1/66
Looks like no tags are added yet.
Abstraheren
Een herkenbaar beeld vereenvoudigen en minder herkenbaar maken.
Attribuut
Een voorwerp waaraan je een gebeurtenis of persoon kunt herkennen.
Contrapost
Een natuurlijke en ontspannen houding waarbij het standbeen stevig op de grond staat en het speelbeen vrij kan bewegen. Schouders en heupen staan licht schuin ten opzichte van elkaar.
En face
Een vooraanzicht bij een portret.
En profil
Een zijaanzicht bij een portret.
Figuratief
Met een herkenbare voorstelling.
Stilleven
Een verzameling voorwerpen of een voorstelling daarvan.
Symbool
Een beeld of teken dat naar een andere betekenis verwijst, bijvoorbeeld een hartje voor liefde of vriendschap.
Vervreemding(seffect)
Het vreemde effect van een ongewone combinatie, bijvoorbeeld ijsjes van stof of een enorm grote klodder mayonaise.
Kleurencirkel
Een cirkelvormig schema waarin de primaire en secundaire kleuren staan.
Primaire kleuren
Geel, rood en blauw. Deze kleuren kun je niet maken door andere kleuren te mengen.
Secundaire kleuren
Kleuren die ontstaan door twee primaire kleuren in gelijke hoeveelheden te mengen: geel en rood maken oranje, rood en blauw maken paars, blauw en geel maken groen.
Complementaire kleuren
Kleuren die tegenover elkaar op de kleurencirkel liggen.
Kleurfamilies
Kleuren die bij elkaar horen doordat ze één kleur gemeenschappelijk hebben, zoals roodachtige kleuren of aardkleuren.
Verzadigde of zuivere kleuren
Kleuren in hun zuiverste vorm, zonder toevoeging van wit, zwart of grijs.
Onverzadigde of onzuivere kleuren
Kleuren die gemengd zijn met wit, zwart of grijs, waardoor hun kleurkracht afneemt.
Verhelderde kleuren
Kleuren die gemengd zijn met wit.
Verdonkerde kleuren
Kleuren die gemengd zijn met zwart.
Koude kleuren
Kleuren die als koud worden ervaren, zoals blauw, groen en paars.
Warme kleuren
Kleuren die als warm worden ervaren, zoals rood, oranje en geel.
Koud-warmcontrast
Een kleurcontrast waarbij koude en warme kleuren naast elkaar staan. Warme kleuren lijken dichterbij en koude kleuren verder weg.
Kleur-tegen-kleurcontrast
Een kleurcontrast waarbij zuivere kleuren naast elkaar worden geplaatst. Dit zorgt voor een bont en vrolijk effect.
Complementair contrast
Een kleurcontrast waarbij tegenovergestelde kleuren uit de kleurencirkel naast elkaar staan, zoals geel en paars, oranje en blauw of rood en groen. Ze versterken elkaar.
Licht-donkercontrast
Een kleurcontrast waarbij lichte en donkere kleuren naast elkaar staan. Dit kan een ruimtelijk effect geven.
Eigen schaduw
De schaduw op het voorwerp zelf, op het gedeelte dat niet rechtstreeks wordt belicht.
Slagschaduw
De schaduw van een voorwerp op de grond of op een ander voorwerp.
Tegenlicht
Licht waarbij de lichtbron recht voor de beschouwer staat en tegen de kijkrichting in schijnt. Voorwerpen worden als silhouet zichtbaar.
Silhouet
Een donkere, egaal gekleurde vorm die ontstaat bij tegenlicht.
Zijlicht
Licht dat van opzij komt, waardoor schaduwen duidelijk zichtbaar worden en je de plasticiteit goed ziet.
Strijklicht
Licht dat laag langs een oppervlak schijnt, waardoor je de textuur, zoals ruwheid en bobbeltjes, goed ziet.
Plasticiteit
De suggestie van ruimtelijkheid van een vorm door licht en schaduw, waardoor je de vorm als het ware kunt voelen.
