1/38
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Persoonlijkheidsontwikkeling
Gaat over continuïteit, stabiliteit en consistentie van een persoon door de tijd heen en hoe mensen veranderen.
Rangorde stabiliteit
Het behouden van iemands relatieve positie in een groep over tijd.
Zelfs als iedereen in de groep gemiddeld stijgt of daalt op een trek, blijft de rangorde van individuen en opzichte van elkaar hetzelfde
Mean level stability (gemiddelde-niveau stabiliteit)
Het gelijk blijven van het gemiddelde niveau van een trek binnen een gehele populatie.
Welke typen psychologische kenmerken vertonen over het algemeen een zeer hoge stabiliteit over de tijd en welke kenmerken zijn significant minder stabiel?
Brede persoonlijkheidskenmerken vertonen hoge stabiliteit (bijv. intelligentie, emotionele reactiviteit, impulsiviteit en agressie)
Tijdelijke attitudes zijn veel minder stabiel (bijv. politieke voorkeur of specifieke meningen)
Persoonlijkheidscoherentie
Latente eigenschappen blijven stabiel, maar de manier waarop ze zichtbaar worden in gedrag kan veranderen.
3 aannames in de persoonlijkheidspsychologie
Mensen verschillen van elkaar
Persoonlijkheid blijft deels stabiel door de tijd
Persoonlijkheid is deels consistent in verschillende situaties
3 niveaus van persoonlijkheidsanalyse
Populatieniveau
Groepsverschillenniveau
Individuele verschillenniveau
Temperament
Vroeg in het leven zichtbare individuele verschillen met een erfelijke basis, vaak verbonden met emotionaliteit en opwinding
Temperament in de zuigelingenfase
De vroegst zichtbare individuele verschillen in gedrag en emotionele reactiviteit
Heeft een sterke erfelijke genetische basis en hangt nauw samen met emotionaliteit en arousal
Distress bij beperkingen bij baby’s
Weerspiegelt de mate van stress, woede of frustratie die een baby ervaart in situaties waarin zijn beweging of wil begrensd wordt (bijv. bij aankleden, in bed leggen of wegnemen van speelgoed)
Actigrafie
Een apparaat bevestigd aan een ledemaat om de fysieke beweging en het activiteitsniveau van kinderen te meten.
Longitudinale studies
Onderzoeken waarbij dezelfde individuen op meerdere momenten gedurende een langere periode worden gemeten.
Stabiliteitscoëfficiënt
De correlatie tussen persoonlijkheidsmetingen op verschillende tijdstippen.
Validiteitscoëfficiënt
De samenhang tussen 2 verschillende kenmerken of meetinstrumenten op hetzelfde tijdstip
4 belangrijke bevindingen van onderzoek naar temperament
individuele verschillen zijn al vroeg zichtbaar
de meeste temperamentfactoren zijn gematigd stabiel in het eerste levensjaar
de stabiliteit is groter naarmate de tijd tussen metingen korter is
de stabiliteit neemt toe naarmate kinderen ouder worden
Welke systematische verschuivingen (mean level changes) treden in de volwassenheid op in scores van de Big Five factoren naarmate mensen ouder worden
Naarmate mensen ouder worden
dalen de scores op neuroticisme, extraversie en openheid voor ervaringen
stijgen de scores op agreeableness en conscientiousness
Heterotypische continuïteit
Het fenomeen dat trekken stabiel blijven, maar zich in verschillende levensfasen op andere manieren uiten.
Effect van geboortevolgorde op persoonlijkheid
Eerstgeborenen zouden verantwoordelijker, prestatiegerichter en dominanter zijn
Jongere kinderen zouden rebelser, creatiever en socialer zijn
Empirisch onderzoek toont echter wisselende en inconsistente resultaten aan
Interactionisme (Mischels situationele theorie)
Gedrag ontstaat door de wisselwerking tussen persoonlijkheidskenmerken en situaties
Sterke vs zwakke situaties
Sterke vs. zwakke situaties (interactionisme)
In een sterke situatie gedragen bijna alle mensen zich hetzelfde door duidelijke regels of verwachtingen.
