1/28
De stamtijden van regelmatige en onregelmatige werkwoorden: de verleden tijd en voltooid deelwoord
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
antwoorden
antwoordde/geantwoord
bakken
bakte/gebakken
Bannen
bande/gebannen
barbecueën
barbecuede/gebarbecued
bederven
bedierf/bedorven
beginnen
begon/begonnen
begraven
begroef/begraven
belijden
beleed/beleden
bergen
borg/geborgen
bevelen
beval/bevolen
bezinnen
bezon/bezonnen
bezwijken
bezweek/bezweken
bidden
bad/gebeden
bieden
bood/geboden
bijten
beet/gebeten
binden
bond/gebonden
blazen
blies/geblazen
blijken
bleek/gebleken
blijven
bleef/gebleven
blinken
blonk/geblonken
bouwen
bouwde/gebouwd
braden
braadde/gebraden
breken
brak/gebroken
brengen
bracht/gebracht
brouwen
brouwde/gebrouwen
buigen
boog/gebogen
coachen
coachte/gechoacht
crashen
crashte/gecrasht
dealen
dealde/gedeald