1/93
Looks like no tags are added yet.
Antigeen
= Een stof/molecuul (eiwit, vet of koolhydraat) op het opp. v. een virus, bacterie of cel
→ Het kan specifiek herkend worden door antistoffen
Antistoffen (immuunglobuline of antilichaam)
= Eiwit dat door het afweesysteem wordt gemaakt als reactie op lichaamsvreemde stoffen (antigenen)
→ het bindt specifiek aan een bepaald antigeen
Genen
= Stukjes DNA die de erfelijke eigenschappen v.e. organisme bepalen en doorgeven aan het nageslacht
→ hebben vaste plek op het chromosoom (locus)
→ is altijd in 2 kopieën op het DNA aanwezig (1 moeder en 1 vader)
Allelen
= Verschillende uitingsvormen v.e. gen
Homozygoot
= Op het chromosomenpaar zijn de allelen v. hetzelfde gen identhiek
Heterozygoot
= De allelen v. hetzelfde gen zijn verschillend
Dominant
= het ene allel overheerst het andere volledig
→ Expressie v.h. eiwit v. dit gen
Recessief
= Het ene allel wordt door het andere onderdrukt
→ enkel expressie v.h. eiwit als het allel homozygoot aanwezig is
Co-dominantie
= Beide allelen komen tot uiting
→ Dit is het geval bij bijna alle genen die coderen voor bloedgroepen
→ fenotype zelfde als genotype
Stomme allelen
= Allelen komen NIET tot uiting
Genotype
= Combinatie v.d. 2 allelen v.e. gen op een chromosomenpaar
→ kan alleen op DNA niveau bepaald worden
Fenotype
= Het product v.d. 2 overeenkomstige allelen, het gevormde eiwit zoals wij het waarnemen
vb. de bloedgroep
Welke allelen zijn er?
Allelen A, B en H
Wat doen deze allelen?
= Coderen voor enzymen die de bloedgroep-antigenen produceren
Wat doet het H gen?
= Codeert voor een enzym dat fucose aan de grondsubstantie hecht
→Onafhankelijk v.h. ABO gen

Wat doet het A-allel?
= Codeert voor een enzym dat N-acetyl-D-galactosaminegroep (GalNac of NAGA) hecht aan de galactose v.h. H-antigeen

Wat doet het B-allel?
= Codeert voor een enzym dat D-galactose (Gal) hecht aan de galactose v.h. H-antigeen

Samengevat tekening allel A, B en H-gen en ABO gen
zie afbeelding

Wat zijn de meest voorkomende allelen v.h. ABO gen?
A1
A2
B
O
Bij wie komt het H-antigeen voor?
Komt vrijwel bij iedereen voor
De allelen bij het H-antigeen
A = zet H-antigeen om in A-antigeen
B = Zet H-antigeen om in B-antigeen
Beide in bezit = heeft beide type antigenen
O = stom allel verandert het H-antigeen NIET
Wat zijn de meest bekende subgroepen van A?
A1 (80%)
A2 (20%)
Wat is het verschil van subgroep A1 en A2?
A1 enzym is sterker dan A2 enzym
→ het zet bijna alle H om in A
→ dus meer A1 antigenen op ery dan mensen met bloedgroep A2
Die met bloedgroep A1
→ hebben nog een extra antigeen dat ontbreekt bij mensen met A2 bloedgroep
Genotype, fenotype bloedgroep en antigenen op een tekening van de bloedgroepen
zie afbeelding

Bloedgroep, genotype, fenotype bloedgroep en antigenen en als hetero/homo op een tabel v.d. bloedgroepen
zie afbeelding

Wat zijn anti-A en anti-B?
= regulaire antistoffen, die natuurlijk voorkomend zijn
Hoe worden anti-A en anti-B gevormd?
Ze worden NIET gevormd na contact met lichaamsvreemde antigenen
→ maar worden gestimuleerd door darm bacteriën
Wanneer zijn anti-A en B aanwezig?
Altijd als het corresponderende antigeen ontbreekt
Wanneer worden anti-A en B geproduceerd?
Pas na de 3de tot 6de maand na de geboorte
Wat voor een soort antistoffen zijn anti-A en B? Wat is de vorm? Gebeurt een class switch?
IgM-antistoffen
Pentameer
Nee, gebeurt geen switch naar IgG → kunnen placenta NIET passeren
Tekening antistoffen van de bloedgroepen (genotype, fenotype, antigenen en antistoffen)
zie afbeelding

