personality psychology theme 6

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/75

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:55 AM on 10/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

76 Terms

1
New cards
Menselijk genoom
De complete set chromosomen die iemand heeft, bestaande uit 23 paren chromosomen
2
New cards
Genen
Stukjes DNA waarin onze erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd.
3
New cards
Allelen
Verschillende versies van hetzelfde gen.
4
New cards
Dominant allel
Een allel dat bepaalt welk kenmerk tot uiting komt.
5
New cards
Recessief allel
Een allel dat alleen tot uiting komt als er geen dominant allel aanwezig is.
6
New cards
Recombinatie
Een proces dat zorgt dat chromosomen stukjes uitwisselen tijdens de celdeling, waardoor elk kind een unieke genetische combinatie van de ouders krijgt.
7
New cards
Junk-DNA

Verwees naar delen van DNA waarvan men dacht dat ze geen functie hadden

Inmiddels is ontdekt dat veel van dit niet-coderende DNA wel degelijk functionele rollen vervult in het genoom

8
New cards
Eugenetica
Het proberen de genetische samenstelling van een groep te verbeteren om bepaalde erfelijke kenmerken vaker of minder vaak te laten voorkomen
9
New cards
Angst van mensen voor eugenetica
Angst dat deze gegevens misbruikt worden voor genetische selectie of discriminatie
10
New cards
Erfelijkheid
De hoeveelheid fenotypische variatie die kan worden toegeschreven aan genetische variatie.
11
New cards
Variantiepercentage
Beschrijft hoeveel variatie tussen individuen kan worden toegeschreven aan verschillende oorzaken, waaronder erfelijkheid
12
New cards
Fenotypische variantie vs genetische variantie

Fenotypische variantie: verwijst naar de geobserveerde, zichtbare individuele verschillen (zoals persoonlijkheid of lengte)

Genetische variantie: verwijst naar de feitelijke verschillen in totale verzameling genen

13
New cards
Environmentality
De hoeveelheid fenotypische variatie die door omgevingsinvloeden wordt verklaard
14
New cards
Niveaus in het nature-nurture debat

Het individuele niveau en het populatieniveau.

Op individueel niveau geen debat mogelijk (genen en omgeving werken onlosmakelijk samen)

Op populatieniveau wel statisch berekenen in welke mate verschillen tussen mensen door genen of omgeving komen

15
New cards
Methoden om erfelijkheid te meten
Selectief fokken, familieonderzoek, tweelingenonderzoek en adoptieonderzoek.
16
New cards
Selectief fokken

Men kruist dieren met specifieke fysieke of gedragsmatige kenmerken om de overerfbaarheid te testen in gecontroleerde labomgevingen

Wegens ethische en morele redenen verboden bij mensen

17
New cards
Familieonderzoek

De mate van genetische verwantschap tussen familieleden wordt vergeleken met mate van overeenkomsten in persoonlijkheid

Als kenmerk erfelijk is, moeten familieleden met meer genetische overlap meer op elkaar lijken

18
New cards
Kritiek op familieonderzoek

Familieleden hebben een gedeelde omgeving die ook verantwoordelijk zou kunnen zijn voor overeenkomsten.

Daarom kunnen familieonderzoeken niet op zichzelf staand worden gebruikt

19
New cards
Tweelingenonderzoek
Als 2 organismen genetisch identiek zijn, kunnen verschillen worden toegeschreven aan verschillen in omgeving
20
New cards
Equal environment assumption

De aanname dat de gedeelde omgeving van monozygote tweelingen even gelijk is als die van dizygote tweelingen.

