1/19
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
het restaurant (en)
le restaurant
de gocart (en)
le cuistax
het glas (glazen)
le verre
het terras(sen)
la terrasse
drinken - dronk - dronken - h. gedronken
boire
bezoeken - bezocht - bezochten - h. bezocht
visiter
de souvenir(s)
le souvenir
het voetbal
le football
ontmoeten
rencontrer
de bioscoop ( -open)
le cinéma
tv-kijken - keek - keken - h. tv-gekeken
regardé la télé
waar - si déplacement : waar… naartoe
où ? (situation)
met vakantie zijn - was - waren - z. geweest
être en vacance
de zomer(s)
l’été
de zomervakantie
les grandes vacances
de scouts
les scouts
hoe ?
comment ?
fantastisch(e)
fantastique
slapen - sliep - sliepen - h . geslapen
dormir
de tent(en)
la tente