Wat veroorzaken anti-A en B
Veroorzaken altijd hemolytische transfusiereacties
Wat zijn anti-A en B nog voor een antistoffen? compleet of oncompleet? waarom?
Complete antistoffen
→ geven agglutinatie in fysiologisch zout zonder toevoeging v. hulpmiddelen
Waarbij zijn anti-A en B zeer actief?
37 graden KT
4 graden
Wat is anti-A eigenlijk? Wat doet het?
= anti-A totaal
→ reageert met zowel A1- als A2 ery
→ komt voor bij alle individuen met bloedgroep O en B
Kan anti-A1 voorkomen bij mensen met anti-A2?
Ja, reageert meestal NIET bij 37 graden
Wat hebben mensen die de bombay bloedgroep hebben?
= Individuen die GEEN H-allel hebben (zeer zeldzaam)
Wat gebeurt als je een bombay bloedgroep hebt?
= Antigenen v.h. ABO-systemen kunnen NIET tot expressie komen, ook al zijn de A- en B-allelen wel aanwezig
Hoe zien de ery’s uit bij de bombay bloedgroep?
Lijken op cellen met bloedgroep ‘‘O’’
Maar in het plasma komen naast anti-A en anti-B ook anti-H voor

Wat is bij een bloedtransfusie als je de bombay bloedgroep hebt?
Enkel met bloed v. donoren die ook Bombay bloedgroep hebben
Ingevroren voorraad
Het rhesus bloedgroepsysteem heeft 2 nauw gekoppelde genen. welke zijn deze?
CcEe-gen
D-gen
Kenmerken van deze 2 nauw gekoppelde genen bij rhesus
Beiden gelegen op chromosoom 1
Indeling rhesus (+) en (-) berust alleen op de aan- of afwezigheid v.h. D-antigeen
Hoeveel allelen en welke heeft het CcEe-gen?
4 allelen:
Ce
cE
CE
ce
Wat doen de allelen van CcEe-gen?
Die respectievelijk coderen voor de antigenen C, c, E en e
Coderen voor een eiwit waarop zowel een C- of c-antigeen, als een E- of e-antigeen aanwezig is
Wat zijn de allelen van CcEe-gen?
Codominant
= komen beide tot expressie
Wat doet het D-gen?
= Codeert voor het D-eiwit
Wanneer de D-eiwit ontbreekt, welke 2 situaties komen dan voor?
Situatie 1:
spreken we v.h. D-allel (dit is GEEN echt allel)
maar staat voor de afwezigheid v.h. D-gen (er bestaat dus GEEN d-eiwit)
Situatie 2:
ontbreekt D-eiwit
persoon = rhesus D (-)
d-allel bestaat niet (als tegenhanger v. D)
Hoe wordt afwezigheid van D geschreven?
als kleine ‘‘d’’
Wat is met de 2 rhesus-genen CcEe en D?
Ze zijn nauw gekoppeld en worden gezamenlijk overgeërfd
Nomenclatuur
zie afbeelding