In een zwakke situatie is meer ruimte voor persoonlijkheid om het gedrag te bepalen
Active person-environment transaction
Mensen kiezen situaties die passen bij hun persoonlijkheid
Deze situaties kunnen vervolgens ook hun persoonlijkheid beïnvloeden
Reactive person-environment transaction
Mensen met verschillende persoonlijkheidskenmerken reageren anders op exact dezelfde situatie.
Evocative person-environment transaction
Iemands persoonlijkheidskenmerk lokt gedrag uit waardoor de situatie zelf verandert.
Principe van cumulatieve continuïteit
Het principe dat de persoonlijkheid steeds stabieler en consistenter wordt naarmate iemand ouder wordt.
Cohort-effect
De invloed van het opgroeien in een specifieke generatie en bijbehorende historische gebeurtenissen.
Maturiteitsprincipe
Met de leeftijd nemen emotionele stabiliteit, altruïsme en consciëntieusheid toe. Dit hangt samen met sociale rollen en verantwoordelijkheden.
Sociale klok
Maatschappelijke verwachtingen over de juiste timing van bepaalde levensgebeurtenissen zoals trouwen of pensionering.
Narratieve identiteit
Het levensverhaal dat mensen over zichzelf vertellen, waarmee ze hun ervaringen betekenis geven.
Dit verhaal helpt hen te begrijpen wie ze zijn en hoe ze zich ontwikkelen
Psychotherapie
Psychotherapie kan persoonlijkheid veranderen, bijvoorbeeld door emotionele stabiliteit en extraversie te verhogen en gedrag en zelfbeeld te verbeteren
Stabiliteit van temperament
Temperamentverschillen zijn al vroeg zichtbaar, zijn gematigd stabiel en worden stabieler naarmate kinderen ouder worden.
Onderzoek naar Big Five-ontwikkeling
Persoonlijkheid kan veranderen tijdens adolescentie en volwassenheid, maar veranderingen verschillen tussen individuen en tussen zelfrapportage en rapportage door anderen.
Oorzaken van persoonlijkheidsontwikkeling
Een combinatie van genetische factoren, socialisatie en levenservaringen (zoals opleiding, werk en belangrijke gebeurtenissen)
3 fundamentele temperamentdimensies volgens Funder
Positieve emotionaliteit → voorloper van extraversie.
Negatieve emotionaliteit → voorloper van neuroticisme.
Effortful control → voorloper van consciëntieusheid en agreeableness.
Validiteitscoëfficiënt
Meet de samenhang tussen 2 verschillende kenmerken die op hetzelfde moment worden gemeten
Mean level stabiliteit vs. mean level change
Mean level stabiliteit = gemiddelde niveau van een trek in een groep blijft gelijk.
Mean level change = gemiddelde niveau van een trek verandert met de tijd.
7 principes van persoonlijkheidscontinuïteit en -verandering
Cumulative Continuity = stabieler met leeftijd
Maturity = meer volwassenheid
Plasticity = persoonlijkheid kan veranderen
Role Continuity = rollen houden gedrag stabiel
Identity Development = stabiel zelfbeeld
Social Investment = sociale rollen bevorderen verandering
Corresponsive = omgeving versterkt bestaande eigenschappen.
Socio-emotionele selectiviteitstheorie
Doelen veranderen afhankelijk van hoeveel tijd iemand denkt nog te hebben.
Jongeren richten zich meer op toekomst en ontdekken
Ouderen meer op emotioneel betekenisvolle relaties en positieve emoties.
Welke sekse-specifieke verschillen in de Big Five ontwikkeling vonden Branje, Van Lieshout en Gerris bij Nederlandse adolescenten over de 3 meetmomenten?
Bij adolescente jongens namen extraversie en openheid voor ervaringen af
Bij adolescente meisjes namen extraversie, agreeableness, conscientiousness en openheid voor ervaringen juist toe
Wat waren de Big Five-ontwikkelingstrends die Branje et al. vonden bij de moeders en vaders binnen de onderzochte Nederlandse gezinnen?
Bij moeders namen emotionele stabiliteit en conscientousness toe
Bij vaders namen extraversie, agreeableness en emotionele stabiliteit juist af