Gevalideerd via verkeerd gelabelde tweelingen > de opvatting van ouders bleek geen invloed te hebben op testscores

21
New cards
Erfelijkheidscoëfficiënt (h²)
Geeft aan welk deel van de verschillen tussen individuen kan worden toegeschreven aan genetische factoren.
22
New cards
Formule erfelijkheidscoëfficiënt (h2)

heritability² = 2(r_mz - r_dz)

r_mz = correlatie tussen monozygote tweelingen

r_dz = correlatie tussen dizygote tweelingen

23
New cards
Adoptieonderzoek
Vergelijkt kinderen met hun biologische en adoptieouders om genetische en omgevingsinvloeden te onderzoeken
24
New cards
Kritiek op adoptieonderzoek

Grootste probleem is de assumptie van representativiteit: er wordt vanuit gegaan dat de adoptiekinderen, biologische ouders en adoptieouders representatief zijn voor de populatie

Ander probleem is selectieve placement

25
New cards
Selective placement

Plaatsen van adoptiekind bij adoptieouders die qua achtergrond of kenmerken sterk lijken op de biologische ouders.

Dit vergroot kunstmatig de correlatie en maakt lastig om genen en omgeving te scheiden

26
New cards
Geschatte erfelijkheid van persoonlijkheidskenmerken
Grofweg 40% - 50%
27
New cards
Erfelijkheidsschatting van Big Five persoonlijkheidstrekken o.b.v. grootschalig tweelingenonderzoek
Rond de 50% (fenotypische variantie)
28
New cards
In hoeverre spelen genetische factoren een rol bij beginnen met roken vs blijven roken?
Genetische invloed van ongeveer 44% voor beginnen met roken en genetische invloed van 53% voor blijven roken
29
New cards
Erfelijkheid van seksuele oriëntatie o.b.v. gedragsgenetisch onderzoek

Seksuele oriëntatie is redelijk stabiel over de tijd

Verschillende onderzoeken tonen consistent aan dat individuele verschillen hierin in elk geval deels erfelijk bepaald zijn.

30
New cards
Hoe kan de neiging om te trouwen, echtscheiding en huwelijkstevredenheid (50% erfelijk) deels genetisch verklaard worden?
Kwaliteit en stabiliteit van een huwelijk worden beïnvloed door erfelijke persoonlijkheidskenmerken (zoals emotionele stabiliteit of vriendelijkheid), die op hun beurt bepalen hoe men zich binnen de relatie gedraagt
31
New cards
Gedeelde vs. niet-gedeelde omgeving

Gedeelde omgeving wordt door broers en zussen gedeeld

Niet-gedeelde omgeving veroorzaakt juist verschillen tussen hen.

32
New cards
Verrassende conclusie over relatieve impact van gedeelde omgeving vs niet-gedeeld omgeving op persoonlijkheidskenmerken

Gedeelde gezinsomgeving heeft een verwaarloosde invloed op persoonlijkheidstrekken (ongeveer 5%)

Niet gedeelde omgeving speelt zeer dominante rol (ongeveer 35%)

33
New cards
Genotype-omgeving interactie
Dezelfde omgeving heeft een ander effect op mensen met verschillende genotypen
34
New cards
Wat is een genotype-omgeving correlatie + verschil met genotype-omgeving interactie

Correlatie houdt in dat individuen met specifieke genetische aanleg vaker worden blootgesteld aan specifieke omgevingen

Bij interactie reageren ze anders op dezelfde omgeving, bij correlatie is de omgeving al anders.

35
New cards
Passieve genotype-omgeving correlatie
Ouders geven zowel genen als omgeving aan het kind, zonder actieve bijdrage van het kind.
36
New cards
Reactieve genotype-omgeving correlatie
Ouders reageren anders op kinderen op basis van hun genotype.
37
New cards
Actieve genotype-omgeving correlatie
Iemand met een specifiek genotype zoekt zelf een specifieke situatie op.
38
New cards
Verschil tussen positieve en negatieve genotype-omgeving correlatie

Positieve correlatie: stimuleert en motiveert de expressie van een genetisch karakter

Negatieve correlatie: probeert de expressie van genetische aanleg juist actief te ontmoedigen of te onderdrukken

