bte begrippen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/66

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

67 Terms

1
New cards

Abstraheren

Een herkenbaar beeld vereenvoudigen en minder herkenbaar maken.

2
New cards

Attribuut

Een voorwerp waaraan je een gebeurtenis of persoon kunt herkennen.

3
New cards

Contrapost

Een natuurlijke en ontspannen houding waarbij het standbeen stevig op de grond staat en het speelbeen vrij kan bewegen. Schouders en heupen staan licht schuin ten opzichte van elkaar.

4
New cards

En face

Een vooraanzicht bij een portret.

5
New cards

En profil

Een zijaanzicht bij een portret.

6
New cards

Figuratief

Met een herkenbare voorstelling.

7
New cards

Stilleven

Een verzameling voorwerpen of een voorstelling daarvan.

8
New cards

Symbool

Een beeld of teken dat naar een andere betekenis verwijst, bijvoorbeeld een hartje voor liefde of vriendschap.

9
New cards

Vervreemding(seffect)

Het vreemde effect van een ongewone combinatie, bijvoorbeeld ijsjes van stof of een enorm grote klodder mayonaise.

10
New cards

Kleurencirkel

Een cirkelvormig schema waarin de primaire en secundaire kleuren staan.

11
New cards

Primaire kleuren

Geel, rood en blauw. Deze kleuren kun je niet maken door andere kleuren te mengen.

12
New cards

Secundaire kleuren

Kleuren die ontstaan door twee primaire kleuren in gelijke hoeveelheden te mengen: geel en rood maken oranje, rood en blauw maken paars, blauw en geel maken groen.

13
New cards

Complementaire kleuren

Kleuren die tegenover elkaar op de kleurencirkel liggen.

14
New cards

Kleurfamilies

Kleuren die bij elkaar horen doordat ze één kleur gemeenschappelijk hebben, zoals roodachtige kleuren of aardkleuren.

15
New cards

Verzadigde of zuivere kleuren

Kleuren in hun zuiverste vorm, zonder toevoeging van wit, zwart of grijs.

16
New cards

Onverzadigde of onzuivere kleuren

Kleuren die gemengd zijn met wit, zwart of grijs, waardoor hun kleurkracht afneemt.

17
New cards

Verhelderde kleuren

Kleuren die gemengd zijn met wit.

18
New cards

Verdonkerde kleuren

Kleuren die gemengd zijn met zwart.

19
New cards

Koude kleuren

Kleuren die als koud worden ervaren, zoals blauw, groen en paars.

20
New cards

Warme kleuren

Kleuren die als warm worden ervaren, zoals rood, oranje en geel.

21
New cards

Koud-warmcontrast

Een kleurcontrast waarbij koude en warme kleuren naast elkaar staan. Warme kleuren lijken dichterbij en koude kleuren verder weg.

22
New cards

Kleur-tegen-kleurcontrast

Een kleurcontrast waarbij zuivere kleuren naast elkaar worden geplaatst. Dit zorgt voor een bont en vrolijk effect.

23
New cards

Complementair contrast

Een kleurcontrast waarbij tegenovergestelde kleuren uit de kleurencirkel naast elkaar staan, zoals geel en paars, oranje en blauw of rood en groen. Ze versterken elkaar.

24
New cards

Licht-donkercontrast

Een kleurcontrast waarbij lichte en donkere kleuren naast elkaar staan. Dit kan een ruimtelijk effect geven.

25
New cards

Eigen schaduw

De schaduw op het voorwerp zelf, op het gedeelte dat niet rechtstreeks wordt belicht.

26
New cards

Slagschaduw

De schaduw van een voorwerp op de grond of op een ander voorwerp.

27
New cards

Tegenlicht

Licht waarbij de lichtbron recht voor de beschouwer staat en tegen de kijkrichting in schijnt. Voorwerpen worden als silhouet zichtbaar.

28
New cards

Silhouet

Een donkere, egaal gekleurde vorm die ontstaat bij tegenlicht.

29
New cards

Zijlicht

Licht dat van opzij komt, waardoor schaduwen duidelijk zichtbaar worden en je de plasticiteit goed ziet.

30
New cards

Strijklicht

Licht dat laag langs een oppervlak schijnt, waardoor je de textuur, zoals ruwheid en bobbeltjes, goed ziet.

31
New cards

Plasticiteit

De suggestie van ruimtelijkheid van een vorm door licht en schaduw, waardoor je de vorm als het ware kunt voelen.

