1/31
Looks like no tags are added yet.
wie geeft systemische therapie
medische oncoloog
respons evaluatie
mbv radiologie, lab (markers), pathologie
soorten systemische therapie
chemo
hormonaal
targeted
immuno
best suportive care
behandeling in terminale fase (laaste maanden (palliatief kan je nog jaren mee leven))
inductie therapie doel
= neo adjuvant
doel: krimpen → operatie makkelijker
adjuvant doel
micro metas
RECIST
radiologische evaluatie van respons
CR: complete respons: alle doelleasies verdwenen
PR: afname van >30 procent
SD: stable disease: geen reactie, geen progressie
PD: toename van >20 procent, nieuwe leasies
labmarkers evaluatie respons
kunnen ondersteunen bij bv testikelkanker
pathologie evaluatie respons
verandering te zien bv necrose
chemo werking (cytostatica)
valt gezonde en kankercellen aan, maar gezonde cellen herstellen beter
effect op mitose en celdeling, verschillende med verschillende aangrijpingspunten celcyclus
elke ronde een deel van de tumorcellen vernietigd
bij welke ziektebeelden chemo
borst, long, colorectaal
bijwerkingen chemo
hogere dosis = meer bijwerkingen
vooral sneldelende cellen aangedaan bv beenmerg, maag darm, haarfollikels
beenmergsupressie: neutropenie, anemie, trombocytopenie
maag darm: mucositis, diarree, misselijk, braken
alopecia=haaruitval
infertiliteit = onvruchtbaarheid
remissie
niet op radiologische evaluatie te zien
evt nog wel enkele cellen en kleine metas
myelosuppressie=
beenmergsupressie
hormoontherapie bij welke tumoren
voor groei afh van hormonen: borst (oestro) en prostaat (test)
hoe tumor bestrijden met hormoon med
anti hormonale stoffen: anti-oestro, anti-test
aromataseremmers: voorkomen aanmaak
effect via hypofyse: LHRH/GnRH angonisten/antagonsten
hormoon en operatie
ovariëctomie en orchidectomie(teelballen verwijderen)
tamoxifen
selectieve ER-modulator = anti oestrogeen
blokkeert oestrogeen receptor
kan bij pre en post menopauzaal
aromatase inhibitoren
blokkeren aromatase → blokkade omzetting steroide percursors (test/androstenedion) naar oestro
bij post meno pauzale vrouwen
mannen en hormoon
hormoonproductie hypofyse en testikels blokkeren
bijwerkingen hormoontherapie
opvliegers, osteoporose
mannen: lager libido
targeted therapy
med inhibeert eiwit dat alleen aanwezig is op tumorcel of eiwit waarvan tumor afh is
→ minder bijwerkingen, maar kan niet bij alle soorten kanker: specifieke mutatie nodig
targeted therapie bij welke tumoren
niercel, melanomen, borst
soorten targeted therapy
monoklonale antilichamen -mabs: binden R → celgroei inhiberen
angiogeneseremmers: VEGFR, VEGF, zuurstoftekort in tumor
kleine moleculen: tyrosine kinase inhibitors
bijwerkingen angiogeneseremmers
cardio vas: acute coronaire syndromen, hartritmeproblemen, hypertensie, linker ventrikel systolische disfunctie
diarree, misselijkheid
immunotherapie werking
immuunsysteem stimuleren tumorcellen te doden
immunotherapie bij welke tumoren
melanomen, nier, long
soorten immunotherapie
cytokinen: IL2, IFN
checkpoint inhibitors
adaptive cell therapy (ACT)
vaccinaties
checkpoint inhibitors voorbeelden
anti CTLA4: ipilimumab
anti PD1: nivolumab, pembrolizumab
anti PDL1: atezolizumab, avelumab, durvalumab
(denk: mumab, zumab en lumab)
CTLA4 is een eerder checkpoint in kanker immuniteitscyclus dan andere 2
werking checkpoint inh
binden CTLA4, PD1 etc → remsignaal weg → T cellen geactiveerd
3 factoren voor reactie op checkpoint inh
tumor moet herkend worden door immuunsysteem (meer mutaties meer beter: long en melanoom goed)
Tc cellen aanwezig in tumor (ontstoken tumoren reageren beter)
PDL1 expressie in tumor: te bekijken met staining
bijwerkingen immunotherapie
na 3-6 weken
auto immuun, onstekingen
kans op reactie hoger als pt bijwerkingen heeft, maar behandeling moet stoppen bij te veel bijwerkingen