39
New cards
Moleculaire genetica
Een methode om specifieke genen te identificeren die samenhangen met persoonlijkheidskenmerken.
40
New cards
Candidate gene association studies
Onderzoeken of mensen met een specifieke versie van een gen (allel) systematisch hoger of lager scoren op een persoonlijkheidskenmerk
41
New cards
DRD4-gen

In verband gebracht met persoonlijkheidstrek sensatie/ nieuwsgierigheid zoeken

Gen codeert voor een dopamine-receptor > mensen met deze variant hebben milde ongevoeligheid voor dopamine en zoeken actiever spanning op

42
New cards
Gemiddelde bepaling van persoonlijkheid

40% genetisch

35% niet-gedeelde omgeving

20% meetfouten

5% gedeelde omgeving

43
New cards
Temperamenten
Erfelijke persoonlijkheidskenmerken die beïnvloeden wat mensen doen en hoe ze dingen doen.
44
New cards
3 belangrijkste criteria die een temperament onderscheiden van gewone persoonlijkheidstrek
  1. Ze hebben een sterke erfelijke basis

  2. Komen al zeer vroeg in het leven tot uiting

  3. Blijven relatief stabiel over de levensloop


45
New cards
Vijf soorten temperamenten

Activiteitsniveau, sociaal en emotionaliteit

Daarnaast impulsiviteit en intelligentie besproken, maar over hun status als temperament bestaat discussie

46
New cards
Temperament activiteitsniveau

De energie van je gedrag die je uitdrukt

Omvat vigor en tempo

Hangt samen met extraversie uit Big Five

47
New cards
Temperament sociaal

Draait om hoe graag iemand met anderen is of juist liever alleen.

Hangt samen met extraversie en agreeableness uit Big Five

48
New cards
Temperament emotionaliteit

Beschrijft hoe iemand emotioneel reageert op stressvolle of vervelende situaties

Hangt samen met neuroticisme uit Big Five

49
New cards
Vigor en tempo (bij temperament activiteitsniveau)

Vigor: weerspiegelt de intensiteit van het gedrag (energieke acties)

Tempo: weerspiegelt de snelheid van het gedrag

50
New cards
Bevinding Bouchard et al. over intelligentie (Minnesota Twin Study)

De genetische component van intelligentie is zeer hoog en de erfelijkheid ervan neemt toe naarmate iemand ouder wordt.

Omgevingsfactoren hebben invloed in kindertijd, genetische factoren dominanter bij volwassenen

51
New cards
Genetische variatie
Individuele verschillen in de totale verzameling genen die iedere persoon bezit.
52
New cards
Heritability - belangrijk onderscheid

Erfelijkheid gaat over verschillen tussen mensen binnen een populatie

Het zegt niet hoeveel van een eigenschap van 1 persoon door genen wordt veroorzaakt.

53
New cards
Selectief fokken
Dieren met verschillende genetische kenmerken worden gekruist en hun nakomelingen worden in gecontroleerde omgevingen onderzocht om genetische en omgevingseffecten te vergelijken.
54
New cards
Familieonderzoek
Onderzoekt of familieleden die genetisch sterker verwant zijn ook meer op elkaar lijken in een bepaalde eigenschap.
55
New cards
Tweelingenonderzoek
Vergelijkt monozygote tweelingen (100% gedeelde genen) met dizygote tweelingen (ongeveer 50%) om genetische en omgevingsinvloeden te onderzoeken.
56
New cards
Adoptieonderzoek

Vergelijkt adoptiekinderen met biologische ouders en adoptieouders:

  • Overeenkomst met biologische ouders wijst op genetische invloed

  • Overeenkomst met adoptieouders wijst op omgevingsinvloed


57
New cards
Probleem bij familieonderzoek
Familieleden delen niet alleen genen maar vaak ook hun omgeving, waardoor niet duidelijk is waardoor overeenkomsten ontstaan.
58
New cards
Problemen bij adoptieonderzoek

Representativiteit = adoptiegezinnen zijn mogelijk niet representatief.