32
New cards

Clair-obscur

Een lichteffect met een groot verschil tussen licht en donker, dat vaak een dramatische of spannende sfeer geeft.

33
New cards

Glimlicht

Een witte vlek op een voorwerp waar het licht sterk wordt weerkaatst, waardoor het lijkt te glimmen.

34
New cards

Repoussoir

Een combinatie van overlapping en afsnijding, vaak met een donker silhouet op de voorgrond, die de ruimtelijkheid vergroot.

35
New cards

Zonlicht

Natuurlijk licht van de zon. Het is meestal wit, maar de kleur kan veranderen door de zonnestand.

36
New cards

Maanlicht

Natuurlijk licht van de maan dat vaak blauwachtig wit is.

37
New cards

Lamplicht

Kunstlicht van een lamp dat blauwachtig wit, oranje of geelwit kan zijn.

38
New cards

Vuurlicht

Natuurlijk licht van vuur dat vaak oranjegeel is.

39
New cards

Abstract

Zonder herkenbare voorstelling; het tegenovergestelde van figuratief.

40
New cards

Figuratief

Met een herkenbare voorstelling.

41
New cards

Geometrisch

Gebaseerd op wiskundige vormen, zoals een cirkel, vierkant, rechthoek, kubus of piramide.

42
New cards

Gesloten vorm (2D)

Een tweedimensionale vorm met een gesloten omtreklijn.

43
New cards

Gesloten vorm (3D)

Een driedimensionale vorm zonder openingen, die een massieve indruk maakt.

44
New cards

Gestileerde vorm

Een vereenvoudigde vorm waarbij details zijn weggelaten.

45
New cards

Gestroomlijnd

Een vorm zonder uitstekende delen, bijvoorbeeld bij auto's.

46
New cards

Massief

Een vorm die niet hol is.

47
New cards

Open vorm (2D)

Een tweedimensionale vorm zonder gesloten omtrek.

48
New cards

Open vorm (3D)

Een driedimensionale vorm waarvan het oppervlak openingen heeft.

49
New cards

Organische vormen

Vormen die geïnspireerd zijn op de natuur en aan natuurlijke groeivormen doen denken.

50
New cards

Restvorm (2D)

De vorm die niet wordt getekend, maar die overblijft.

51
New cards

Restvorm (3D)

De open ruimte in een vorm of tussen meerdere vormen.

52
New cards

Volume

De driedimensionale ruimte die een voorwerp inneemt.

53
New cards

Factuur

De manier waarop het oppervlak van een ruimtelijk beeld met gereedschap is bewerkt, bijvoorbeeld glad, stroef of ruw.

54
New cards

Structuur

De manier waarop je aan het oppervlak van een materiaal kunt zien hoe het is ontstaan, bijvoorbeeld een kantpatroon.

55
New cards

Stofuitdrukking

Zo tekenen of schilderen dat een materiaal net echt lijkt en je je kunt voorstellen hoe het aanvoelt.

56
New cards

Textuur

De aard van een oppervlak, bijvoorbeeld harig, stekelig of glad. Je kunt het zien en voelen.

57
New cards

Dekkend

Verf zo gebruiken dat de ondergrond niet meer zichtbaar is.

58
New cards

Egaal

Verf zo glad en gelijkmatig mogelijk aanbrengen; het tegenovergestelde van toetsmatig schilderen.

59
New cards

Laag over laag

Verf in lagen over elkaar aanbrengen, waarbij je soms de onderste lagen nog ziet.

60
New cards

Nat-in-nat

Verschillende kleuren over en in elkaar schilderen terwijl de verf nog nat is, zodat de kleuren op het papier of doek mengen.

61
New cards

Pasteus

Verf zo dik aanbrengen dat deze een pasta-achtige laag vormt.

62
New cards

Toetsmatig schilderen

Zo schilderen dat de verfstreken zichtbaar blijven.

63
New cards

Transparant

Verf zo dun aanbrengen dat de ondergrond erdoorheen blijft schijnen.

64
New cards

Acrylverf

Verf op basis van een soort plastic. Droogt snel, kan met water worden gemengd en is na het drogen niet meer oplosbaar in water.

65
New cards

Aquarelverf

Verf op waterbasis die met veel water wordt verdund en daardoor transparant wordt.

66
New cards

Olieverf

Verf op oliebasis die langzaam droogt, waardoor nauwkeurig en ingewikkeld werken mogelijk is. Lost niet op in water.

67
New cards

Plakkaatverf/Gouache

Verf op waterbasis die zowel dekkend als transparant kan worden gebruikt.