1/28
Looks like no tags are added yet.
aankomen
ankommen – angekommen
afslaan, inslaan
abbiegen – abgebogen
gaan (rijden) met
fahren mit – gefahren
halen
holen
instappen
einsteigen – eingestiegen
lopen
laufen – gelaufen
missen (trein, bus)
verpassen
oversteken
überqueren
overstappen
umsteigen – umgestiegen
te voet gaan, lopen
zu Fuß gehen – gegangen
uitstappen
aussteigen – ausgestiegen
vertrekken
abfahren – abgefahren
wijzen
zeigen
zoeken
suchen
achter
hinter
daarginds
da drüben
dichtbij
nah
dichtstbijzijnde, volgende
nächste
Goede reis!
Gute Fahrt!
Graag gedaan!
Gern geschehen!
in de buurt van
in der Nähe von
laat
spät
naar huis
nach Hause
naast
neben
rechtdoor
geradeaus
terug
zurück
ver
weit
voor
vor
vroeg
früh