Wat zijn rhesus genen dominant, recessief of codominant?
Codominante genen → fenotype = genotype
Wat is het verschil tussen d- en D-antigeen?
d-antigeen:
Het bestaat NIET
kan dus serologisch NIET aangetoond worden
D-antigeen:
Kan wel serologisch aangetoond worden
heterozygoot of homozygoot kan alleen op gen niveau bepaalt worden
Wat is bij een verzwakt D-antigeen?
= Aantal D-antigenen op de erys is lager dan normaal
Eigenschappen van verzwakt D-antigeen
Aanwezigheid C en E
→ kan de expressie v.h. D-antigeen onderdrukken
→ sterkte neemt af in de volgorde: R0 > R2 > R1 > R2
Kwalitatief wijkt verzwakt D-antigeen NIET af v.e. normale
→ alleen de expressie is minder
Wat is een voorkomend foutieve labbepaling bij verzwakt D-antigeen?
Minder gevoelige test kan iemand onterecht rhesus (-) laten bepalen
→ indien die transfusie krijgt
→ is er geen probleem, kan die nog steeds rhesus (-) bloed krijgen
Wat is belangrijk bij bloeddonors met een zwak D-antigeen?
Dat die rhesus (+) bepaald worden
Want het zwakke D-antigeen is in staat een rhesus (-) persoon te immuniseren
Wat is een D-variant?
= Het D-antigeen heeft een afwijkende vorm
Wat gebeurt bij een D-variant?
= Het rhesus D-molecuul komt onvolledig tot expressie op de erys en er ontbreekt een stuk v.h. D-antigeen (rhesus D-variant)
Bloedtransfusie rhesus (+) bij D-variant
Brengen gehele D-antigeen tot expressie
Ontvanger kan antistoffen aanmaken tegen het onbekenste stuk v.h. D-molecuul
Wat is de meest voorkomende D-variant?
= D-variant klasse VI
Wat doet de variant klasse VI?
= Reageert niet met de gebruikelijke monoklonale IgM anti-D-reagentia
→ wordt dus met deze reagentia als rhesus (-) bepaald
Als je de bloedgroep/rhesus bepaalt welk reagentia is in de eerste 4 kolommen? Geef ook de kleur.
anti-A (blauw)
anti-B (geel)
Anti-D (wit)
Controle
Wat kun je nog bepalen uit anti-B van de kolom?
→ monoclonale reagentia zullen ook de subgroepen v. A en B kunnen aantonen
Wat kun je nog bepalen uit anti-D van de kolom?
Monoclonale reagentia (IgM) zullen ook de zwakke D kunnen aantonen
→ Reageren niet met de D-variant klasse VI
Polyclonale reagentia (IgG) kunnen ook de D-variant opsporen
→ kunnen zwakke D missen
Wat is belangrijk bij de controle in de kolom?
Hij moet negatief zijn
Wat wordt in de eerste 4 kolommen bij zo een buisjestest erin gedaan?
Worden erys v.d. patiënt toegevoegd
Wat wordt in de laatste 2 kolommen toegevoegd v.e. buisjestest? waarom wordt dit gedaan?
Wordt plasma/serum v.d. patiënt toegevoegd
→ hiermee wordt de aan- of afwezigheid v. anti-A en/of anti-B in het plasma/serum vastgesteld
Hoe bepaal je rhesusfenotypering/Kell? Geef schema wat erbij hoort en wat voor een bepaling het is.
Dit is een antigeenbepaling
CcEe- en K-antigenen op de erys
→ -kolom met daarin anti-C, -c, -E, -e en anti-K en controle
Hieraan worden erys v.d. patiënt toegevoegd
Welke bloedproducten zijn er?
ECLV (= Erytrocyten Concentraat Leuk’s verwijderd)
TC (= Trombocyten Concentraat leuko’s en erys verwijderd)
Omniplasma
Bestraalde bloedproducten
Kenmerkend bij ECLV?
Minimale hoeveelheid leuko’s blijft toch aanwezig
Kenmerkend bij TC?
Op de trombo’s zitten geen bloedgroep antigeen
Maar minimale hoeveelheid leuko’s en erys blijft toch aanwezig
Door aanwezigheid erys moet bij transfusie rekening gehouden worden bij de bloedgroep
kenmerken omniplasma?
pool v. ± 1000 donoren
hierdoor krijg je een grote verdunning v. eventueel aanwezige antistoftiters, allergenen enz.
→ voordeel minder kans op transfusiereactie
kenmerkend bij bestraalde producten?
Aanwezige leuko’s zijn inactief gemaakt
wordt aangevraagd bij bepaalde indicaties, zoals sommige leukemien of aangeboren afwijkingen in het immuunsysteem
opm: bestraalde eenheden dienen ook parvo B19 veilig te zijn
Wat is parvo B19?
5de kinderziekte
Infectie met dit virus legt de rode cellijn in het beenmerg stil
80% v.d. volwassenen heeft de ziekte doorgemaakt
→ heeft antistoffen tegen dit virus aangemaakt
→ bloed afkomstig v. deze personen is parvo B19 veilig
Compatibiliteitstabel EC en TC
zie afbeelding