Selective placement = adoptiekinderen kunnen bij ouders worden geplaatst die op biologische ouders lijken.

59
New cards
Misverstanden over erfelijkheid
Heritability geldt voor verschillen binnen een populatie, kan veranderen per omgeving/tijd en betekent niet dat een kenmerk onveranderlijk is.
60
New cards
Genotype-omgeving correlatie
Je genotype hangt samen met aan welke omgeving je wordt blootgesteld
61
New cards
Genotype-omgeving interactie vs. correlatie

Interactie = verschillende reactie op dezelfde omgeving.

Correlatie = verschillende genotypen komen in verschillende omgevingen terecht

62
New cards
Positieve vs. negatieve genotype-omgeving correlatie

Positief = omgeving stimuleert expressie van het kenmerk.

Negatief = omgeving ontmoedigt expressie van het kenmerk.

63
New cards
Polygenetische persoonlijkheidskenmerken
Persoonlijkheidskenmerken worden waarschijnlijk beïnvloed door veel verschillende genen die ieder een klein effect hebben.
64
New cards
Candidate gene association study

Onderzoekt of mensen met een bepaald gen/allel hoger of lager scoren op een persoonlijkheidskenmerk

Veel gevonden verbanden konden niet goed worden gerepliceerd.

65
New cards
Genome-Wide Association Study (GWAS)
Onderzoekt veel genetische varianten (SNPs) over het hele genoom om te bepalen welke samenhangen met een persoonlijkheidskenmerk.
66
New cards
Activiteitsniveau als temperament

Hoeveelheid energie in gedrag

Bestaat uit vigor = intensiteit van gedrag en tempo = snelheid van gedrag.

67
New cards
Sociaal temperament

Hoe graag iemand met andere mensen omgaat

Hangt samen met extraversie en agreeableness.

68
New cards
Emotionaliteit als temperament

Hoe emotioneel iemand reageert op stressvolle/vervelende situaties

Vooral verdriet, woede en angst.

Hangt samen met neuroticisme.

69
New cards
Impulsiviteit als temperament

Of impulsiviteit echt een temperament is, is nog onduidelijk

Er is wel bewijs voor een genetische basis.

Hangt samen met conscientiousness.

70
New cards
Intelligentie als temperament
Intelligentie heeft kenmerken van een temperament, zoals genetische invloed, vroege ontwikkeling en stabiliteit, maar hierover bestaat discussie.
71
New cards
Bouchard et al. - onderzoeksopzet
Onderzocht monozygote en dizygote tweelingen die apart waren opgegroeid om genetische en omgevingsinvloeden op psychologische kenmerken te onderzoeken.
72
New cards
Bouchard et al. - persoonlijkheid en omgeving
MZ-tweelingen die apart opgroeiden leken op veel psychologische kenmerken bijna even sterk op elkaar als MZ-tweelingen die samen opgroeiden → gedeelde opvoedingsomgeving heeft vaak relatief weinig invloed.
73
New cards
Erfelijkheid van persoonlijkheid

Persoonlijkheidskenmerken zijn gemiddeld ongeveer 40-50% erfelijk

Voor de Big Five wordt gemiddeld ongeveer 50% gevonden.

74
New cards
Invloed gedeelde vs. niet-gedeelde omgeving op persoonlijkheid

Gedeelde omgeving heeft weinig invloed op persoonlijkheid

Niet-gedeelde omgeving speelt een veel grotere rol.

75
New cards

Bouchard et al. - onderzoeksopzet

Onderzocht monozygote en dizygote tweelingen die apart waren opgegroeid om genetische en omgevingsinvloeden op psychologische kenmerken te onderzoeken.

76
New cards

Bouchard et al. - persoonlijkheid en omgeving

MZ-tweelingen die apart opgroeiden leken op veel psychologische kenmerken bijna even sterk op elkaar als MZ-tweelingen die samen opgroeiden

→ gedeelde opvoedingsomgeving heeft vaak relatief weinig invloed