Economie h2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/13

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

14 Terms

1
New cards

begroting

Een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven van de komende periode

2
New cards

budget

Het bedrag dat je kunt uitgeven

3
New cards

Huishoudelijke uitgaven

Dagelijks uitgaven. De uitgaven voor je huishouden zoals voor boodschappen, voor persoonlijke verzorging uitgaan, en cadeautjes

4
New cards

Incedentele uitgaven

Meestal grote bedragen die je af en toe moet uitgeven.

5
New cards

Loon (salaris)

Geld dat je van je baan krijgt

6
New cards

Winst

Als er meer geld binnenkomt dan er wordt uitgegeven aan kosten, is er sprake van winst.

7
New cards

een uitkering

Je krijgt geld omdat je niet kan werken.

8
New cards

Geldfuncies

Geld kun je gebruiken als ruilmiddel, als rekenmiddel, en als spaarmiddel.

9
New cards

Rente (bij sparen

Een vergoeding die je krijgt van de bank voor jouw spaargeld. Rente wordt berekend in procenten per jaar.

10
New cards

Af lossing

Terugbetaling van geld dat je geleend hebt

11
New cards

Kosten van een lening.

Alles wat je meer terugbetaalt dan je geleend hebt.

12
New cards

Lenen

Geld gebruiken dat van een ander is.

13
New cards

Maandtermijn

Een vaste bedrag dat je elke maand betaalt voor rente en aflossing van een lening

14
New cards

Rente (bij lenen)

Een vergoeding die je aan de bank betaalt voor het gebruik van hun geld.