Compatibiliteitstabel omniplasma
zie afbeelding

Welk soort antigenen zijn er bij overige bloedgroepen?
HFA
= hoge frequentie antigenen
→ komen bij 99% v.d. kaukasische bevolking voor
LFA
= lage frequentie antigenen
→ komen bij minder dan 1% v.d. kaukasische bevolking voor
Weetje over K-antigeen
Sterk immunogeen
Geeft gemakkelijk aanleiding tot antistofvorming
Malaria parasieten wat weet je hierover? Bij een beet van eentje.
Kunnen erys binnendringen via Fya en Fyb-antigenen
Het fenotype Fy (a-b) komt veel voor bij het negrode ras
→ natuurlijke bescherming tegen malaria
Wat kun je zeggen over lewis antigenen?
Worden NIET op de ery membraan zelf gevormd
→ maar geabsorbeerd uit het plasma
Welke antigeensystemen zijn vanaf geboorte ontwikkelt?
Kell-systeem
Duffy-systeem
Kidd-systeem
MN-systeem
Ss-systeem
Wat zijn irregulaire antistoffen?
= Zijn antistoffen die gevormd worden na immunisatie
Hoe ontstaan irregulaire antistoffen?
Zwangerschap
Transfusie
Transplantatie
Bacteriële infectie
Wat voor antistoffen zijn dit meestal bij irregulaire? (qua immunologie)
IgG antistoffen
Zijn irregulaire antistoffen incompleet of compleet?
incompleet
Waarom zijn irregulaire antistoffen incompleet?
Aantonen v. deze antistoffen d.m.v. agglutinatie kan enkel door toevoeging v. hulpmiddelen (= indirecte manier)
Na contact tussen antigeen en IgG worden erys wel gesensibiliseerd met de antistof (antistof hecht aan antigeen)
Waarom komt agglutinatie NIET tot stand bij de incomplete irregulaire antistoffen?
Erys zijn (-) geladen
In waterige opl. (NaCl)
→ watermantel v. kationen
Erys stoten elkaar af en blijven met afstand v. elkaar
→ Zèta-potentiaal
IgM kunnen deze afstand overbruggen
IgG
→ kunnen wel sensibiliseren
→ maar kunnen zonder hulpmiddelen NIET agglutineren
Wat zijn factoren die agglutinatie bevorderen?
Verhouding plasma/cellen
Temperatuur
Juiste pH
Centrifuge
Incubatietijd
Agglutinatie versterkers
Enzymen (papeine en ficine)
Verhouding plasma en cellen bij agglutinatie
Heidelbergcurve (equivalentiepunt)
→ evenveel AS als AG
Ery suspensie
→ voor buisjestechniek: 3-5%
→ voor kolomtechniek:0,8%
Wat doet de factor temperatuur die agglutinatie beïnvloeden?
IgG reageert optimaal bij 37 graden
IgM reageert beter bij lagere temp. (18-20 graden)
Wat doet de factor incubatietijd die agglutinatie beïnvloeden?
sensibilisatiefase: 10-15 minuten
Wat doet de factor agglutinatie versterkers die agglutinatie beïnvloeden?
= beinvloeden het zèta-potentiaal
door cellen te suspenderen in medium met lage ionsterkte (= LISS)
Hierdoor kunnen AS zich beter binden aan AG
vooral in kolomtechniek
Door toevoeging v. polyetyleenglycol (= PEG)
Is een H2O oplosbaar polymeer dat H2O uit de omgeving trekt
Hierdoor wordt de associatie tussen AG en AS bevorderd en AS conc. in het serum stijgt
De antiglobuline test hoe gaat die?
In vitro aan erys gebonden → antistoffen aantonen
Uit welke 4 fases bestaat de antiglobuline test?
Sensibilisatie fase
Was fase
Antiglobuline fase
Controle fase