Aardrijkskunde trimster 3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
full-widthPodcast
1
Card Sorting

1/53

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 9:27 AM on 6/7/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

54 Terms

1
New cards
Wat is het belang van containerschepen in het industrieproces?
Ze vervoeren half afgewerkte producten over de hele wereld.
2
New cards
Wat is een containerschip?
Een vrachtschip dat zeecontainers vervoert.
3
New cards
Waarvoor staat TEU?
Twenty Foot Equivalent Unit.
4
New cards
Hoe groot is 1 TEU?
20 voet of ongeveer 6 meter.
5
New cards
Hoe groot is 2 TEU?
40 voet of ongeveer 12 meter.
6
New cards
Welke TEU-maat wordt het meest gebruikt?
2 TEU.
7
New cards
Waarom zijn vrachtwagens en treinen aangepast aan TEU-maten?
Zodat ze containers gemakkelijk kunnen vervoeren.
8
New cards
Wat gebeurt er in de laatste fase van het industrieproces?
Half afgewerkte producten worden geassembleerd tot afgewerkte producten.
9
New cards
Wat bewijst het wereldwijde transport van producten?
Dat de hele wereld met elkaar verbonden is door handel.
10
New cards
Wat is mondialisering?
De wereldwijde handel en alles wat daarmee samenhangt.
11
New cards
Welke oudere term werd gebruikt voor mondialisering?
Globalisering.
12
New cards
Wie spelen een belangrijke rol in de mondialisering?
Multinationals.
13
New cards
Wat is een voordeel van mondialisering?
Toegang tot goederen en diensten van over de hele wereld.
14
New cards
Wat is een tweede voordeel van mondialisering?
Het creëert werkgelegenheid.
15
New cards
Wat is een derde voordeel van mondialisering?
De prijzen van goederen en diensten dalen.
16
New cards
Wat is een nadeel van mondialisering?
Laaggeschoolde jobs verhuizen naar landen met lage lonen.
17
New cards
Wat is een tweede nadeel van mondialisering?
Meer transport zorgt voor meer uitstoot.
18
New cards
Wat is een derde nadeel van mondialisering?
De welvaart is ongelijk verdeeld.
19
New cards
Wat is welvaart?
De mate waarin aan persoonlijke behoeften wordt voldaan.
20
New cards
Welke kenmerken horen bij hoge welvaart?
Hoge levensverwachting, kwalitatief onderwijs en een hoog inkomen.
21
New cards
Wat betekent BBP?
Bruto Binnenlands Product.
22
New cards
Wat is het BBP?
De totale waarde van alle goederen en diensten die in een land geproduceerd worden.
23
New cards
Hoe bereken je het BBP per inwoner?
Door het BBP te delen door het aantal inwoners.
24
New cards
Wat is welzijn?
De mate waarin mensen zich goed voelen doordat aan hun behoeften wordt voldaan.
25
New cards
Met welke index wordt welzijn vaak gemeten?
De World Happiness Index.
26
New cards
Wat is het verband tussen inkomen en tevredenheid?
Hoe hoger het inkomen, hoe hoger meestal de tevredenheid.
27
New cards
Welke vier sferen zijn er?
Atmosfeer, geosfeer, hydrosfeer en biosfeer.
28
New cards
Wat is de atmosfeer?
De lucht rondom de aarde.
29
New cards
Wat is de geosfeer?
De bodem en ondergrond van de aarde.
30
New cards
Wat is de hydrosfeer?
Al het water op aarde.
31
New cards
Wat is de biosfeer?
Alle levende organismen op aarde.
32
New cards
Wat gebeurt er met de atmosfeer bij de ontginning van aardolie?
Brandende olieputten geven CO₂ af.
33
New cards
Wat gebeurt er met de geosfeer bij de ontginning van aardolie?
De ondergrond wordt leeggepompt.
34
New cards
Wat gebeurt er met de hydrosfeer bij de ontginning van aardolie?
Olielekken vervuilen de oceaan.
35
New cards
Wat gebeurt er met de biosfeer bij de ontginning van aardolie?
Dieren sterven door contact met aardolie.
36
New cards
Wat is de impact van transport op de atmosfeer?
Schepen stoten CO₂ uit door brandstofverbruik.
37
New cards
Wat is de impact van transport op de geosfeer?
Pijpleidingen worden ondergronds aangelegd.
38
New cards
Wat is de impact van transport op de hydrosfeer?
Gescheurde pijpleidingen vervuilen rivieren.
39
New cards
Wat is de impact van transport op de biosfeer?
Planten moeten plaatsmaken voor pijpleidingen.
40
New cards
Wat is de impact van industrie op de atmosfeer?
Bij de verwerking van aardolie komt CO₂ vrij.
41
New cards
Wat is de impact van industrie op de geosfeer?
De bodem wordt bedekt met beton en gebouwen.
42
New cards
Wat is de impact van industrie op de hydrosfeer?
Afvalwater wordt in rivieren geloosd.
43
New cards
Wat is de impact van industrie op de biosfeer?
Industrieterreinen nemen open ruimte in.
44
New cards
Wat is de impact van de afzetmarkt op de atmosfeer?
Plastic afval wordt verbrand en stoot CO₂ uit.
45
New cards
Wat is de impact van de afzetmarkt op de geosfeer?
Stortplaatsen worden gevuld met afval.
46
New cards
Wat is de impact van de afzetmarkt op de hydrosfeer?
Plastic afval hoopt zich op langs rivieren.
47
New cards
Wat is de impact van de afzetmarkt op de biosfeer?
Zeedieren eten microplastics op.
48
New cards
Waarom zijn microplastics gevaarlijk?
Ze worden opgenomen door dieren en komen in de voedselketen terecht.
49
New cards

leg uit hoe aardolie en plastics via het industrieproces uiteindelijk een smartphone worden.

  1. Ontginning: Aardolie wordt uit de ondergrond opgepompt.

  2. Industrie: In een raffinaderij wordt de aardolie verwerkt. Een deel ervan wordt omgezet in plastics (kunststoffen).

  3. Productie van onderdelen: Van die plastics worden onderdelen van een smartphone gemaakt, zoals de behuizing, knoppen en sommige interne onderdelen.

  4. Transport: De verschillende onderdelen worden met containerschepen, vrachtwagens en treinen vervoerd naar fabrieken.

  5. Assemblage: In een fabriek worden alle onderdelen samengevoegd tot een afgewerkte smartphone.

  6. Verkoop: De smartphone wordt naar winkels vervoerd en verkocht aan de consument.

Kort onthouden:
Aardolie → Plastic → Onderdelen → Transport → Assemblage → Smartphone.

50
New cards
Waarom zorgt mondialisering voor meer uitstoot?
Omdat producten over grote afstanden worden vervoerd.
51
New cards
Waarom kan mondialisering leiden tot lagere prijzen?
Omdat bedrijven wereldwijd goedkoper kunnen produceren.
52
New cards
Waarom verschuiven laaggeschoolde jobs naar lageloonlanden?
Omdat de arbeidskosten daar lager zijn.
53
New cards
Waarom is BBP per inwoner belangrijk?
Omdat het een beeld geeft van de welvaart in een land.
54
New cards

Toon het verband tussen welvaart en welzijn aan.

Hoe hoger de welvaart (inkomen en levensstandaard), hoe hoger meestal het welzijn (geluk en tevredenheid) van de bevolking.