Clair-obscur
Een lichteffect met een groot verschil tussen licht en donker, dat vaak een dramatische of spannende sfeer geeft.
Glimlicht
Een witte vlek op een voorwerp waar het licht sterk wordt weerkaatst, waardoor het lijkt te glimmen.
Repoussoir
Een combinatie van overlapping en afsnijding, vaak met een donker silhouet op de voorgrond, die de ruimtelijkheid vergroot.
Zonlicht
Natuurlijk licht van de zon. Het is meestal wit, maar de kleur kan veranderen door de zonnestand.
Maanlicht
Natuurlijk licht van de maan dat vaak blauwachtig wit is.
Lamplicht
Kunstlicht van een lamp dat blauwachtig wit, oranje of geelwit kan zijn.
Vuurlicht
Natuurlijk licht van vuur dat vaak oranjegeel is.
Abstract
Zonder herkenbare voorstelling; het tegenovergestelde van figuratief.
Figuratief
Met een herkenbare voorstelling.
Geometrisch
Gebaseerd op wiskundige vormen, zoals een cirkel, vierkant, rechthoek, kubus of piramide.
Gesloten vorm (2D)
Een tweedimensionale vorm met een gesloten omtreklijn.
Gesloten vorm (3D)
Een driedimensionale vorm zonder openingen, die een massieve indruk maakt.
Gestileerde vorm
Een vereenvoudigde vorm waarbij details zijn weggelaten.
Gestroomlijnd
Een vorm zonder uitstekende delen, bijvoorbeeld bij auto's.
Massief
Een vorm die niet hol is.
Open vorm (2D)
Een tweedimensionale vorm zonder gesloten omtrek.
Open vorm (3D)
Een driedimensionale vorm waarvan het oppervlak openingen heeft.
Organische vormen
Vormen die geïnspireerd zijn op de natuur en aan natuurlijke groeivormen doen denken.
Restvorm (2D)
De vorm die niet wordt getekend, maar die overblijft.
Restvorm (3D)
De open ruimte in een vorm of tussen meerdere vormen.
Volume
De driedimensionale ruimte die een voorwerp inneemt.
Factuur
De manier waarop het oppervlak van een ruimtelijk beeld met gereedschap is bewerkt, bijvoorbeeld glad, stroef of ruw.
Structuur
De manier waarop je aan het oppervlak van een materiaal kunt zien hoe het is ontstaan, bijvoorbeeld een kantpatroon.
Stofuitdrukking
Zo tekenen of schilderen dat een materiaal net echt lijkt en je je kunt voorstellen hoe het aanvoelt.
Textuur
De aard van een oppervlak, bijvoorbeeld harig, stekelig of glad. Je kunt het zien en voelen.
Dekkend
Verf zo gebruiken dat de ondergrond niet meer zichtbaar is.
Egaal
Verf zo glad en gelijkmatig mogelijk aanbrengen; het tegenovergestelde van toetsmatig schilderen.
Laag over laag
Verf in lagen over elkaar aanbrengen, waarbij je soms de onderste lagen nog ziet.
Nat-in-nat
Verschillende kleuren over en in elkaar schilderen terwijl de verf nog nat is, zodat de kleuren op het papier of doek mengen.
Pasteus
Verf zo dik aanbrengen dat deze een pasta-achtige laag vormt.
Toetsmatig schilderen
Zo schilderen dat de verfstreken zichtbaar blijven.
Transparant
Verf zo dun aanbrengen dat de ondergrond erdoorheen blijft schijnen.
Acrylverf
Verf op basis van een soort plastic. Droogt snel, kan met water worden gemengd en is na het drogen niet meer oplosbaar in water.
Aquarelverf
Verf op waterbasis die met veel water wordt verdund en daardoor transparant wordt.
Olieverf
Verf op oliebasis die langzaam droogt, waardoor nauwkeurig en ingewikkeld werken mogelijk is. Lost niet op in water.
Plakkaatverf/Gouache
Verf op waterbasis die zowel dekkend als transparant kan worden gebruikt.