers en zussen gedeeld
Niet-gedeelde omgeving veroorzaakt juist verschillen tussen hen.
Gedeelde gezinsomgeving heeft een verwaarloosde invloed op persoonlijkheidstrekken (ongeveer 5%)
Niet gedeelde omgeving speelt zeer dominante rol (ongeveer 35%)
Correlatie houdt in dat individuen met specifieke genetische aanleg vaker worden blootgesteld aan specifieke omgevingen
Bij interactie reageren ze anders op dezelfde omgeving, bij correlatie is de omgeving al anders.
Positieve correlatie: stimuleert en motiveert de expressie van een genetisch karakter
Negatieve correlatie: probeert de expressie van genetische aanleg juist actief te ontmoedigen of te onderdrukken
In verband gebracht met persoonlijkheidstrek sensatie/ nieuwsgierigheid zoeken
Gen codeert voor een dopamine-receptor > mensen met deze variant hebben milde ongevoeligheid voor dopamine en zoeken actiever spanning op
40% genetisch
35% niet-gedeelde omgeving
20% meetfouten
5% gedeelde omgeving
Ze hebben een sterke erfelijke basis
Komen al zeer vroeg in het leven tot uiting
Blijven relatief stabiel over de levensloop
Activiteitsniveau, sociaal en emotionaliteit
Daarnaast impulsiviteit en intelligentie besproken, maar over hun status als temperament bestaat discussie
De energie van je gedrag die je uitdrukt
Omvat vigor en tempo
Hangt samen met extraversie uit Big Five
Draait om hoe graag iemand met anderen is of juist liever alleen.
Hangt samen met extraversie en agreeableness uit Big Five
Beschrijft hoe iemand emotioneel reageert op stressvolle of vervelende situaties
Hangt samen met neuroticisme uit Big Five
Vigor: weerspiegelt de intensiteit van het gedrag (energieke acties)
Tempo: weerspiegelt de snelheid van het gedrag
De genetische component van intelligentie is zeer hoog en de erfelijkheid ervan neemt toe naarmate iemand ouder wordt.
Omgevingsfactoren hebben invloed in kindertijd, genetische factoren dominanter bij volwassenen
Erfelijkheid gaat over verschillen tussen mensen binnen een populatie
Het zegt niet hoeveel van een eigenschap van 1 persoon door genen wordt veroorzaakt.
Vergelijkt adoptiekinderen met biologische ouders en adoptieouders:
Overeenkomst met biologische ouders wijst op genetische invloed
Overeenkomst met adoptieouders wijst op omgevingsinvloed
Representativiteit = adoptiegezinnen zijn mogelijk niet representatief.
Selective placement = adoptiekinderen kunnen bij ouders worden geplaatst die op biologische ouders lijken.
Interactie = verschillende reactie op dezelfde omgeving.
Correlatie = verschillende genotypen komen in verschillende omgevingen terecht
Positief = omgeving stimuleert expressie van het kenmerk.
Negatief = omgeving ontmoedigt expressie van het kenmerk.
Onderzoekt of mensen met een bepaald gen/allel hoger of lager scoren op een persoonlijkheidskenmerk
Veel gevonden verbanden konden niet goed worden gerepliceerd.
Hoeveelheid energie in gedrag
Bestaat uit vigor = intensiteit van gedrag en tempo = snelheid van gedrag.
Hoe graag iemand met andere mensen omgaat
Hangt samen met extraversie en agreeableness.
Hoe emotioneel iemand reageert op stressvolle/vervelende situaties
Vooral verdriet, woede en angst.
Hangt samen met neuroticisme.
Of impulsiviteit echt een temperament is, is nog onduidelijk
Er is wel bewijs voor een genetische basis.
Hangt samen met conscientiousness.
Persoonlijkheidskenmerken zijn gemiddeld ongeveer 40-50% erfelijk
Voor de Big Five wordt gemiddeld ongeveer 50% gevonden.
Gedeelde omgeving heeft weinig invloed op persoonlijkheid
Niet-gedeelde omgeving speelt een veel grotere rol.
Bouchard et al. - onderzoeksopzet
Onderzocht monozygote en dizygote tweelingen die apart waren opgegroeid om genetische en omgevingsinvloeden op psychologische kenmerken te onderzoeken.
Bouchard et al. - persoonlijkheid en omgeving
MZ-tweelingen die apart opgroeiden leken op veel psychologische kenmerken bijna even sterk op elkaar als MZ-tweelingen die samen opgroeiden
→ gedeelde opvoedingsomgeving heeft vaak relatief weinig invloed